De leefgebieden van Mexico en Midden-Amerika
Elke soort in deze gids is gekoppeld aan de leefgebieden waar hij in Mexico en Midden-Amerika het meest voorkomt, opgebouwd uit de macrogroepen van de International Vegetation Classification (IVC) van NatureServe. De indeling kent elf hoofdgroepen, van open zee tot cultuurland en bebouwing, en daaronder achtenveertig specifiekere formaties — van mangrove en Chocó-Darién-regenwoud tot nevelwoud, pijn-eikenbos en Sonorawoestijn. Per vogel staan hooguit drie van die formaties: niet alles waar hij ooit is gezien, maar waar hij werkelijk thuishoort.
Klik op een leefgebied voor de beschrijving.
Zee en oceanische eilanden A
Alle leefgebieden waarin zeewater de doorslag geeft, van de diepe Stille Oceaan voor de westkust tot de Golf van Mexico en de Caribische Zee aan de oostkant. De indeling volgt diepte en bodem: de open oceaan voorbij de rand van het plat, het kustwater erboven, de riffen en zeegrasvelden in ondiep helder water, en de verre oceanische eilanden met hun eigen vogels. Voor vogels loopt het bereik van stormvogeltjes en pijlstormvogels die alleen om te broeden aan land komen tot pelikanen en sterns die vlak onder de kust vissen.
-
Open oceaan A1
open water van de Golf van Californië bij Isla Coronados, Baja California Sur, Mexico
54 soorten
Het diepe water voorbij de rand van het continentaal plat, waar de bodem wegzakt naar duizenden meters. Die rand is de grens met Kustwater en continentaal plat; riffen en zeegras liggen altijd daarbinnen. Aan de Pacifische kant is de zee rijker dan aan de Caribische: opwelling van koel, voedselrijk water, zoals in de Costa Rica-koepel voor de kust van Midden-Amerika, trekt grote aantallen zeevogels. Hier foerageren Wigstaartpijlstormvogel, Galápagospijlstormvogel, Galapagosstormvogeltje, Zwart stormvogeltje en Nazcagent; Grauwe franjepoot en Rosse franjepoot overwinteren op zee, en Middelste jager en Vorkstaartmeeuw trekken er langs. In de warmere, armere Caribische Zee zijn Bonte stern en Brilstern de gewone verschijningen.
-
Kustwater en continentaal plat A2
Playa El Requesón, Bahía Concepción
83 soorten
Het open water boven het continentaal plat, van de branding tot de rand waar Open oceaan begint. De Golf van Californië, de Golf van Fonseca en de Golf van Honduras horen er grotendeels bij; waar rif of zeegras de bodem bepaalt begint Koraalrif en zeegrasvelden, en lagunes achter een strandwal vallen onder Lagune, estuarium en zoutpan. In de Golf van Californië maakt opwellend water de zee uitzonderlijk visrijk. Hier jagen de vogels die je vanaf elke kade ziet: Bruine pelikaan stoot neer op scholen sardines, Blauwvoetgent en Bruine gent duiken in groepen, Amerikaanse fregatvogel pikt vis van het oppervlak, en Koningsstern en Sierlijke stern vissen vlak onder de kust. Voor Baja California overwinteren Pacifische parelduiker en Brilzee-eend.
-
Koraalrif en zeegrasvelden A3
koraalrif in het nationaal park Arrecifes de Cozumel, Quintana Roo, Mexico
4 soorten
Ondiepe, heldere zee boven koraalrif, zeegras of wierbedden. Het water erachter, boven kaal zand of slib, hoort bij Kustwater en continentaal plat; wat bij eb droogvalt hoort bij Getijdenvlakte en slikken. Het Mesoamerikaans Barrièrerif loopt over ongeveer duizend kilometer van het noorden van Quintana Roo langs Belize en Guatemala tot de Bahía-eilanden van Honduras; in de ondiepe lagunes erachter groeit schildpaddengras, <em>Thalassia testudinum</em>. Aan de Pacifische kant zijn riffen schaars, met Cabo Pulmo in Baja California Sur als bekend voorbeeld. Vogels gebruiken het rif als visgrond: Bruine gent duikt in de geulen, Brilstern en Grote stern vissen boven de rifrand, en Visarend jaagt boven het heldere water.
-
Oceanische eilanden A4
Revillagigedo-eilanden, Mexico
27 soorten
Ver uit de kust gelegen vulkanische eilanden en atollen die nooit met het vasteland verbonden waren, met eigen soorten of grote zeevogelkolonies. Eilanden dichter bij de kust, zoals Cozumel, de Islas Marías en de Bahía-eilanden, krijgen de formaties van hun begroeiing, en kleine rotsjes en cays vallen onder Rotseilandjes, cays en zeevogelkolonies. In de Stille Oceaan liggen Guadalupe voor Baja California, de Revillagigedo-eilanden, het atol Clipperton en Isla del Coco voor Costa Rica. Elk heeft eigen landvogels: Guadalupejunco op Guadalupe, Socorrospotlijster, Socorrowinterkoning en Clarionwinterkoning op de Revillagigedo-eilanden, Cocoskoekoek, Cocostiran en Cocosvink op Isla del Coco. Laysanalbatros nestelt op Guadalupe, en Townsends pijlstormvogel broedt alleen op de Revillagigedo-eilanden.
Kust B
De smalle strook waar land en zee elkaar raken, langs de lange Pacifische kust van Baja California tot Darién, en de Atlantische kust langs de Golf van Mexico en de Caribische Zee. De indeling volgt ondergrond en water: los zand, kale rots, slik dat droogvalt, bos en kruiden in zout water, lagunes en zoutpannen, en de kleine eilandjes vlak voor de kust. Voor vogels is de kust een knooppunt: grote aantallen steltlopers uit het noorden overwinteren of rusten hier op de trek, en reigers, sterns en zeevogels broeden er in kolonies.
-
Zandstrand en duinen B1
zandstrand bij Mazunte, Oaxaca, Mexico
64 soorten
Stranden, strandwallen en kustduinen, van kaal zand tot lage begroeiing met kruipende planten en struiken. Waar achter het strand mangrove begint, gaat het over in Mangrove, en waar rots de kust vormt in Rotskust en zeekliffen. Over het zand kruipt de strandwinde, <em>Ipomoea pes-caprae</em>, en aan de Caribische kant staat zeedruif, <em>Coccoloba uvifera</em>, op de strandwal. Grote duingebieden liggen langs de kust van Veracruz en aan de Pacifische kant van Baja California. Langs de vloedlijn lopen Drieteenstrandloper, Amerikaanse regenwulp en Willet; Sneeuwplevier en Wilsons plevier broeden in het kale zand, en Amerikaanse dwergstern en Amerikaanse schaarbek rusten in groepen op de strandvlakte.
-
Rotskust en zeekliffen B2
El Arco, Cabo San Lucas, Baja California Sur, Mexico
28 soorten
Rotsige kustlijn met branding, getijdenpoelen en kliffen die direct uit zee oprijzen. Rotsen en kliffen in het binnenland horen bij Kliffen, ravijnen en rotshellingen, en zandige baaien tussen de kapen bij Zandstrand en duinen. Deze formatie is het best ontwikkeld langs de Pacifische kust van Baja California en op de rotsige kapen van het Mexicaanse en Midden-Amerikaanse vasteland; de Caribische kust is overwegend laag. Op de natte rotsen zoeken Steenloper, Amerikaanse grijze ruiter, Brandingloper en Amerikaanse oeverloper naar voedsel. Langs Baja California komen daar Zwarte steenloper en Amerikaanse zwarte scholekster bij, en rusten Brandts aalscholver en Pacifische mantelmeeuw op de kliffen; in de Golf van Californië neemt Californische mantelmeeuw die plaats in.
