Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Kemphaan
Kemphaan | Calidris pugnax
Ruff | Combatiente
De kemphaan is een steltloper van Europa en Azië die in Afrika en Zuid-Azië overwintert. Een klein aantal vogels belandt elk jaar aan de westkant van de Atlantische Oceaan, en in het Caribisch gebied is de soort een zeldzame maar regelmatige gast, het vaakst op Barbados. Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes; de kragen en oorpluimen van het broedkleed worden hier zelden gezien.
Geluid
Buiten de broedgebieden grotendeels stil; soms een zacht, laag tuwiet of een kort gegrom bij het opvliegen.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Mannetje 29–32 cm, vrouwtje 22–26 cm. Kleine kop op een vrij lange hals, een korte, iets gebogen snavel en vrij lange poten die geel, oranje of groenig kunnen zijn. De bovendelen zijn geschubd door brede lichte veerranden op donkere veercentra; in het najaar is de vogel vaak warm beige op kop en borst, zonder duidelijke strepen, met een witte buik. Rond de snavelbasis vaak een lichte kring. In vlucht een smalle witte vleugelstreep en een donkere stuit met aan weerszijden een groot wit, ovaal vlak, waardoor de stuit als een U oogt.
Verwarringssoorten
De kleine geelpootruiter Tringa flavipes is slanker, met een dunne rechte snavel, langere gele poten en een geheel witte stuit. De blonde ruiter Calidris subruficollis is kleiner, met korte snavel, gele poten en een egaal beige gezicht en onderdelen; hij mist de witte ovalen op de stuit. De gestreepte strandloper Calidris melanotos heeft een scherp afgezette gestreepte borst.
Leefgebied
Ondiepe zoetwaterplassen met slikkige randen, natte graslanden, rijstvelden, de randen van zoutpannen en lagunes. Foerageert lopend en pikkend, vaak tussen geelpootruiters en andere steltlopers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Het grootste deel van de gevallen komt van Barbados, waar de soort vrijwel elk jaar wordt gezien; daarnaast regelmatig op Puerto Rico en Guadeloupe en verspreid op Cuba, de Bahama's, Hispaniola, de Maagdeneilanden, Sint-Maarten, Sint Kitts, Martinique, Saint Lucia, Saint Vincent, Grenada, Trinidad en Tobago, de Kaaimaneilanden en de ABC-eilanden. Van veel eilanden ontbreken waarnemingen. Buiten het gebied broedt de soort van Noordwest-Europa tot Oost-Siberië en overwintert ze vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië.
Hoe en wanneer kijken
Ondiepe zoetwaterplassen op Barbados en Guadeloupe in de najaarstrek, tussen groepen geelpootruiters. Een steltloper met een kleine kop, korte snavel en geschubde, beige bovendelen verdient extra aandacht; in vlucht is de U-vormige witte tekening op de stuit doorslaggevend.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, al gaan de aantallen in Europa achteruit. In het Caribisch gebied een zeldzame gast zonder vaste populatie.
Wetenschappelijke naam
Calidris pugnax | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa Pugnax; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. pugnax is Latijn voor 'strijdlustig', naar het schijngevecht van de mannetjes op de baltsplaats. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.




