Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Treurduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Treurduif | Zenaida macroura

Mourning Dove | Paloma huilota

De treurduif is een slanke, zandkleurige duif met een lange, spitse staart, in Noord-Amerika een van de algemeenste vogels. In het gidsgebied broedt ze in grote delen van Mexico en plaatselijk in de hooglanden van Costa Rica en het westen van Panama. In de winter komen er vogels uit het noorden bij, die zuidelijk tot in Midden-Amerika trekken.

Treurduif (Zenaida macroura)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, klaaglijk koeren dat ver draagt: oe-OE-oe, oe, oe, oe, met een stijgende tweede lettergreep en drie lage, gelijke tonen. Klinkt uit de verte bijna als een uil. Bij het opvliegen geven de vleugels een hoog, fluitend geluid.

Luister: VluchtroepXC1013493

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–34 cm, de grote spreiding grotendeels door de lengte van de staart. Een slanke duif met een kleine kop en een lange, wigvormige staart met witte punten aan de buitenste veren. De bovendelen zijn grijsbruin tot zandkleurig, met enkele grote zwarte vlekken op de dekveren. De onderdelen zijn lichter, op de borst roze-beige. Onder het oog een kleine zwarte vlek; op de halszijden een paarsroze glans. De poten zijn rood, het oog donker met een smalle blauwe oogring. Het mannetje heeft een blauwgrijze kruin en een rozere borst, het vrouwtje is bruiner. De vleugels fluiten bij het opvliegen.

Verwarrings­soorten

De witvleugeltreurduif Zenaida asiatica is forser, met een kortere, afgeronde staart en een brede witte vleugelband. De Antilliaanse treurduif Zenaida aurita, in het gidsgebied alleen langs de kust van het noorden van het schiereiland Yucatán, is gedrongener en warmer bruin, met een kortere staart en een smalle witte achterrand aan de armpennen. De incaduif Columbina inca is veel kleiner, geschubd getekend, met roodbruine handpennen. De Turkse tortel Streptopelia decaocto, een exoot, is groter en bleker, met een zwarte halsband en een afgeronde staart.

Leefgebied

Open land: halfwoestijn en hoogvlaktestruweel, grasland, akkers en weiland met verspreide bomen, open pijn-eikenbos, wegbermen, tuinen, dorpen en steden; van zeeniveau tot ongeveer 3000 m. Zoekt zaden op de grond, vaak in paren of kleine groepen, en drinkt geregeld; buiten het broedseizoen in groepen op akkers en bij water. Het nest is een dun takkenplatform in een boom of struik, soms op de grond.

Verspreiding en trek

In Mexico als broedvogel in Baja California, het noorden en de centrale hoogvlakte en de omringende bergen, zuidelijk tot Oaxaca en Chiapas; op het eiland Clarión in de Revillagigedo-eilanden een eigen ondersoort (Z. m. clarionensis). In de winter talrijker en ook in het laagland, met trekvogels uit Noord-Amerika. In Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua vooral wintergast, plaatselijk ook broedvogel; als standvogel in de Centrale Vallei en andere open hooglanden van Costa Rica en in de hooglanden van Chiriquí in Panama (Z. m. turturilla). Op het schiereiland Yucatán en in Belize alleen schaars in de winter. Buiten het gidsgebied van het zuiden van Canada over de Verenigde Staten tot de Bahama's en de Grote Antillen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het noorden van Mexico en op de centrale hoogvlakte overal te zien op elektriciteitsdraden langs wegen door landbouwgebied, vaak naast witvleugeltreurduiven. In Costa Rica bijvoorbeeld rond Cartago en in de omgeving van de Irazú. De vleugelfluit bij het opvliegen en de spitse staart met witte punten zijn in de vlucht de beste kenmerken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en een van de talrijkste vogels van Noord-Amerika. In Mexico algemeen en een belangrijke jachtvogel. De soort profiteert van het openmaken van het landschap voor landbouw en veeteelt.

Wetenschappelijke naam

Zenaida macroura | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba macroura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Zenaida werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Zenaida eert Zénaïde Bonaparte (1801–1854), de vrouw van de Franse ornitholoog Charles Lucien Bonaparte, die het geslacht in 1838 benoemde. macroura is Grieks, van makros 'lang' en oura 'staart', naar de lange, spitse staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Indië (Linnaeus' 'Canada' is een vergissing).