-
Getijdenvlakte en slikken B3
Ría Lagartos, Yucatán
68 soorten
Vlakten van slik en zand die bij eb droogvallen, zonder hogere begroeiing. Waar zoutplanten de hogere delen begroeien begint Kwelder en zoutmoeras, en wat permanent onder water blijft hoort bij Lagune, estuarium en zoutpan. De grootste vlakten liggen waar het getijverschil groot is: in de noordelijke Golf van Californië, in de lagunes van Sinaloa en Nayarit en in de Bocht van Panama, waar het slik over kilometers droogvalt. De Bocht van Panama is een van de belangrijkste pleisterplaatsen van het continent, waar honderdduizenden Alaskastrandlopers en Grijze strandlopers op de trek bijtanken. Verder zoeken Marmergrutto, Amerikaanse wulp, Kleine grijze snip, Zilverplevier en Amerikaanse bontbekplevier er voedsel, en jaagt Roodhalsreiger met gespreide vleugels in de ondiepten.
-
Mangrove B4
Tecolutla, Veracruz
144 soorten
Getijdenbos van zoutverdragende bomen langs beide kusten, van hoge mangrovebossen tot lage struwelen. Kale slikvlakten horen bij Getijdenvlakte en slikken, en waar het water landinwaarts zoet wordt gaat mangrove over in Moerasbos en palmmoeras. Aan de waterkant staat rode mangrove, <em>Rhizophora mangle</em>, op stelwortels, daarachter zwarte mangrove, <em>Avicennia germinans</em>, en witte mangrove, <em>Laguncularia racemosa</em>. Grote mangrovegebieden liggen in Marismas Nacionales in Nayarit, in de Golf van Fonseca en bij Térraba-Sierpe in Costa Rica. Typisch zijn Mangrovezanger, Mangrovevireo, Mangrovekoekoek en Roodnekbosral; Zwarte buizerd jaagt er op krabben, Schuitbekreiger rust overdag in het dichte gewortel, en aan de Pacifische kust van Costa Rica leeft de endemische Mangroveamazilia.
-
Kwelder en zoutmoeras B5
La Tovara, Nayarit, Mexico
57 soorten
Lage kruidenbegroeiing op zilte grond achter de kust, die bij springtij of stormvloed onder water loopt. Kale zoutvlakten en zoutpannen horen bij Lagune, estuarium en zoutpan, en waar het water zoet wordt begint Zoetwatermoeras en natte graslanden. Kenmerkende planten zijn zeekraal, <em>Salicornia</em>, en <em>Batis maritima</em>, met zoutgras, <em>Distichlis spicata</em>, op de hogere delen. De grootste kwelders liggen langs de lagunes van Baja California, Sonora en Sinaloa en langs de kust van Yucatán. Californische ral broedt in de Pacifische kwelders en Klapperral aan de Golfkust, en Savannahgors zoekt zaden tussen de zoutplanten; Witte ibis, Witbuikreiger en Willet foerageren in de geulen.
-
Lagune, estuarium en zoutpan B6
zoutpannen bij Celestún, Yucatán, Mexico
138 soorten
Brak en zout open water achter strandwallen en in riviermonden, met de kale zoutvlakten en zoutwinningen eromheen. De begroeide randen horen bij Mangrove of Kwelder en zoutmoeras, en zoutmeren ver in het binnenland bij Binnenlands zout- en sodameer. Lagunes liggen langs bijna de hele kust: Ojo de Liebre en San Ignacio in Baja California, de Laguna Madre in Tamaulipas, Celestún en Ría Lagartos in Yucatán, en de zoutpannen rond de Golf van Fonseca. Rode flamingo foerageert in de ondiepe lagunes van Yucatán en broedt bij Ría Lagartos; in de lagunes van Baja California overwintert Rotgans, en de Laguna Madre is een belangrijke winterplaats van Amerikaanse tafeleend. Amerikaanse witte pelikaan, Rode lepelaar, Amerikaanse kluut en Reuzenstern zijn er gewone gasten.
-
Rotseilandjes, cays en zeevogelkolonies B7
Isla Mitlán, Bahía de los Ángeles, Baja California, Mexico
52 soorten
Kleine eilandjes, rotsen en koraalcays dicht bij de kust, kaal of schaars begroeid, waar zeevogels veilig voor landroofdieren kunnen broeden. Grote eilanden krijgen de formaties van hun begroeiing, en verre eilanden in de oceaan vallen onder Oceanische eilanden. In de Golf van Californië broedt op het kleine Isla Rasa het grootste deel van de wereldpopulatie van Heermanns meeuw en Sierlijke stern, en op andere eilanden in de golf Californische mantelmeeuw, Blauwvoetgent en Craveri's alk. Isla Isabel voor de kust van Nayarit is bekend om zijn kolonies van Blauwvoetgent en Amerikaanse fregatvogel. Aan de Caribische kant broeden Roodpootgent en Amerikaanse fregatvogel op Half Moon Caye in Belize, en Bonte stern en Noddy op het Arrecife Alacranes voor Yucatán.
Binnenwater C
Al het zoete en binnenlandse zoute water buiten de invloed van de zee: meren en stuwmeren, rivieren en beken, en de zout- en sodameren van de droge hoogvlakten. Moerassen en oeverbossen langs dat water vormen een eigen hoofdgroep. Mexico en Midden-Amerika hebben weinig grote natuurlijke meren, met het Meer van Nicaragua en het Meer van Chapala als grootste, maar wel een dicht net van rivieren en veel stuwmeren. Voor vogels betekent dat fuuten, eenden en aalscholvers op het open water, en ijsvogels, reigers en de waterspreeuw langs het stromende water.
-
Meer, stuwmeer en vijver C1
Meer van Atitlán, Guatemala
137 soorten
Stilstaand zoet water, van kratermeren en hooglandmeren tot stuwmeren, visvijvers en tijdelijke poelen. Oevers met riet, lisdodde en biezen horen bij Zoetwatermoeras en natte graslanden, en zoute meren in het binnenland bij Binnenlands zout- en sodameer. Bekende voorbeelden zijn het Meer van Chapala en het Meer van Pátzcuaro op de Mexicaanse hoogvlakte, het Meer van Atitlán in Guatemala, het Meer van Nicaragua en het Gatúnmeer in het Panamakanaal. Amerikaanse dodaars en Dikbekfuut broeden op kleine wateren, Zwanenhalsfuut en Clarks fuut op de grote meren van de hoogvlakte. 's Winters verzamelen zich Amerikaanse meerkoet, Kleine topper, Blauwvleugeltaling en Amerikaanse witte pelikaan, en Midden-Amerikaanse jacana loopt over de drijvende waterplanten.
