Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Groenvleugelara

Groenvleugelara | Ara chloropterus

Red-and-green Macaw | Guacamayo aliverde

De groenvleugelara is de grootste rode ara, met een groene vleugelband en een lange, rode staart. Hij is niet inheems in het Caribisch gebied. Sinds 1999 leeft op Trinidad een kleine populatie; of die teruggaat op ontsnapte kooivogels of op vogels die vanuit Venezuela zijn overgestoken, is onbekend.

Groenvleugelara (Ara chloropterus)
Foto: Nicolas Olejnik — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, rauw en raspend raaah, lager en grover dan dat van de blauwgele ara, vooral in de vlucht. Bij het foerageren ook grommende en krakende geluiden.

Luister: VluchtroepXC1035445

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

90–95 cm, met een zware kop en een zeer lange, puntige staart. Kop, borst en buik zijn diep karmijnrood. Over de vleugel loopt een brede groene band van de middelste dekveren; de slagpennen, de stuit en de onderstaartdekveren zijn blauw. De staart is rood met blauwe punten. Het kale witte gezicht draagt rijen kleine rode veertjes. De bovensnavel is licht hoornkleurig, de ondersnavel zwart. De seksen zijn gelijk. Vliegt met trage, diepe slagen, meestal in paren.

Verwarrings­soorten

De geelvleugelara Ara macao, die in het gebied alleen als kooivogel voorkomt, heeft een geel in plaats van groen vleugelvlak, een kaal gezicht zonder rode veerrijen en is iets kleiner. De blauwgele ara Ara ararauna is blauw en geel. De roodbuikara Orthopsittaca manilatus op Trinidad is veel kleiner en groen.

Leefgebied

Op Trinidad bosranden, secundair bos en halfopen agrarisch land met hoge bomen, vooral in het westen en zuiden van het eiland en aan de rand van Port of Spain. Eet zaden, noten en vruchten van bomen en palmen. In het oorspronkelijke areaal een vogel van laaglandregenwoud en bosranden, die in holten van grote bomen broedt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Trinidad: kleine populatie sinds 1999, met waarnemingen verspreid over het eiland, onder meer in Siparia, Penal-Debe, San Juan-Laventille en Tunapuna-Piarco. Van Grenada zijn enkele waarnemingen bekend, en losse vogels elders in het gebied zijn ontsnapte kooivogels. Van nature van oostelijk Panama en Colombia over Venezuela en de Guyana's tot Bolivia, Paraguay, Noord-Argentinië en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad de moeite van zoeken in het zuiden en westen van het eiland, waar paren in de ochtend over open land met hoge bomen vliegen. De lage, grove roep en de trage vleugelslag zijn het eerste kenmerk; in goed licht is de groene band op de vleugel te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar op veel plaatsen achteruitgegaan door vangst voor de handel en ontbossing; in Argentinië was de soort uitgestorven en wordt ze in de Iberá-moerassen opnieuw uitgezet. Op Trinidad een exoot met een kleine, kwetsbare populatie.

Wetenschappelijke naam

Ara chloropterus | Gray, 1859

Gray beschreef de soort in 1859 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ara werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Ara komt uit het Tupi, waar ará een klanknabootsende naam voor de ara's is. chloropterus is Grieks voor 'groenvleugelig', van khlōros 'groen' en pteron 'vleugel', naar de groene middelste vleugeldekveren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit niet opgegeven.