Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Kolgans
Kolgans | Anser albifrons
Greater White-fronted Goose | Ánsar careto
De kolgans is een grijsbruine gans met een witte bles aan de snavelbasis en zwarte dwarsbanden op de buik. Hij broedt op de toendra van het hoge noorden en overwintert in Noord-Amerika vooral in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico. In het Caribisch gebied is hij een zeldzame dwaalgast; op Cuba heet hij guanana.
Geluid
Een hoog, lachend kow-ljow of ljo-ljok, vaak in de vlucht en vooral in groepen; een eenling in het gebied is meestal stil.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
64–81 cm, een middelgrote, grijsbruine gans met een donkerder kop en hals. De volwassen vogel heeft een scherp afgetekende witte bles rond de snavelbasis en onregelmatige zwarte dwarsbanden en vlekken op de lichtere buik. De snavel is roze tot oranjeroze, de poten zijn oranje. Onderstaartdekveren en een smalle streep langs de flank zijn wit. Jonge vogels missen de bles en de buikvlekken en hebben een doffere snavel met een donkere punt; zij worden in het gebied het vaakst gezien. In de vlucht zijn de vleugels grijsbruin, zonder de lichtgrijze voorvleugel van de grauwe gans.
Verwarringssoorten
Tamme ganzen, die op veel eilanden bij boerderijen en vijvers leven, zijn zwaarder, hebben vaak wit in het verenkleed en missen de combinatie van witte bles en zwarte buikbanden. De grote Canadese gans Branta canadensis heeft een zwarte kop en hals met een witte wangvlek. De sneeuwgans Anser caerulescens in de donkere vorm (blauwe gans) heeft een witte kop en een donkere romp, en een snavel met een zwarte 'grijns'. Jonge kolganzen zonder bles zijn van tamme grauwe ganzen te onderscheiden aan de slankere bouw en de oranje poten.
Leefgebied
In het Caribisch gebied vooral bij zoetwatermeren en vijvers, rijstvelden en kort grasland of weiland, vaak in gezelschap van andere watervogels of tamme ganzen. Eet gras, zaden en graan, op het land en in ondiep water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
De belangrijkste vindplaatsen zijn de Bahama's en Cuba; op Cuba geldt de soort als zeldzaam. De meeste waarnemingen vallen in het noorden van het gebied. Van de meeste eilanden ontbreken gevallen. Buiten het gebied broedt de kolgans rond de Noordpool, in Alaska, Noord-Canada, Groenland en Noord-Rusland, en overwintert hij in het zuiden van de Verenigde Staten, Mexico, Europa en Azië.
Hoe en wanneer kijken
Een kolgans in het gebied zit vaak tussen tamme ganzen of eenden op een vijver of in een rijstveld. Bij elke wilde gans loont het om op de witte bles, de buikbanden en de oranje poten te letten.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een zeldzame dwaalgast.
Wetenschappelijke naam
Anser albifrons | (Scopoli, 1769)
Scopoli beschreef de soort in 1769 als Branta albifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anser werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Anser is het Latijnse woord voor 'gans'. albifrons is Latijn, van albus 'wit' en frons 'voorhoofd', naar de witte bles rond de snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Italië.