-
Rivier en beek C2
Río Pacuare, Costa Rica
78 soorten
Stromend zoet water, van snelle bergbeken met watervallen tot brede, trage laaglandrivieren met zandbanken. Het bos langs de oevers hoort bij Overstromingsbos en galerijbos of Oeverbos in droge en gematigde streken, en waar het getij binnendringt begint de kust. Grote rivieren zijn de Usumacinta en de Grijalva, de Río Coco tussen Honduras en Nicaragua, de Río San Juan en de Chagres in Panama. In bergbeken leven Noord-Amerikaanse waterspreeuw en, in Costa Rica en Panama, Bergbeektachuri, Zeemstuitzanger en Gestreepte tijgerroerdomp. Langs laaglandrivieren vissen Amerikaanse reuzenijsvogel, Amazone-ijsvogel en Groene ijsvogel, broedt Halsbandplevier op de zandbanken en jaagt Mangrovezwaluw laag over het water; 's winters loopt Louisianawaterlijster langs de stenen.
-
Binnenlands zout- en sodameer C3
Lago de Texcoco, Atenco
34 soorten
Zoute, brakke of alkalische meren en playas in het binnenland, vaak ondiep en in de droge tijd deels of helemaal drooggevallen. Kustlagunes met zout water vallen onder Lagune, estuarium en zoutpan, zoete meren onder Meer, stuwmeer en vijver. Ze liggen in de afvoerloze bekkens van de Mexicaanse Hoogvlakte en de Chihuahuawoestijn; het bekendste voorbeeld is het restant van het Texcocomeer bij Mexico-Stad. Voor watervogels zijn het belangrijke winterplaatsen: Slobeend, Pijlstaart en Geoorde fuut verzamelen zich in grote aantallen, Canadese kraanvogel overwintert rond de lagunes van Chihuahua, en Amerikaanse kluut, Amerikaanse steltkluut, Sneeuwplevier en Grote franjepoot foerageren langs de kale oevers.
Moerassen en oeverbos D
Natte leefgebieden waar de begroeiing het open water overneemt: kruidachtige moerassen en natte graslanden, bossen die langdurig onder water staan, en de bossen langs rivieren. Open water zonder begroeiing hoort bij Binnenwater, en mangrove en kwelder in zout water bij de Kust. In het tropische laagland gaat het om de grote overstromingsvlakten van Tabasco, Belize en de Caribische kust van Midden-Amerika; in het droge noorden om smalle groene linten langs de rivieren. Voor vogels zijn ze rijk aan rallen, reigers en ooievaars, en in droge streken een levensader voor zangvogels.
-
Zoetwatermoeras en natte graslanden D1
Lago de Pátzcuaro, Michoacán
175 soorten
Kruidachtige moerassen met lisdodde, biezen en hoge grassen, natte weilanden die in de regentijd onderlopen, en kleine venen in de bergen. Staan er bomen in het moeras, dan is het Moerasbos en palmmoeras; open water hoort bij Meer, stuwmeer en vijver. In Mexico heten zulke moerassen tular, naar de lisdodde, <em>Typha</em>, of popal, naar de waterplant <em>Thalia geniculata</em>. Grote voorbeelden zijn de Pantanos de Centla in Tabasco en Palo Verde en Caño Negro in Costa Rica; bij Toluca liggen de restanten van de moerassen van de Río Lerma, waar Mexicaanse ral en Zwartkruinmaskerzanger leven, twee soorten die alleen in Midden-Mexico voorkomen. In het laagland zijn Slakkenwouw, Koerlan, Amerikaans purperhoen, Midden-Amerikaanse jacana en Zwartbuikfluiteend typisch.
-
Moerasbos en palmmoeras D2
Tortuguero, Costa Rica
54 soorten
Bos dat een groot deel van het jaar met de voeten in zoet water staat, met bomen en palmen die tegen langdurige overstroming bestand zijn. Mangrove langs de zoute kust is een andere formatie, en bos dat alleen tijdelijk bij hoog rivierwater overstroomt hoort bij Overstromingsbos en galerijbos. In Yucatán, Petén en Belize staan tintales van palo de tinto, <em>Haematoxylum campechianum</em>, in laagten die in de regentijd onderlopen. Langs de Caribische kust van Nicaragua, Costa Rica en Panama groeien moerassen van de yolillopalm, <em>Raphia taedigera</em>, zoals bij Tortuguero, en op enkele plaatsen moerasbos met <em>Pterocarpus officinalis</em>. In het schemerige bos vissen Agamireiger en Kleine fuutkoet langs stille kreken, rust Schuitbekreiger overdag in de bomen, en zoekt Citroenzanger 's winters voedsel boven het water.
-
Overstromingsbos en galerijbos D3
Río Usumacinta bij Yaxchilán, Chiapas, Mexico (grens met Guatemala)
275 soorten
Tropisch bos langs rivieren en in uiterwaarden dat in de regentijd tijdelijk onder water loopt, en de smalle galerijbossen die rivieren volgen door savanne en droogbos. Bos dat langdurig onder water staat is Moerasbos en palmmoeras, en oeverbos in het droge en gematigde noorden van Mexico hoort bij Oeverbos in droge en gematigde streken. Uitgestrekt overstromingsbos ligt langs de Usumacinta en de Río San Juan, en in Darién groeien bossen van cativo, <em>Prioria copaifera</em>. Galerijbossen lopen als groene linten door de droge Pacifische laaglanden, zoals in Guanacaste. Hier broedt Muskuseend in boomholten, staat Mexicaanse tijgerroerdomp roerloos op de oever, en vissen Amazone-ijsvogel en Groene dwergijsvogel vanaf takken boven het water.
-
Oeverbos in droge en gematigde streken D4
Río Yaqui, Sonora, Mexico
170 soorten
Bos en struweel langs rivieren en arroyos in het droge en gematigde noorden en midden van Mexico, waar het grondwater bomen in leven houdt die verder in het landschap ontbreken. Het vochtige tropische bos langs rivieren in het zuiden hoort bij Overstromingsbos en galerijbos. Langs het water staan populier, <em>Populus fremontii</em>, wilg, plataan, <em>Platanus</em>, en de sabino of ahuehuete, <em>Taxodium mucronatum</em>, de nationale boom van Mexico; op de vlakten erachter groeien dichte mesquitebosjes, <em>Prosopis</em>. Zulke oeverbossen liggen langs de Río Bravo, de Yaqui en de Conchos en in de kloven van de Sierra Madre. Ze trekken Bells vireo, Geelsnavelkoekoek en Rode tiran aan, Zwarte phoebe jaagt vanaf stenen in de stroom, en in de platanenkloven van Sonora broedt Koperstaarttrogon.
Vochtig laaglandbos E
Altijdgroene en halfgroenblijvende bossen van het warme, natte laagland en de lagere berghellingen, waar het grootste deel van het jaar regen valt. Bos dat in de droge tijd zijn blad verliest hoort bij Droogbos en doornstruweel, en bos boven ongeveer 1200 m bij Bergbos. Het zwaartepunt ligt aan de Caribische kant, van zuidelijk Veracruz en de Selva Lacandona via Petén en Belize tot de Caribische laaglanden van Midden-Amerika en het Darién. Voor vogels is dit de rijkste groep van de gids, met toekans, trogons, manakins, miervogels en grote bosarenden.
