Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Ringsnaveleend

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Ringsnaveleend | Aythya collaris

Ring-necked Duck | Porrón acollarado

De ringsnaveleend is een Noord-Amerikaanse duikeend die in het hele gidsgebied overwintert, het talrijkst in Mexico. Hij zoekt vaker dan de andere duikeenden kleine, ondiepe en beschutte wateren op, ook in beboste streken. De kastanjebruine halsband waaraan de Engelse naam ontleend is, is in het veld zelden te zien; de witte ring om de snavel des te beter.

Ringsnaveleend (Aythya collaris)
Foto: Becky Matsubara from El Sobrante, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Het vrouwtje geeft een rollend, grommend krrr; het mannetje in de balts een zacht, fluitend geluid.

Luister: VluchtroepXC1013388

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

39–46 cm, met een hoge kop die achter op de kruin een piek vormt en een vrij korte staart. Het mannetje heeft een zwarte kop met een purperen glans, een zwarte borst en rug, grijze flanken met een witte, naar boven wijzende wig voor de vleugel, en een grijze snavel met een witte rand aan de basis, een witte ring achter de punt en een zwarte punt. Het oog is geel. Het vrouwtje is bruin met een grijzere kop, een donker oog, een witte oogring met vaak een smalle witte lijn naar achteren en een lichte zone rond de snavelbasis; ook haar snavel heeft een lichte ring. In de vlucht een grijze, niet witte, vleugelstreep over de armpennen.

Verwarrings­soorten

De kleine topper Aythya affinis heeft bij het mannetje een lichtgrijze, fijn getekende rug en witachtige flanken en geen witte snavelring; het vrouwtje heeft een scherp wit vlak aan de snavelbasis, een geel oog en in de vlucht een witte vleugelstreep. De topper Aythya marila lijkt op de kleine topper, met een rondere kop. Het vrouwtje van de Amerikaanse tafeleend Aythya americana is egaler bruin, met een ronde kop en zonder duidelijke oogring.

Leefgebied

Meren, vijvers, stuwmeren, moerassen met open water en beschutte delen van lagunes, vaak met drijvende en ondergedoken waterplanten; ook kleine wateren in bos en in de bergen. Duikt naar zaden, wortels en waterplanten en naar ongewervelden. Vaak in kleine groepen, soms tussen kleine toppers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Overwintert in heel Mexico, het talrijkst in het noorden en op de hoogvlakte, van Baja California, Sonora en Chihuahua tot Jalisco, Michoacán, Puebla en Veracruz, en verder zuidwaarts tot Oaxaca, Chiapas en het schiereiland Yucatán. In Midden-Amerika schaarser en plaatselijk, in Guatemala, Belize, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica; in Panama zeldzaam. Broedt in Canada, Alaska en het noorden van de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op kleinere meren en vijvers met waterplanten, waar grotere groepen duikeenden ontbreken. De gepiekte kop en de witte ring om de snavel zijn ook van ver te zien; vrouwtjes vallen op door de oogring met lijn naar achteren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse stand is sinds de jaren zestig toegenomen. In het gidsgebied een vrij algemene wintergast in het noorden van Mexico, naar het zuiden toe schaarser.

Wetenschappelijke naam

Aythya collaris | (Donovan, 1809)

Donovan beschreef de soort in 1809 als Anas collaris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie. Aythya komt van Grieks aithuia, bij Aristoteles en Hesychius de naam van een niet nader te bepalen duikende zeevogel. collaris is Latijn voor 'van de hals', van collum 'hals', naar de kastanjebruine ring om de nek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lincolnshire in Engeland.