Alle soorten › Glansvogelachtigen › Baardkoekoeken › Bonte baardkoekoek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Bonte baardkoekoek | Notharchus tectus

Pied Puffbird | Buco pío

De bonte baardkoekoek is de kleinste Notharchus-soort, een zwart-witte baardkoekoek met een smalle witte wenkbrauwstreep. Hij zit vaak in paren hoog op een kale tak aan de bosrand. In het gidsgebied leeft hij van het zuidoosten van Nicaragua tot Panama.

Bonte baardkoekoek (Notharchus tectus)
Foto: TonyCastro — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoge, dunne, klagende fluitreeks, pie-pie-pie-pieuw-pieuw-pieuw, waarvan de laatste tonen dalen. Paren zingen soms om beurten.

Luister: ZangXC754906

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Bovendelen zwart, met een witte, fijn zwart gevlekte voorhoofdsband en een smalle witte wenkbrauwstreep. Een witte streep op de schouder, die in vlucht en bij zittende vogels zichtbaar is. Keel en onderdelen wit, met een brede zwarte borstband en zwart gebandeerde flanken. De staart is zwart met witte vlekjes aan de basis en de punt. De snavel is zwart en vrij zwaar. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

De witnekbaardkoekoek Notharchus hyperrhynchus en de zwartborstbaardkoekoek Notharchus pectoralis zijn veel groter, zonder witte wenkbrauwstreep en zonder witte streep op de schouder. De zwartborstbaardkoekoek heeft bovendien een grote witte oorvlek.

Leefgebied

Randen van vochtig laaglandbos, hoog secundair bos, galerijbos en open plekken met hoge losse bomen, ook plantages met schaduwbomen, vooral onder 500 m. Zit hoog op een kale tak en vliegt van daaruit naar insecten in het gebladerte. Nestelt in een holte in een termietennest in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het laagland van het zuidoosten van Nicaragua (Río San Juan) en het noorden en oosten van Costa Rica, vooral aan de Caribische kant, en in Panama aan beide kanten, vooral in het midden en oosten van het land. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador en, als andere ondersoort, in het noorden van Zuid-Amerika en het Amazonegebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld gezien in de vlakte van Sarapiquí in het noorden van Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Het loont om de toppen van hoge bomen aan de bosrand af te zoeken; de vogel blijft vaak lang op dezelfde tak zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Costa Rica vrij schaars en plaatselijk, in Panama vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Notharchus tectus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Bucco tectus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Notharchus werd in 1863 ingevoerd door Cabanis & Heine. Notharchus is Grieks, van nōthēs 'traag' en arkhos 'leider': 'trage leider', naar het lome gedrag van baardkoekoeken. tectus is Latijn voor 'bedekt', van tegere 'bedekken', naar de zwarte kap. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.