-
Laaglandregenwoud E1
Sirena, Nationaal Park Corcovado, Costa Rica
423 soorten
Hoog, gesloten regenwoud van zeeniveau tot ongeveer 500 à 700 m, met reuzenbomen, lianen en een donkere onderlaag. Hogerop gaat het over in Heuvel- en voetheuvelbos, en in Oost-Panama in Chocó-Darién-regenwoud. De grootste aaneengesloten bossen liggen in de Selva Lacandona in Chiapas, in Petén en Belize, in de Mosquitia van Honduras en Nicaragua en rond La Selva in Costa Rica; aan de Pacifische kant groeit regenwoud op het schiereiland Osa. Kenmerkende bomen zijn ceiba, <em>Ceiba pentandra</em>, en mahonie, <em>Swietenia macrophylla</em>. Bruine hokko en Grote tinamoe lopen over de bosbodem, McLeannans miervogel volgt zwermen trekmieren, Zwavelborsttoekan en Massena's trogon zitten in het bladerdak, Buffons ara zoekt voedsel in de Caribische laaglanden en Harpij jaagt er op apen en luiaards.
-
Heuvel- en voetheuvelbos E2
Nationaal Park Braulio Carrillo, Costa Rica
481 soorten
Vochtig bos op de lagere berghellingen, ongeveer tussen 500 en 1200 m, waar het bos nog hoog en soortenrijk is maar koeler en vaak natter dan in het laagland. Lager ligt Laaglandregenwoud, hoger Nevelwoud van Mexico en noordelijk Midden-Amerika of Bergregenwoud van Costa Rica en Panama. Het best ontwikkeld is deze gordel aan de Caribische helling van Costa Rica en West-Panama, zoals in Braulio Carrillo, maar ook bij Pico Bonito in Honduras. Boomvarens van het geslacht <em>Cyathea</em> en palmen vullen de onderlaag. Hier leeft een eigen groep heuvelspecialisten: Kielsnavelmotmot, Kleine motmot, Rasterstaarttrogon, Witkruinkolibrie, Grijskruinmiervogel, Smaragdtangare en Spikkeltangare, en Penseelparasolvogel broedt in deze gordel.
-
Chocó-Darién-regenwoud E3
Nuquí, Chocó, Colombia
193 soorten
Zeer nat regenwoud van het laagland van Oost-Panama, in Darién en het oosten van Guna Yala, waar Zuid-Amerikaanse planten en dieren hun noordgrens bereiken. Westelijker regenwoud hoort bij Laaglandregenwoud, de bergen van Darién bij Bergregenwoud van Costa Rica en Panama. Het grootste deel ligt in het Nationaal Park Darién en langs de rivieren Tuira en Chucunaque. Boven het bladerdak steken cuipo, <em>Cavanillesia platanifolia</em>, en espavé, <em>Anacardium excelsum</em>, uit. Harpij en Wurgarend broeden in deze bossen, en binnen het gebied van de gids leven vooral hier Zwartrugglansvogel, Noordelijke grijswangtrappist, Goudkopmanakin, Zwarte oropendola en Dwergara.
-
Secundair bos en bosrand E4
Río Sarapiquí, Costa Rica
687 soorten
Jong bos, ruigte en struweel dat opkomt na kap, brand of verlaten landbouw, en de zonnige randen van oud bos. In Mexico heet het acahual, in Guatemala en Honduras guamil, in Nicaragua en Costa Rica tacotal. Oud gesloten bos hoort bij de andere formaties van Vochtig laaglandbos of bij Droogbos en doornstruweel, en open land met losse bomen bij Weiland en veeteeltland met bomen. Snelle pioniers zoals guarumo, <em>Cecropia</em>, en balsa, <em>Ochroma pyramidale</em>, en dichte bosjes <em>Heliconia</em> bepalen het beeld. Gebandeerde mierklauwier en Bontkeelsaltator leven in het struikgewas, Roodstaartamazilia bezoekt de bloemen, Eekhoornkoekoek sluipt door de boomkruinen, Vuurkraagtangare is talrijk aan de Caribische kant en Jacarinagors zingt op open plekken.
Droogbos en doornstruweel F
Bossen en struwelen van streken met een lange, uitgesproken droge tijd, waarin veel bomen hun blad laten vallen en het landschap maanden kaal en grijs is. Het nattere altijdgroene bos hoort bij Vochtig laaglandbos, en echte woestijn bij Woestijn, halfwoestijn en chaparral. Het grootste deel ligt langs de Pacifische helling van Sonora tot Panama, met daarnaast het noorden van Yucatán en droge binnendalen. Voor vogels zijn ze rijk aan eigen soorten, met veel endemen van West-Mexico en Yucatán, en met motmots, ekstergaaien, papegaaien en kwartels.
-
Pacifisch tropisch droogbos F1
Guanacaste, Costa Rica
261 soorten
Bladverliezend en halfbladverliezend bos langs de Pacifische helling, van Sonora en Sinaloa via de Balsasdepressie tot Guanacaste en de Arco Seco van Panama. In de regentijd is het bos dicht en groen, in de droge tijd grotendeels kaal. Open doornig struweel met zuilcactussen hoort bij Doornstruweel en cactusbos. Bekende gebieden zijn Chamela in Jalisco en Santa Rosa in Costa Rica; kenmerkende bomen zijn soorten <em>Bursera</em> en guanacaste, <em>Enterolobium cyclocarpum</em>. In West-Mexico leven Collies ekstergaai, West-Mexicaanse chachalaca, Finsch' amazone en Goudwangspecht, en in de Balsasdepressie Balsasschreeuwuil. Zuidelijker horen Ekstergaai, Geelnekamazone, Hoffmanns specht en Langstaartmanakin bij dit bos.
-
Seizoensbos van Yucatán en de Caribische binnendalen F2
Uxmal, Yucatán, Mexico
183 soorten
Halfbladverliezend tot bladverliezend bos op kalk van het noorden van het schiereiland Yucatán, en vergelijkbaar droogbos in droge dalen aan de Caribische kant van Guatemala en Honduras, zoals de Motaguavallei en de Aguánvallei. Het vochtiger bos van zuidelijk Yucatán en Petén hoort bij Laaglandregenwoud. Het bos is laag tot middelhoog en staat op dunne grond met cenotes; veel voorkomend zijn gumbo-limbo, <em>Bursera simaruba</em>, chechem, <em>Metopium brownei</em>, en tzalam, <em>Lysiloma latisiliquum</em>. Het noorden van Yucatán heeft een eigen groep vogels: Yucatangaai, Yucatánspecht, Yucatántiran, Yucatántroepiaal, Rozekeeltangare, Geelteugelamazone en Zwartkeelboomkwartel. In de Aguánvallei leeft Hondurese amazilia.
-
Doornstruweel en cactusbos F3
Sierra Gorda, Querétaro
198 soorten
Laag, doornig struweel met zuilcactussen in de droogste tropische en subtropische streken. Hoger bladverliezend bos hoort bij Pacifisch tropisch droogbos, en echte woestijn bij Sonorawoestijn, Woestijn van Baja California of Chihuahuawoestijn en hoogvlaktestruweel. Het komt voor in Sinaloa en Sonora, in de vallei van Tehuacán-Cuicatlán, waar <em>Neobuxbaumia tetetzo</em> hele cactusbossen vormt, in het struweel van Tamaulipas met mesquite, <em>Prosopis</em>, en in de Motaguavallei in Guatemala. In het noordwesten leeft Douglas' kuifkwartel, in de droge dalen van Puebla en Oaxaca Boucards winterkoning, Grijskeelspecht en Baardgors, en in Tamaulipas Mexicaanse kraai, Langsnavelspotlijster en Olijfgors. Kleine renkoekoek rent door het struweel van Mexico tot in Midden-Amerika.
