Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Groene muspapegaai

Groene muspapegaai | Forpus passerinus

Green-rumped Parrotlet | Cotorrita culiverde

De groene muspapegaai is een van de kleinste papegaaien ter wereld, nauwelijks groter dan een mus, met een korte, spitse staart. Op Trinidad en Tobago is hij een algemene standvogel van open land; daar hoort hij van nature thuis. Op Jamaica is hij ingevoerd en inmiddels in grote delen van het eiland gevestigd, op Barbados en Curaçao werd hij eveneens uitgezet.

Groene muspapegaai (Forpus passerinus)
Foto: Jam.mohd — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Licht, tjilpend gekwetter, zoals een herhaald tsjit of tsiet-tsiet, in de vlucht en vanuit bomen; op gemeenschappelijke slaapplaatsen luider en doordringender. Partners herkennen elkaar aan een eigen contactroep.

Luister: ZangXC1143157

Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, gedrongen, met een korte, wigvormige staart. Heldergroen, de stuit en de onderdelen lichter, smaragdgroen; de nek iets grijzer. Het mannetje heeft violetblauwe hand- en armpennen en dekveren, met turkoois aan de voorrand van de vleugel; dit blauw is vooral in de vlucht te zien. Het vrouwtje mist het blauw en heeft meer geelgroen op de kop. De snavel is licht roze-wit.

Verwarrings­soorten

In het gebied is geen andere papegaai zo klein. De zevenkleurenpapegaai Touit batavicus op Trinidad is iets groter, met een gele kop en zwarte rug en vleugels, en leeft in het bos. De maïsparkiet Eupsittula pertinax en andere parkieten zijn veel groter en hebben een lange staart.

Leefgebied

Droog struweel, open loofbos, galerijbos, weiland met verspreide bomen, plantages, erven, stadsparken en tuinen; de soort profiteert van ontbossing. Eet zaden van grassen en kruiden, knoppen, bloemen en kleine vruchten, vaak laag in struiken of op de grond. Broedt in de regentijd in boomholtes, holle hekpalen en termietennesten, met meestal 4–6 eieren.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago, op beide eilanden algemeen in het laagland en op lagere hellingen. Op Jamaica ingevoerd; de soort is er nu over een groot deel van het eiland gevestigd, van Westmoreland en Trelawny tot Portland. Op Barbados ingevoerd maar daar verdwenen. Op Curaçao ingevoerd; recente waarnemingen zijn er zeldzaam. Losse vogels op andere eilanden zijn vermoedelijk ontsnapt. Buiten het gebied van Colombia en Venezuela door de Guyana's tot de benedenloop van de Amazone in Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad en Tobago in vrijwel elk open landschap met struiken en bomen, ook in tuinen en op hotelterreinen; op Jamaica in het laagland en op lagere hellingen. De groepjes vallen eerst op door het gekwetter; zittend in een boom worden ze door kleur en formaat vaak over het hoofd gezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen, en waar bos plaatsmaakt voor open land neemt de soort eerder toe dan af. Op Jamaica en Curaçao een exoot.

Wetenschappelijke naam

Forpus passerinus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Psittacus passerinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Forpus werd in 1858 ingevoerd door Boie. De herkomst van Forpus is onbekend. passerinus is Latijn voor 'mussachtig', naar het kleine formaat van deze papegaai. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.