Alle soorten › Glansvogelachtigen › Baardkoekoeken › Witvoorhoofdtrappist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Witvoorhoofdtrappist | Monasa morphoeus

White-fronted Nunbird | Monja frentiblanca

De witvoorhoofdtrappist is een leigrijze baardkoekoek met een koraalrode snavel en een wit 'voorhoofd' van stijve veertjes rond de snavelbasis. Anders dan de meeste baardkoekoeken leeft hij in luidruchtige groepjes, die vaak met gemengde troepen bosvogels of met apen meetrekken. In het gidsgebied komt hij voor van het oosten van Honduras tot Panama.

Witvoorhoofdtrappist (Monasa morphoeus)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Groepjes laten samen een luid, rollend koor horen van herhaalde, stijgende en dalende fluitende noten, tjoe-wie-o, tjoe-wie-o, dat minutenlang kan doorgaan. Daarnaast losse, harde roepjes.

Luister: ZangXC1166765

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–29 cm. Grotendeels leigrijs, op kop, keel en vleugels donkerder zwartachtig. Rond de snavelbasis een witte pluk stijve veren op voorhoofd en kin. De snavel is helder koraalrood, vrij lang en licht gebogen. Staart lang, zwartachtig. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

Geen andere vogel in het gidsgebied combineert een donkergrijs verenkleed met een rode snavel en een wit voorhoofd. De groefsnavelani Crotophaga sulcirostris en de grote ani Crotophaga major leven ook in groepen en zijn donker, maar zijn glanzend zwart met een hoge, zwarte snavel.

Leefgebied

Binnenste en randen van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1200 m, ook hoog secundair bos. Zit in de middelste en hogere boomlaag en vangt grote insecten, spinnen en kleine hagedissen, vaak opgejaagd door gemengde troepen of apen. Nestelt in een gang in de grond, waarbij jongen van eerdere broedsels helpen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische laaglanden en voetheuvels van het oosten van Honduras (Olancho en Gracias a Dios), Nicaragua en Costa Rica tot het westen van Panama; in het midden en oosten van Panama aan beide kanten tot Darién. Buiten het gidsgebied van Colombia tot het Amazonegebied en het oosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepjes zijn geregeld te zien in de Caribische voetheuvels van Costa Rica, zoals bij Arenal en La Selva, en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Het luide koor verraadt een groep vaak al van ver.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Is afhankelijk van gesloten bos en neemt af waar het bos versnipperd raakt.

Wetenschappelijke naam

Monasa morphoeus | (Hahn & Küster, 1823)

Hahn & Küster beschreef de soort in 1823 als Bucco Morphoeus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Monasa werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Monasa komt van Grieks monas 'eenzaam, alleen'. morphoeus verwijst waarschijnlijk naar Morpheus, de Griekse god van de dromen, passend bij de traag ogende baardkoekoeken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.