Bergbos G
Bossen van de bergen, ruwweg vanaf 1000 à 1200 m tot aan de boomgrens op bijna 4000 m. Lager bos hoort bij Vochtig laaglandbos of Droogbos en doornstruweel, en de boomloze graslanden erboven bij Savannen en berggraslanden. De indeling volgt vocht, hoogte en regio: nevelwoud en bergregenwoud op de natte hellingen, pijn-eikenbos en eikenbos op drogere hellingen in het zuiden en het noorden, en naaldbos op de hoogste toppen. Voor vogels zijn de bergen rijk aan endemen, van quetzals en goeans tot gaaien, kolibries en zangers, en een winterkwartier voor veel Noord-Amerikaanse zangers.
-
Nevelwoud van Mexico en noordelijk Midden-Amerika G1
El Cielo, Tamaulipas
189 soorten
Vochtig, mos- en epifytenrijk bergbos, ongeveer tussen 1000 en 3000 m, op de natte hellingen van de Sierra Madre Oriental en de Sierra Madre del Sur, in Chiapas en in de hooglanden van Guatemala en Honduras tot in Nicaragua. In Costa Rica en Panama gaat het over in Bergregenwoud van Costa Rica en Panama, en op drogere hellingen in Pijn-eikenbos van de tropische hooglanden. Bekende gebieden zijn El Triunfo in Chiapas, de Sierra de las Minas in Guatemala en Cusuco in Honduras. Amberboom, <em>Liquidambar styraciflua</em>, eiken en boomvarens zijn behangen met bromelia's en orchideeën. Quetzal en Berggoean eten vruchten in de kruinen, Hoorngoean leeft alleen in Chiapas en Guatemala en Grijskeelbospatrijs in de Sierra Madre Oriental. Verder horen Blauwkeelmotmot, Azuurkapgaai en Goudbrauwzanger bij dit bos.
-
Bergregenwoud van Costa Rica en Panama G2
Monteverde, Costa Rica
220 soorten
Nevelwoud, eikenbos en elfenwoud van de bergen van Costa Rica en West-Panama, van de Cordillera de Tilarán bij Monteverde via de Cordillera Central tot de Talamanca en de Volcán Barú, en daarnaast op Cerro Pirre en Tacarcuna in Darién. Noordelijker nevelwoud hoort bij Nevelwoud van Mexico en noordelijk Midden-Amerika, en het boomloze land boven de boomgrens bij Bergweide, zacatonal en páramo. Hoog in de Talamanca staan eikenbossen van <em>Quercus costaricensis</em> met een onderlaag van bamboe, <em>Chusquea</em>. Veel soorten zijn eigen aan deze bergen, zoals Zwarte goean, Tandsnavelbaardvogel, Irazúkolibrie, Zilverkeelgaai, Langstaartzijdevliegenvanger, Geelflankzijdevliegenvanger, Vuurkeelzanger, Halsbandzanger en Geeldijstruikgors. In de bergen van Darién leven Pirrezanger, Schone boomloper en Bonte solitaire.
-
Pijn-eikenbos van de tropische hooglanden G3
Chimaltenango, Guatemala
241 soorten
Open tot gesloten bos van pijnbomen en eiken op de drogere hellingen van de hooglanden, van de Neovolcanische As via Oaxaca en Chiapas tot Guatemala, Honduras en het noorden van Nicaragua, meestal tussen ongeveer 1200 en 3000 m. Noordelijker bos hoort bij Madrean eiken- en pijn-eikenbos, en naaldbos boven ongeveer 3000 m bij Hooggebergte-naaldbos. Kenmerkend zijn <em>Pinus oocarpa</em>, <em>Pinus pseudostrobus</em> en vele soorten <em>Quercus</em>, zoals rond San Cristóbal de las Casas en in de hooglanden van Guatemala. Rozekopzanger leeft in Chiapas en Guatemala, Roodkraaglijster, Zwartkeeldwerggaai en Gordeltiran van Chiapas tot Honduras, Geelooggaai van Guatemala tot Nicaragua en Grijsbandwinterkoning in de Mexicaanse hooglanden. Oranjekopzanger en Grace' zanger zoeken in de pijnbomen, en 's winters komen Geelwangzanger en Heremietzanger uit het noorden.
-
Madrean eiken- en pijn-eikenbos G4
Bergen van Jalisco, Mexico
192 soorten
Eikenbos en pijn-eikenbos van de Sierra Madre Occidental, de Sierra Madre Oriental en de Sky Islands, losse bergketens in Sonora, van lage open eikenbossen tot montaan naaldbos op de hoogste kammen. Het tropische pijn-eikenbos zuidelijker hoort bij Pijn-eikenbos van de tropische hooglanden, het hoogste naaldbos bij Hooggebergte-naaldbos. Er groeien veel eiken, <em>Quercus</em>, en pijnbomen zoals <em>Pinus engelmannii</em> en <em>Pinus arizonica</em>. Araparkiet broedt in oude pijnbomen van de Sierra Madre Occidental, Grote araparkiet op kliffen van de Sierra Madre Oriental in Nuevo León en Coahuila. In het westen leven Geoorde trogon en Bonte gaai, en verder zijn Noord-Mexicaanse gaai, Arizonaspecht, Harlekijnmees, Grijsflankmees, Koperstaarttrogon en Montezumakwartel kenmerkend.
-
Hooggebergte-naaldbos G5
Nationaal Park El Chico, Hidalgo, Mexico
81 soorten
Naaldbos van de hoogste bergen en vulkanen, ongeveer tussen 2800 en 4000 m. Lager bos hoort bij Pijn-eikenbos van de tropische hooglanden of Madrean eiken- en pijn-eikenbos, en boven de boomgrens begint Bergweide, zacatonal en páramo. Op de vulkanen van de Neovolcanische As, zoals de Nevado de Toluca en de Pico de Orizaba, groeit oyamel, <em>Abies religiosa</em>, met daarboven open bos van <em>Pinus hartwegii</em> tot aan de boomgrens; vergelijkbaar bos staat op de vulkanen van Guatemala. In Baja California hoort het bos met <em>Pinus jeffreyi</em> van de Sierra San Pedro Mártir erbij. Rode zanger, Stricklands specht, Amerikaanse goudhaan en Kruisbek leven in het hoge bos van Mexico, en in de Sierra San Pedro Mártir Gambels mees, Dwergboomklever en de opnieuw uitgezette Californische condor.
Savannen en berggraslanden H
Open grasland met hier en daar bomen of struiken, in het tropische laagland en hoog in de bergen. Aangelegd weiland en akkers horen bij Cultuurland en bebouwd gebied, en droog grasland van het noorden bij Woestijn, halfwoestijn en chaparral. De indeling volgt hoogte en boomsoort: laaglandsavannen met verspreide loofbomen, savannen met Caribische pijnboom, en boomloze graslanden boven of tussen de bergbossen. Voor vogels zijn het leefgebieden van grondbroeders en soorten van open land, zoals kwartels, gorzen, weidespreeuwen, tirannen en roofvogels die vanaf een uitkijkpost of in de lucht jagen.
