Alle soorten › Reuzennachtzwaluwachtigen
Reuzennachtzwaluwachtigen | Nyctibiiformes
Potoos | Nictibios
Een kleine orde met één familie, de reuzennachtzwaluwen, die lang bij de nachtzwaluwen werd ingedeeld maar daar een eigen, oude tak naast vormt. Alle soorten behoren tot één geslacht en leven in de tropen van Amerika. Het zijn nachtvogels met een groot, plat hoofd, enorme ogen en een kleine snavel die een opvallend wijde bek verbergt; poten en voeten zijn kort en zwak en dienen alleen om te zitten. Overdag zitten ze rechtop en roerloos op een afgebroken tak of paal, met de snavel omhoog, zodat ze met hun schorsachtige verenkleed opgaan in het hout; door kleine inkepingen in de oogleden kunnen ze ook met gesloten ogen beweging waarnemen. Bij schemer vliegen ze vanaf een uitkijkpost op vliegende insecten af en keren telkens naar dezelfde plek terug. Er wordt geen nest gebouwd: het enkele ei ligt in een kuiltje of op de breukvlakte van een tak. In deze gids valt alleen de familie Nyctibiidae onder de orde.
Families in deze orde
- Reuzennachtzwaluwen | Nyctibiidae3 soortenNachtvogels van tropisch Amerika, in de gids met drie soorten van één geslacht, van het laagland van Mexico tot Panama, in bos, bosranden, open terrein met verspreide bomen en mangroven. Ze zijn verwant aan de nachtzwaluwen, met een grote kop, een heel klein snaveltje en een enorm brede bek, waarmee ze in korte vluchten vanaf een vaste uitkijkpost grote vliegende insecten zoals kevers en motten vangen. Het verenkleed is grijs en bruin, fijn gevlekt en gestreept als boomschors. Overdag zitten ze rechtop en volkomen stil op het eind van een afgebroken tak, met de kop omhoog gericht en de staart tegen het hout gedrukt, zodat ze een stomp van de tak lijken. Zelfs met gesloten ogen kunnen ze waarnemen dankzij kleine inkepingen in de oogleden; 's nachts weerkaatsen de grote ogen fel in het licht van een lamp. De stem is opvallend: bij de gewone soort een reeks melancholieke, dalende fluittonen, bij andere soorten een rauw gegrom of schor gekwaak. Een nest wordt niet gebouwd: het enkele, gevlekte ei ligt in een kuiltje of knoest bovenop een tak, en ouder en jong houden er dezelfde takvormige houding aan.