Alle soorten › Papegaaiachtigen

Papegaaiachtigen | Psittaciformes

Parrots | Loros y cotorras

De snavel is kort, hoog en sterk gehaakt, en de bovensnavel is met een scharnier aan de schedel verbonden zodat hij zelfstandig kan bewegen; aan de basis ligt een wasachtige huid met de neusgaten. De voet heeft twee tenen naar voren en twee naar achteren en wordt als een hand gebruikt: het voedsel wordt opgepakt en naar de snavel gebracht, en daar gepeld en gekraakt in plaats van heel doorgeslikt. Het rood en geel in het verenkleed komt van pigmenten die alleen bij deze groep voorkomen; samen met de blauwe weerkaatsing van de verenstructuur leveren die het bekende groen op. Het zijn holenbroeders met witte, bijna ronde eieren en naakte, hulpeloze jongen; ze worden oud, leven in groepen en hebben luide roepen. In Mexico en Midden-Amerika gaat het vrijwel geheel om de Amerikaanse papegaaien, van kleine parkieten tot amazonen en ara's. De meeste broeden in boomholten, enkele parkieten in een uitgegraven boomtermietennest en de soldatenara deels in rotswanden. Houtkap en vangst voor de handel hebben veel soorten sterk teruggedrongen. Daarnaast duiken hier en daar ontsnapte kooivogels van elders op.

Families in deze orde

  • Papegaaien | Psittacidae38 soortenDe papegaaien van Afrika en die van de Nieuwe Wereld vormen samen deze familie; in Mexico en Midden-Amerika telt zij 38 soorten in veertien geslachten, van kleine parkieten (Brotogeris, Forpus) via de amazonen (Amazona) tot de grote ara's (Ara), zoals de geelvleugelara en de grote soldatenara. Het verenkleed is overwegend groen, met rood, geel, blauw of wit op kop, vleugel of staart; man en vrouw lijken meestal sterk op elkaar. In de dennenbossen van de Noord-Mexicaanse bergen leven twee diksnavelpapegaaien (Rhynchopsitta) die vooral dennenzaad eten. De sterke, gehaakte snavel kraakt harde zaden en pitten, vaak nog onrijp, en daarnaast worden vruchten, bloesem en nectar gegeten; de voet dient als hand om voedsel vast te houden. De vlucht is snel en recht, met ondiepe slagen, en gaat gepaard met een schril, ver hoorbaar geroep dat de vogels vrijwel altijd verraadt voordat ze zichtbaar zijn. Ze leven in paren binnen troepen die zich 's ochtends en tegen de avond tussen gemeenschappelijke slaapbomen en voedselbomen verplaatsen, en broeden in een boomholte, enkele parkieten in een termietennest; meestal broedt het vrouwtje alleen en wordt zij door het mannetje gevoerd. Verschillende soorten worden bedreigd door ontbossing en vangst voor de handel.