-
Laaglandsavanne en open grasland H1
dennensavanne bij Payne's Creek, Belize
139 soorten
Natuurlijke grasvlakten met verspreide bomen en struiken in het laagland, vaak op arme grond die in de regentijd drassig wordt. Savanne met Caribische pijnboom hoort bij Pijnsavanne, en aangelegd weiland bij Weiland en veeteeltland met bomen. Grotere savannen liggen in Tabasco en Campeche, in de Pacifische laaglanden van Chiapas tot Nicaragua en in Coclé in Panama; kenmerkende bomen zijn jícaro, <em>Crescentia alata</em>, nance, <em>Byrsonima crassifolia</em>, en chaparro, <em>Curatella americana</em>. Caribische griel rust overdag in het gras, Witstaartbuizerd en Aplomadovalk jagen boven de vlakte, Vorkstaartkoningstiran en Witkaakweidespreeuw zitten op struiken en paaltjes, en in het gras leven Botteri's gors, Wigstaartgrasgors en Graslandsaffraangors.
-
Pijnsavanne H2
Maya Mountains, Belize
46 soorten
Open grasland met verspreide Caribische pijnbomen, <em>Pinus caribaea</em>, op arme, zandige grond in het laagland van Belize, Petén en de Mosquitia van Honduras en Nicaragua. Pijnbos in de bergen hoort bij Pijn-eikenbos van de tropische hooglanden, savanne zonder pijnbomen bij Laaglandsavanne en open grasland. Tussen de pijnbomen staan nance, <em>Byrsonima crassifolia</em>, en eiken, en in natte laagten de palmetto <em>Acoelorraphe wrightii</em>; regelmatige branden houden het landschap open. Geelkopamazone broedt in Belize in deze savannen en Zwartkeelboomkwartel leeft er in de Mosquitia. Eikelspecht, Grace' zanger, Levertangare en Roestruggors zijn vogels van de pijnbomen die hier tot dicht bij zeeniveau voorkomen, en Rode tiran jaagt vanaf lage takken.
-
Bergweide, zacatonal en páramo H3
zacatonal op de Nevado de Toluca, Estado de México, Mexico
55 soorten
Boomloze graslanden en dwergstruweel boven de boomgrens of in open plekken tussen de bergbossen, meestal hoog in de bergen. Lagere natuurlijke graslanden horen bij Laaglandsavanne en open grasland, en droog grasland van het noorden bij Halfwoestijngrasland. Op de Mexicaanse vulkanen groeit zacatonal van hoge graspollen van <em>Muhlenbergia</em> en <em>Festuca</em>, in Guatemala liggen bergweiden op de hoogvlakte van de Cuchumatanes, en in Costa Rica en Panama ligt páramo met dwergbamboe, <em>Chusquea</em>, op de Cerro de la Muerte en de Chirripó. Zwartwanggors leeft in het zacatonal van centraal Mexico en de bedreigde Sierra-Madregors alleen in enkele graslanden ten zuiden van Mexico-Stad. In het páramo leven Vulkaanjunco, Browns winterkoning, Vulkaankolibrie en Wigsnavelgors.
Woestijn, halfwoestijn en chaparral I
Droge, open landschappen in het noorden van Mexico, waar meer water verdampt dan er als regen valt. Doornstruweel en cactusbos van de tropen horen bij Droogbos en doornstruweel, en grasland van het tropische laagland en de bergen bij Savannen en berggraslanden. De indeling volgt de grote woestijnen: de Sonorawoestijn, de woestijn van het schiereiland Baja California, de Chihuahuawoestijn op de hoogvlakte, het halfwoestijngrasland en het mediterrane struweel van het noordwesten. Voor vogels zijn het leefgebieden van kwartels, spotlijsters, winterkoningen, gorzen en roofvogels, en van kolibries die op cactus- en agavebloemen afkomen.
-
Sonorawoestijn I1
El Pinacate, Sonora
62 soorten
Woestijnstruweel met zuilcactussen en kleine doornbomen in het laagland van Sonora en het noordoosten van Baja California. Het midden en zuiden van het schiereiland horen bij Woestijn van Baja California, en het lagere doornstruweel zuidelijker bij Doornstruweel en cactusbos. In de woestijn van Altar en rond Hermosillo en Bahía de Kino staan saguaro, <em>Carnegiea gigantea</em>, cardón, <em>Pachycereus pringlei</em>, palo verde, <em>Parkinsonia microphylla</em>, en ijzerhout, <em>Olneya tesota</em>. Gilaspecht en Geelvleugelgrondspecht hakken nestholen in de saguaro's, die later door Cactusuil worden gebruikt. Gambels kuifkwartel loopt in groepjes onder de struiken, Cactuswinterkoning, Krombekspotlijster en Cactusspotlijster zingen vanaf de cactussen, Costa's kolibrie bezoekt bloeiende struiken, en Woestijnbuizerd jaagt in familiegroepen.
-
Woestijn van Baja California I2
Cataviña, Baja California, Mexico
36 soorten
Woestijn- en sarcocaulstruweel van het midden en zuiden van het schiereiland Baja California, met dikstammige struiken die water in hun stam opslaan. Het mediterrane struweel van het noordwesten hoort bij Chaparral en kustsaliestruweel, en de woestijn aan de overkant van de Golf van Californië bij Sonorawoestijn. Rond Cataviña groeit de boojum of cirio, <em>Fouquieria columnaris</em>, tussen granietblokken en cardón, <em>Pachycereus pringlei</em>, en in de Vizcaíno staat de olifantsboom, <em>Pachycormus discolor</em>. Grijze spotlijster komt alleen op het schiereiland voor, en Woestijnspotlijster leeft in de kaalste vlakten van de Vizcaíno. Californische kuifkwartel, Gilaspecht, Cactuswinterkoning, Californische muggenvanger en Costa's kolibrie zijn er wijdverbreid.
-
Chihuahuawoestijn en hoogvlaktestruweel I3
Coahuila, Mexico
75 soorten
Struweel van creosootstruik, agave en yucca in de Chihuahuawoestijn en de droge bekkens van de Mexicaanse Hoogvlakte. Waar gras overheerst begint Halfwoestijngrasland, en het lagere doornige struweel van Tamaulipas hoort bij Doornstruweel en cactusbos. In de Bolsón de Mapimí, rond Cuatro Ciénegas en op de hoogvlakte van San Luis Potosí groeien creosootstruik, <em>Larrea tridentata</em>, lechuguilla, <em>Agave lechuguilla</em>, palmyucca, <em>Yucca filifera</em>, en ocotillo, <em>Fouquieria splendens</em>. Geschubde kwartel en Grote renkoekoek lopen tussen de struiken, Zwartkeelgors, Roodbuikspotlijster en Grijze kardinaal zijn er kenmerkend, en Woestijnraaf broedt in yucca's en op palen. Luciferkolibrie bezoekt de bloeiende agaves.
