Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Mexicaanse whippoorwill

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Mexicaanse whippoorwill | Antrostomus arizonae

Mexican Whip-poor-will | Tapacaminos cuerporruín mexicano

De Mexicaanse whippoorwill is een nachtzwaluw van pijn-eikenbossen in de bergen, van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot in Honduras. Tot 2010 gold hij als ondersoort van de whippoorwill, die in het oosten van Noord-Amerika broedt; de scheiding berust vooral op verschillen in zang en erfelijk materiaal. In het gidsgebied is hij in de hooglanden een van de meest gehoorde nachtvogels. De noordelijke vogels trekken na het broedseizoen naar het zuiden.

Mexicaanse whippoorwill (Antrostomus arizonae)
Foto: Alan Schmierer — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lager, raspend en wat haperend prrip-purr-rríel, dat lang achtereen wordt herhaald; minder helder en vloeiend dan bij de whippoorwill. Zingt vooral in de schemering en bij maanlicht, het meest in het voorjaar en de vroege zomer. Als roep een zacht, droog kwit.

Luister: ZangXC1083473

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Een gedrongen nachtzwaluw met een grote kop, korte snavel met lange borstels en afgeronde vleugels zonder witte vleugelband. Het verenkleed is grijsbruin, fijn gevlekt en gestreept met zwart en grijs, met een donkere keel en een smalle witte (bij het vrouwtje okerkleurige) keelband. Het mannetje heeft witte toppen aan de drie buitenste staartpennen, die bij het opvliegen opvallen; het vrouwtje heeft smalle okerkleurige toppen. De vogels in het zuiden van het verspreidingsgebied zijn gemiddeld donkerder en bruiner dan die in het noorden.

Verwarrings­soorten

De whippoorwill Antrostomus vociferus is een wintergast in vooral het laagland en de heuvels aan de Golf- en Caribische kant; hij is iets bruiner, het mannetje heeft meer wit in de staart, en de zang is helderder en sneller. Stille vogels zijn in de winter niet met zekerheid te scheiden. Ridgways whippoorwill Antrostomus ridgwayi heeft een okerkleurige nekkraag en een tikkende, versnellende zang, en leeft in lager gelegen droog struweel. De poorwill Phalaenoptilus nuttallii is kleiner en korter gestaart, met een witte keelband die scherp afsteekt.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, eikenbos en open naaldbos in de bergen, vaak met open plekken, ravijnen en een ondergroei van struiken; ook de randen van nevelwoud. Vooral tussen ongeveer 1200 en 3000 m; in de winter dalen sommige vogels af naar lager gelegen bos. Jaagt in de schemering en bij maanlicht vanaf de grond of een lage tak op motten en kevers. De eieren worden zonder nest op de bosbodem gelegd, tussen bladafval.

Verspreiding en trek

In de bergen van Mexico: de Sierra Madre Occidental van Sonora en Chihuahua tot Jalisco, de Sierra Madre Oriental van Coahuila en Nuevo León tot Hidalgo en Puebla, de vulkanengordel van Midden-Mexico, de Sierra Madre del Sur in Guerrero en Oaxaca, en de hooglanden van Chiapas. Verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras. Vogels uit het noorden van Mexico en uit het zuidwesten van de Verenigde Staten trekken na de broedtijd zuidwaarts en overwinteren in het westen en midden van Mexico; zuidelijk van het centrum van Mexico zijn de vogels standvogel.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In april tot juni klinkt de zang na zonsondergang in de pijn-eikenbossen van vrijwel elk Mexicaans gebergte, bijvoorbeeld in de Sierra Madre Occidental in Durango en Sinaloa, rond de vulkanen bij Mexico-Stad en in de hooglanden van Chiapas en Guatemala. Bij het zoeken met een lamp verraden de vogels zich door rode oogreflectie op de bosbodem of op een tak.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt bergbos vrij algemeen, maar door de nachtelijke leefwijze slecht onderzocht. Plaatselijk verdwijnt leefgebied door houtkap en bosbranden.

Wetenschappelijke naam

Antrostomus arizonae | Brewster, 1881

Brewster beschreef de soort in 1881 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Antrostomus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Antrostomus is Grieks, van antron 'grot' en stoma 'mond': 'grotmond', naar de enorm wijde muil. arizonae verwijst naar Arizona, waar het type werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chiricahua Mountains, Arizona, VS.