Alle soorten › Vetzwaluwachtigen
Vetzwaluwachtigen | Steatornithiformes
Oilbirds | Guácharos
Een orde met één familie en één soort, de vetzwaluw, die in het gebied alleen in het oosten van Panama voorkomt, bij grotten en diepe kloven in bebost terrein. Het is de enige vogel ter wereld die 's nachts van vruchten leeft. De vogel is roodbruin met witte vlekjes, heeft lange, smalle vleugels, een waaiervormige staart en een sterke, haakvormige snavel omgeven door lange borstels. Overdag rust hij in kolonies op richels diep in grotten, waar hij zich in het donker oriënteert met hoorbare klikgeluiden, een eenvoudige vorm van echolocatie; daarbij klinkt een oorverdovend gekrijs en gekras. 's Nachts vliegt hij soms tientallen kilometers ver naar vruchtdragende palmen en laurierachtige bomen, plukt de vruchten in de vlucht en vindt ze mede op de geur. Het nest is een heuvel van uitgebraakte vruchtpulp op een rotsrichel, met twee tot vier witte eieren. De jongen worden zo vet gevoerd dat ze zwaarder worden dan de ouders, en vroeger werd uit die jongen olie gewonnen, waaraan de vogel zijn naam dankt.
Families in deze orde
- Vetvogels | Steatornithidae1 soortDe familie bestaat uit één soort, de vetvogel, die in de gids alleen in het zuiden van het gebied staat en daar zelden wordt gezien; zijn kerngebied ligt in het noorden van Zuid-Amerika. Het is de enige vogel die 's nachts op vruchten foerageert. Overdag rust hij in kolonies in donkere grotten en kloven, waarin hij de weg vindt met echolocatie: hij stoot snelle, voor mensen hoorbare klikken uit en hoort de weerkaatsing, een vermogen dat buiten de salanganen bij geen andere vogel bekend is. De vogel is groot en roodbruin met witte vlekken, heeft lange vleugels, een lange staart, korte zwakke poten en een krachtige, sterk gehaakte snavel omgeven door lange borstels. 's Nachts vliegt hij grote afstanden naar vruchtdragende palmen en laurierachtige bomen, plukt de vruchten in de vlucht en braakt de zaden later weer uit, waarmee hij bossen ver van zijn grotten bezaait. Het nest is een heuvel van uitgebraakte vruchtenpulp en uitwerpselen op een richel, met twee tot vier witte eieren. De jongen worden zo vet dat ze zwaarder zijn dan hun ouders; vroeger werden ze daarom om hun olie geoogst, waar de naam aan herinnert. In de grot klinkt een oorverdovend gekrijs.