-
Halfwoestijngrasland I4
matorral bij Dolores Hidalgo, Guanajuato, Mexico
80 soorten
Open grasland met verspreide yucca's en mesquitestruiken op de hoogvlakte van Chihuahua, Durango en Zacatecas. Grasland van het tropische laagland hoort bij Laaglandsavanne en open grasland, bergweide bij Bergweide, zacatonal en páramo, en gesloten struweel bij Chihuahuawoestijn en hoogvlaktestruweel. Bij Janos en in de Valle Colombia liggen uitgestrekte vlakten met blauw grama, <em>Bouteloua gracilis</em>, en kolonies van de zwartstaartprairiehond. Holenuil broedt in hun holen, en Aplomadovalk en Steenarend jagen erboven. Lilians weidespreeuw en Cassins gors broeden in het gras, en in de winter komen Rosse ruigpootbuizerd, Bergplevier, Bairds gors en Roodhalsgors uit het noorden. In het zuidoosten van Coahuila leeft de bedreigde Mexicaanse veldgors.
-
Chaparral en kustsaliestruweel I5
heuvels tussen Ensenada en Real de Castillo, Baja California, Mexico
48 soorten
Dicht, altijdgroen struweel en grasland met natte winters en droge zomers in het noordwesten van Baja California, en het binnenlandse chaparral van Noord-Mexico. Woestijn hoort bij Sonorawoestijn of Woestijn van Baja California, en het naaldbos van de bergen bij Hooggebergte-naaldbos. Tussen Tijuana, Tecate en Ensenada groeien chamise, <em>Adenostoma fasciculatum</em>, Californische alsem, <em>Artemisia californica</em>, en <em>Ceanothus</em>; het binnenlandse chaparral met struikeiken en manzanita, <em>Arctostaphylos</em>, staat op droge berghellingen van Sonora tot Coahuila en Nuevo León. Californische spotlijster, Winterkoningmees, Californische towie en Californische kuifkwartel zijn er kenmerkend, en Californische muggenvanger leeft in het lage kustsaliestruweel. Anna's kolibrie, Bewicks winterkoning en Gevlekte towie zijn ook gewoon.
Rotsen, vulkanen en grotten J
Leefgebieden waar kale rots, lava of een grot het landschap bepaalt en planten maar een kleine rol spelen. Zeekliffen en rotseilandjes horen bij Kust, en begroeide berg- en vulkaanhellingen krijgen de bosformatie van hun hoogte. De indeling volgt de oorsprong van het reliëf: kliffen, kloven en puinhellingen, jonge vulkaankegels en lavavelden, en de grotten, zinkgaten en cenotes van het kalkgebied. Voor vogels zijn het vooral nest- en slaapplaatsen voor gierzwaluwen, valken, winterkoningen, parkieten en motmots, die op de rots broeden en in het omringende land voedsel zoeken.
-
Kliffen, ravijnen en rotshellingen J1
Barranca del Cobre, Chihuahua, Mexico
44 soorten
Rotswanden, kloven en puinhellingen in het binnenland, van de droge bergen van het noorden tot de kloven van Chiapas. Zeekliffen horen bij Rotskust en zeekliffen, en kale lava en askegels bij Vulkanen en lavavelden. In de Barranca del Cobre in de Sierra Tarahumara zijn de kloven meer dan 1500 m diep, en in de Cañón del Sumidero in Chiapas rijzen de wanden tot ongeveer 1000 m boven de rivier. Op de rotsen groeien agaves, <em>Agave</em>, en in het noorden sotol, <em>Dasylirion</em>. Kloofwinterkoning laat zijn dalende zang tussen de wanden horen, Amerikaanse rotswinterkoning zoekt voedsel op puinhellingen, en Bonte gierzwaluw nestelt in spleten en Witkraaggierzwaluw ook achter watervallen. Slechtvalk en in het noorden Steenarend broeden op richels.
-
Vulkanen en lavavelden J2
Popocatépetl vanaf Paso de Cortés, Mexico
7 soorten
Kale of schaars begroeide vulkaankegels, asvelden en lavavelden, die in Mexico malpaís of pedregal heten. Begroeide vulkaanhellingen krijgen de bosformatie van hun hoogte, en rotswanden in ander gesteente horen bij Kliffen, ravijnen en rotshellingen. In de Pinacate in Sonora liggen kraters en zwarte lavastromen midden in de woestijn, de Paricutín in Michoacán ontstond in 1943 in een maïsakker, en in Mexico-Stad groeit de palo loco, <em>Pittocaulon praecox</em>, op het lavaveld van de Pedregal de San Ángel. In de krater van de Masaya in Nicaragua broedt Pacifische aratinga in de wanden, tussen de zwaveldampen. Amerikaanse rotswinterkoning en Zwartkeelgors leven op de lava van de Pinacate, en Vulkaanjunco op de kale top van de Irazú in Costa Rica.
-
Grotten en cenotes J3
Cenote Dzitnup, Yucatán, Mexico
5 soorten
Grotten, zinkgaten en cenotes, vooral in de kalksteen van Yucatán en de Sierra Madre Oriental, waar vogels broeden of de nacht doorbrengen. Het bos eromheen krijgt zijn eigen formatie, en open rotswanden horen bij Kliffen, ravijnen en rotshellingen. De cenotes van Yucatán zijn ingestorte grotten tot op het grondwater, waar luchtwortels van vijgen, <em>Ficus</em>, langs de wanden naar het water hangen. Wenkbrauwmotmot graaft nestgangen in de zachte wanden, en Holenzwaluw bouwt er nesten van modder. In de Sótano de las Golondrinas in San Luis Potosí, een schacht van meer dan 300 m diep, slapen grote groepen Witkraaggierzwaluw en Groene aratinga, die bij zonsopgang in spiralen naar buiten vliegen. Amerikaanse kerkuil slaapt overdag in grotingangen.
Cultuurland en bebouwd gebied K
Land dat de mens heeft ingericht voor akkerbouw, veeteelt, boomteelt en wonen, van de milpa bij een dorp tot de grote steden. Natuurlijke graslanden horen bij Savannen en berggraslanden, en jong bos op verlaten land bij Vochtig laaglandbos. De indeling volgt het gebruik: akkers, weiland, schaduwkoffie en cacao, plantages en boomgaarden, natte teelten, bebouwing, en havens en vuilnisbelten. Voor vogels is het een wisselend leefgebied: soorten van open land breiden zich uit met de ontbossing, schaduwkoffie vangt bosvogels en overwinterende zangers op, en rijstvelden trekken reigers en steltlopers.
-
Akkers en milpa K1
Tilantongo, Oaxaca, Mexico
138 soorten
Akkers met maïs en bonen, suikerriet, sorghum en katoen, en het braakland ertussen. Weiland hoort bij Weiland en veeteeltland met bomen, en rijst bij Rijstveld en viskwekerij. De milpa, waarin maïs, <em>Zea mays</em>, samen met bonen, <em>Phaseolus</em>, en pompoen, <em>Cucurbita</em>, wordt verbouwd, is van Mexico tot Panama het land van kleine boeren; grote vlakken sorghum en suikerriet liggen in Sinaloa, Tamaulipas en de Pacifische laaglanden van Midden-Amerika. Jacarinagors, Morelets dikbekje en Groefsnavelani leven in randen en braakland, Steenduif en Incaduif zoeken zaad op de grond, en na de oogst eten zwermen Epauletspreeuw en Roodoogkoevogel van de restkorrels. Op trek strijken grote zwermen Dickcissel neer, en in de Mexicalivallei leeft de ingevoerde Fazant.
