Alle soorten › Trogonachtigen

Trogonachtigen | Trogoniformes

Trogons | Trogones

Vogels van gesloten bos met een gedrongen romp, een grote kop op een korte hals en een lange, recht afhangende staart met brede, vierkant eindigende buitenste pennen. De snavel is kort en breed met een wijde bek en fijn getande snijranden, omgeven door borstelveren. De voet is heterodactyl: de eerste en de tweede teen wijzen naar achteren en de derde en de vierde naar voren, een stand die bij geen enkele andere vogelgroep voorkomt; de poten zijn klein en zwak en dienen alleen om rechtop stil te zitten. Insecten, rupsen en kleine vruchten worden in korte, snelle vluchten al fladderend van blad of tak geplukt. Er wordt gebroed in een zelf uitgeknaagde holte in vermolmd hout of in een oude spechtenholte. De orde telt één familie, met een tropische verspreiding in Amerika, Afrika en Azië; in het gidsgebied leven twee endemische soorten op Cuba en Hispaniola en drie soorten op Trinidad en Tobago.

Families in deze orde

  • Trogons | Trogonidae5 soortenIn het gidsgebied leven vijf soorten trogons. Twee zijn endemisch: de Cubaanse trogon, in rood, wit en blauw de nationale vogel van Cuba, en de Hispaniolatrogon. Op Trinidad en Tobago leven drie soorten van het geslacht Trogon, waarvan de halsbandtrogon ook op Tobago voorkomt. De romp is gedrongen, de kop groot en de hals kort, en de vogel zit lang rechtop en vrijwel onbeweeglijk op een tak in het bos, alleen de kop draaiend; het is daardoor vaak eerder de reeks holle roepen dan de vogel zelf die de aanwezigheid verraadt. De snavel is kort en breed met een wijde bek en fijn getande snijranden. Bij de Trogon-soorten is het mannetje metaalgroen of blauw op kop, borst en rug; die glans komt van de veerstructuur en niet van pigment. Het nest is een holte in vermolmd hout, een termietennest of een oude spechtenholte.