Alle soorten › Reuzennachtzwaluwen › Reuzennachtzwaluwen › Noordelijke reuzennachtzwaluw
Noordelijke reuzennachtzwaluw | Nyctibius jamaicensis
Northern Potoo | Nictibio norteño
De noordelijke reuzennachtzwaluw is de reuzennachtzwaluw van de Grote Antillen, waar hij alleen op Jamaica en Hispaniola leeft. Hij werd lang als ondersoort van de grijze reuzennachtzwaluw beschouwd, maar wordt sinds 1995 meestal als aparte soort behandeld, vooral op grond van de afwijkende stem. Overdag zit hij roerloos rechtop op een afgebroken tak of paal en gaat dan op in het hout.
Geluid
Een rauw, kwakend kwaaah, kwa-kwa-kwa, hees en keelachtig, anders dan de klagende fluittonen van de grijze reuzennachtzwaluw. Daarnaast nadrukkelijke, blafachtige alarmroepen. Zingt 's nachts, vooral bij maanlicht.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–46 cm, wat groter en zwaarder dan de grijze reuzennachtzwaluw, met een grote kop, een klein snaveltje met een zeer brede bek, lange, puntige vleugels, een lange staart en zeer korte poten. Het verenkleed is grijsbruin met een ingewikkeld patroon van zwarte, grijze en crèmekleurige vlekken en strepen; de wangen zijn licht met een donkere baardstreep eronder. De ogen zijn groot en geel en lichten 's nachts in een lamp rood op. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Op Jamaica en Hispaniola geen andere reuzennachtzwaluw. De nachtzwaluwen, zoals de Antilliaanse nachtzwaluw Chordeiles gundlachii, de Hispaniolanachtzwaluw Antrostomus ekmani en de dwergpauraque Siphonorhis brewsteri, zijn kleiner en rusten liggend op de grond of in de lengte op een tak. De Jamaicaanse ransuil Asio grammicus en de Hispaniolakerkuil Tyto glaucops hebben een gezichtssluier en een gehaakte snavel. De grijze reuzennachtzwaluw Nyctibius griseus van Trinidad en Tobago is iets kleiner en heeft een fluitende, dalende zang.
Leefgebied
Vooral het laagland en de lagere heuvels: droog en halfgroen bos, kalksteenbos, open bos met open plekken, en cultuurland en weiden met verspreide bomen; ook bij golfbanen, parken en aan de rand van bebouwing. Jaagt 's nachts vanaf een vaste uitkijkpost op grote vliegende insecten en keert daarna terug naar dezelfde zitplaats. Legt één ei zonder nestmateriaal op een afgebroken tak; beide ouders broeden en voeren het jong.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Jamaica en Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), inclusief het eiland Gonâve, met een eigen ondersoort op elk van beide eilanden. Losse meldingen van Cuba, de Kaaimaneilanden en Trinidad in de waarnemingsdata zijn niet onderbouwd. Buiten het gebied van Mexico tot Costa Rica.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste te vinden in heldere nachten, door op de rauwe roep te letten en de vogel vervolgens met een lamp aan de oplichtende ogen op een paal of tak langs een weg of bosrand op te sporen. Op Jamaica zit hij ook in parken en op golfbanen in het laagland. Een lamp hoort spaarzaam gebruikt te worden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied op het vasteland en verdraagt halfopen en bewerkt land met bomen.
Wetenschappelijke naam
Nyctibius jamaicensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus jamaicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctibius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Nyctibius is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en bios 'leven': 'die 's nachts leeft', naar de nachtelijke leefwijze. jamaicensis betekent 'uit Jamaica', waar het typeexemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.