-
Weiland en veeteeltland met bomen K2
Coronado, Costa Rica
333 soorten
Aangelegde of door beweiding ontstane graslanden met losse bomen, levende hagen en drinkpoelen, nu een van de grootste landschappen van het gebied. Natuurlijke savanne hoort bij Laaglandsavanne en open grasland, en akkers bij Akkers en milpa. In Tabasco, Veracruz, Petén, Olancho en Guanacaste hebben de potreros veel oud bos vervangen; de hagen groeien uit stekken van madre cacao, <em>Gliricidia sepium</em>, en gumbo-limbo, <em>Bursera simaruba</em>. Koereiger volgt het vee, Kuifcaracara en Wegbuizerd zoeken vanaf palen naar prooi, en Tropische koningstiran en Vorkstaartkoningstiran zitten op de draad. Chileense kievit breidt zich door het weiland uit. In de winter jagen Zwaluwstaartkoningstiran en Arkansaskoningstiran vanaf de hagen, en op trek rust Bartrams ruiter in kort gras.
-
Schaduwkoffie, cacao en agroforestry K3
schaduwkoffie (agrobosbouw) in de Sierra Norte de Puebla, Mexico
200 soorten
Koffie- en cacaotuinen onder een dak van schaduwbomen, en andere teelten waarin bomen blijven staan. Zonkoffie en monoculturen van bomen horen bij Plantages en boomgaarden. In de Soconusco in Chiapas, rond Coatepec in Veracruz en in de hooglanden van Guatemala en Costa Rica groeit koffie, <em>Coffea arabica</em>, onder ingabomen, <em>Inga</em>; cacao, <em>Theobroma cacao</em>, staat in Tabasco en in Bocas del Toro onder hoge bomen. Voor bosvogels werkt schaduwkoffie als vervangend bos: Roodkapzanger leeft er het hele jaar, en in de cacao zoeken Zwavelborsttoekan en Halsbandarassari naar vruchten. In de winter zijn Tennesseezanger, Wilsons zanger, Gele zwartkeelzanger, Bonte zanger en Geelvleugelzanger er talrijk, en Baltimoretroepiaal drinkt samen met Tennesseezanger nectar uit de bloeiende ingabomen.
-
Plantages en boomgaarden K4
Costa Rica
54 soorten
Oliepalm, bananen, citrus, mango, kokos en avocado, en bosbouwplantages van teak, pijn en eucalyptus. Koffie en cacao onder schaduwbomen horen bij Schaduwkoffie, cacao en agroforestry. Oliepalm, <em>Elaeis guineensis</em>, beslaat grote delen van de Aguánvallei in Honduras, van Petén en Chiapas en van de Pacifische kust van Costa Rica; bananen, <em>Musa</em>, staan in de Caribische laaglanden en citrus, <em>Citrus</em>, in Veracruz en Nuevo León. In de dichte monoculturen leven weinig soorten, maar Groefsnavelani, Grote kiskadie, Roodkruintiran, Bisschopstangare, Palmtangare en Grays lijster komen er wel. In boomgaarden eten Geelwangamazone, Halvemaanparkiet en Rouwtroepiaal van rijp fruit, en in de winter zoekt Baltimoretroepiaal er nectar en vruchten.
-
Rijstveld en viskwekerij K5
Tilantongo, Oaxaca, Mexico
106 soorten
Rijstvelden, irrigatievelden, viskweekvijvers en garnalenkwekerijen, die voor veel watervogels de plaats van natuurlijke moerassen innemen. Natuurlijke moerassen horen bij Zoetwatermoeras en natte graslanden, en zoutwinning bij Lagune, estuarium en zoutpan. Rijst, <em>Oryza sativa</em>, wordt op grote schaal verbouwd in Campeche, rond Palo Verde in Guanacaste en in de Pacifische laaglanden van Panama, en garnalenkwekerijen (camaroneras) liggen langs de kust van Sonora, Sinaloa en de Golf van Fonseca. Pas ondergelopen of geoogste velden trekken Witte ibis, Kaalkopooievaar, Grote zilverreiger, Amerikaanse steltkluut en Rosse fluiteend, en in de winter Kleinste strandloper, Grote grijze snip, Kleine geelpootruiter en Blauwvleugeltaling. In afgelaten vijvers jagen Bigua-aalscholver en Amerikaanse kleine zilverreiger op achtergebleven vis.
-
Dorp, stad, tuin en park K6
Oaxaca, Mexico
308 soorten
Dorpen en steden met hun tuinen, pleinen, parken en erven, van een gehucht met fruitbomen tot Mexico-Stad. Havens, industrieterreinen en vuilnisbelten horen bij Haven, vuilnisbelt en industrie. Op pleinen en in parken staan vaak jacaranda, <em>Jacaranda mimosifolia</em>, vijgen, <em>Ficus</em>, en bloeiende struiken als bougainville, <em>Bougainvillea</em>, die kolibries trekken: Roodstaartamazilia in Midden-Amerika, Kaneelkleurige amazilia langs de Pacifische kust, en Breedsnavelkolibrie en Berylamazilia in de Mexicaanse hooglanden. Langstaarttroepiaal slaapt met duizenden in de bomen van de pleinen, Incaduif en Grays lijster leven in tuinen, en Mexicaanse roodmus zingt op de daken van Mexico-Stad. Huismus, Rotsduif en Turkse tortel zijn ingevoerd en wijdverbreid, Spreeuw komt in het noorden van Mexico voor, en Amerikaanse kerkuil broedt in kerktorens.
-
Haven, vuilnisbelt en industrie K7
Ixtapa-Zihuatanejo, Guerrero, Mexico
35 soorten
Havens, pieren, luchthavens, vuilnisbelten en industrieterreinen, waar afval en visresten grote groepen aaseters en meeuwen trekken. Woonwijken horen bij Dorp, stad, tuin en park, en natuurlijke kust bij Kust. Op vuilnisbelten van Mexico tot Panama zijn Zwarte gier en Kalkoengier altijd aanwezig, samen met Kuifcaracara, Koereiger en Langstaarttroepiaal. In vissershavens als Mazatlán, Guaymas en Puntarenas wachten Bruine pelikaan, Amerikaanse fregatvogel en Lachmeeuw bij de boten op afval, en rusten Koningsstern en Bigua-aalscholver op pieren en meerpalen. Langs de Golf van Californië komen Heermanns meeuw en Californische mantelmeeuw daarbij, en in Ensenada Pacifische mantelmeeuw.
Indeling: Faber-Langendoen, D. e.a. (2018), <em>The EcoVeg approach in the Americas</em> (Phytocoenologia 48: 215–237), gebaseerd op de macrogroepen van de International Vegetation Classification (IVC) van NatureServe, zoals in kaart gebracht voor Noord-Amerika, Midden-Amerika en het Caribisch gebied; zie ook Ferrer-Paris e.a. (2019). Formaties buiten het bereik van deze vegetatie-indeling (open zee, koraalrif, kust zonder vegetatie, open water, grotten, cultuurland en bebouwd gebied) volgen een eigen, voor deze gids geschreven indeling. De namen en beschrijvingen zijn voor deze gids vertaald en geschreven.