Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Verreaux' duif

Verreaux' duif | Leptotila verreauxi

White-tipped Dove | Paloma montaraz común

Verreaux' duif is een forse, bleke grondduif die van Texas tot Argentinië voorkomt en in het Caribisch gebied alleen op de eilanden voor de kust van Zuid-Amerika leeft: de ABC-eilanden en Trinidad en Tobago. Daar is hij algemeen in struweel, droog bos en tuinen. Hij loopt alleen of in paren over de schaduwrijke bodem en vliegt bij verstoring met klapperende vleugels laag weg naar dekking, waarbij de witte staarthoeken oplichten.

Verreaux' duif (Leptotila verreauxi)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lage, holle roep, oe-woeoeoe, met een korte aanzet en een langere tweede toon op dezelfde hoogte, alsof over de hals van een fles wordt geblazen. Hij klinkt vooral in het eerste en laatste uur van de dag uit dichte begroeiing en draagt ver. Bij het opvliegen maken de vleugels een fluitend of klapperend geluid.

Luister: RoepXC1163763

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–31 cm, een zware duif met een kleine kop en een vrij lange, afgeronde staart. Het voorhoofd is bleek, grijsachtig tot witachtig, de kruin en de achterhals zijn grijs met een paarse of groene glans op de nek. De bovendelen zijn effen olijfbruin, zonder vlekken op de vleugel. De keel is witachtig, de borst bleek roze-grijs en de buik wit. Rond het lichte oog zit kale huid, afhankelijk van de ondersoort rood of blauwig; de poten zijn rood. De staart is donker met witte hoeken, het best te zien bij opvliegen; de ondervleugel is roodbruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijskruinduif Leptotila rufaxilla, alleen op Trinidad, heeft een blauwgrijze kruin, een warmere, meer rossige tint op wang en hals en minder wit in de staart; hij leeft meer in het binnenste van vochtig bos. De geoorde treurduif Zenaida auriculata is kleiner en slanker, met zwarte vlekken op de vleugel en een zwart vlekje achter het oog. De naaktoogduif Patagioenas corensis op de ABC-eilanden is groter, zit veel in bomen en heeft een witte vleugelband en blauwe kale huid rond het oog. De rosse kwartelduif Geotrygon montana op Trinidad en Tobago is roestbruin en mist de witte staarthoeken.

Leefgebied

Op de ABC-eilanden doornstruweel, cactusscrub en droog bos, maar ook erven, tuinen en kleinschalig cultuurland (de kunuku). Op Trinidad en Tobago bosranden, secundair bos, struweel, plantages en tuinen, van het laagland tot in de heuvels; het gesloten binnenste van vochtig regenbos laat hij grotendeels aan de grijskruinduif over. Hij foerageert lopend op de grond naar zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden en blijft dicht bij dekking. Het nest is een los platform van takjes in een struik of lage boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Algemene standvogel op Aruba, Curaçao en Bonaire en op Trinidad en Tobago. Elders in het Caribisch gebied ontbreekt hij; enkele opgaven van Jamaica zijn niet bevestigd. Daarbuiten van het uiterste zuiden van Texas door Mexico en Midden-Amerika tot in Zuid-Amerika, tot Peru, Uruguay en het midden van Argentinië, ook op eilanden voor de kust van Venezuela. Er worden veel ondersoorten onderscheiden, die in tint en formaat verschillen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Curaçao en Bonaire loopt de soort in de vroege ochtend over zandwegen en paden in de kunuku en in parken zoals Christoffelpark en Washington-Slagbaai, en komt hij op erven af op gemorst zaad. Op Tobago en Trinidad is hij aan bosranden en langs wegen algemeen. De holle roep is het eerste aanknopingspunt; bij het opvliegen zijn de witte staarthoeken en de roodbruine ondervleugel zichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot areaal en is in het grootste deel daarvan algemeen. Op de eilanden in het gebied past ze zich goed aan door de mens veranderd landschap aan, zoals tuinen en cultuurland, en er zijn geen aanwijzingen voor achteruitgang.

Wetenschappelijke naam

Leptotila verreauxi | Bonaparte, 1855

Bonaparte beschreef de soort in 1855 als Leptoptila verreauxi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leptotila werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Leptotila is Grieks, van leptos 'slank, smal' en ptilon 'veer', naar de plotseling versmalde buitenste handpen. verreauxi eert de Franse natuuronderzoeker en natuurhistorisch handelaar Jules Verreaux (1807–1873). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Colombia.