Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Pauraque

Pauraque | Nyctidromus albicollis

Pauraque | Chotacabras pauraque

De pauraque is op Trinidad de nachtzwaluw die het vaakst gezien wordt: 's avonds zit hij op onverharde wegen en paden, waar de ogen in het licht van koplampen oranjerood oplichten. Hij leeft meer op de grond dan de meeste nachtzwaluwen; hij loopt en rent soms liever dan dat hij opvliegt. De naam is afgeleid van de roep.

Pauraque (Nyctidromus albicollis)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een fluitend poer-wiiieer, vaak voorafgegaan door enkele korte poek-tonen; hij wordt in de schemering en 's nachts eindeloos herhaald, vooral in het droge seizoen en het begin van het broedseizoen. Daarnaast zachte wiek-roepen in de vlucht.

Luister: ZangXC1174897

Opname: Jonas Nilsson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–28 cm, met een lange, afgeronde staart en vrij korte, ronde vleugels. Het verenkleed is gemarmerd grijsbruin of roestbruin, met een rij zwarte, geelbruin omrande vlekken op de schouders en een roestbruine oorstreek. De keel draagt een witte band. Het mannetje heeft een brede witte band over de handpennen en grotendeels witte buitenste staartpennen. Bij het vrouwtje is de vleugelband smaller en geelbruiner en is er veel minder wit in de staart. In de vlucht is de witte band dicht bij de vleugelpunt zichtbaar.

Verwarrings­soorten

De rosse nachtzwaluw Antrostomus rufus is egaal roodbruiner, heeft geen witte vleugelband en een kortere staart. De witstaartnachtzwaluw Hydropsalis cayennensis is kleiner, met een korter lichaam; het mannetje heeft een witte kraag en veel wit in de staart. De Amerikaanse nachtzwaluw Chordeiles minor en verwanten hebben spitse vleugels met een witte band halverwege de vleugel en jagen hoog in de lucht. De kortstaartnachtzwaluw Lurocalis semitorquatus is donker, kortstaartig en zonder wit.

Leefgebied

Halfopen landschap: bosranden, open en droog bos, struweel, weilanden met struiken, plantages en de randen van akkers, waar dichte vegetatie overdag dekking biedt en open grond 's nachts jachtterrein. Jaagt met korte sprongen of vluchtjes vanaf de grond op motten, kevers en andere insecten. De eieren worden zonder nest op de kale bodem of in het blad gelegd.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar de soort algemeen is in het laagland en de lagere heuvels. Op Tobago ontbreekt ze. Buiten het gebied van het zuiden van Texas door Mexico en Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langzaam rijden over landweggetjes en bospaden na het donker, bijvoorbeeld rond de Aripo Savannah en de randen van de Northern Range, levert vaak vogels op die op de weg zitten. De oogreflectie in het licht van een lamp verraadt ze; overdag zijn ze zelden te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort past zich aan cultuurland en secundaire begroeiing aan. Vogels op wegen worden geregeld door verkeer gedood.

Wetenschappelijke naam

Nyctidromus albicollis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus albicollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctidromus werd in 1838 ingevoerd door Gould. Nyctidromus is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en dromos 'loper': 'nachtloper', naar de gewoonte 's nachts over paden en open grond te lopen. albicollis is Latijn, van albus 'wit' en collum 'hals', naar de witte keelband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.