Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Groefsnavelani

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Trappen, toerako's en koekoeken Otidimorphae

Groefsnavelani | Crotophaga sulcirostris

Groove-billed Ani | Garrapatero pijuy

De groefsnavelani is een van de meest verspreide vogels van het gidsgebied: een zwarte, langstaartige koekoek met een hoge, gegroefde snavel, die in kleine, luidruchtige groepen door weilanden, struweel en tuinen trekt, van Sonora en Tamaulipas tot Panama. Zoals alle ani's leeft hij in groepen die samen één nest gebruiken en de jongen gezamenlijk grootbrengen.

Groefsnavelani (Crotophaga sulcirostris)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het gewone geluid is een vloeiend, tweelettergrepig tsjie-ho of pi-djoe, met de eerste lettergreep hoger dan de tweede, vaak snel achter elkaar herhaald door de leden van een groep; de Spaanse naam pijuy is ernaar gevormd. Bij onrust een kort, scherp tsjek. Daarnaast zacht geklok tussen de groepsleden bij het foerageren.

Luister: ZangXC828081

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

30–34 cm, waarvan ongeveer de helft staart. Geheel zwart, bij goed licht met een paarse of groene glans op rug en vleugels en fijne schubtekening op kop en hals. De snavel is zwart, hoog en zijdelings samengedrukt, met een gelijkmatig gebogen bovenrand en drie of vier groeven aan de zijkant van de bovensnavel, die alleen van dichtbij te zien zijn. Het oog is donker. De vleugels zijn kort en rond; de staart is lang, los aangezet en wiegt bij het landen na. De vlucht is zwak en fladderend, met korte glijstukken. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een lagere, gladdere snavel waarop de groeven nog ontbreken.

Verwarrings­soorten

De kleine ani Crotophaga ani, in Costa Rica, Panama en op enkele Caribische eilanden, heeft een hogere, gladde bult op de snavel die boven de kruinlijn uitsteekt, geen groeven, en roept een oplopend, jankend oe-liek; jonge vogels zonder groeven zijn het best op de roep te onderscheiden. De grote ani Crotophaga major van Panama is veel groter, blauw geglansd en heeft een licht oog. De langstaarttroepiaal Quiscalus mexicanus en de rouwtroepiaal Dives dives hebben een dunne, spitse snavel en lopen kordaat over de grond.

Leefgebied

Open en halfopen land: weilanden met verspreide bomen en hagen, savanne, akkerranden, droog bos en doornstruweel, bosranden, tuinen, parken en dorpsranden, ook de randen van moeras en mangrove; van zeeniveau tot ongeveer 2300 m, vooral in het laagland. Foerageert in groepjes op en dicht bij de grond, vaak bij grazend vee, op sprinkhanen en andere insecten, daarnaast spinnen, hagedissen, zaden en vruchten. Een groep bestaat uit één tot vijf broedparen, soms met helpers, die samen een territorium verdedigen en hun eieren in één gemeenschappelijk nest leggen, een kom van takjes in een dichte struik of boom.

Verspreiding en trek

Vrijwel in het hele gidsgebied: in Mexico aan de Pacifische kant vanaf Sonora en Sinaloa en aan de Atlantische kant vanaf Nuevo León en Tamaulipas zuidwaarts, met het schiereiland Yucatán, en verder in Guatemala, Belize, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama. Ontbreekt in het hooggebergte en in de woestijnen van Baja California. In het Caribisch laagland van Costa Rica en Panama schaarser, waar de kleine ani de algemene ani is. Buiten het gidsgebied in het zuiden van Texas en verder van het noorden van Colombia en Venezuela langs de westkant van Zuid-Amerika tot in Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elk weiland met struiken of bomen in het laagland, ook aan de rand van dorpen. Groepjes zitten vaak dicht tegen elkaar op een open tak of een hek te zonnen; het tweelettergrepige tsjie-ho is meestal het eerste teken van een groep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en profiteert van open, door de mens veranderd land. In het gidsgebied is ze in het laagland vrijwel overal algemeen.

Wetenschappelijke naam

Crotophaga sulcirostris | Swainson, 1827

Swainson beschreef de soort in 1827 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Crotophaga werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Crotophaga is Grieks, van krotōn 'teek' en -phagos 'etend': 'tekeneter', omdat men dacht dat ani's vooral teken eten. sulcirostris is Latijn, van sulcus 'groef' en rostrum 'snavel', naar de groeven op de snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, Mexico.