Alle soorten › Struisvogelachtigen › Struisvogels

Struisvogels | Struthionidae

Ostriches | Avestruces

De enige vogel met twee tenen: de binnenste draagt een brede, hoefachtige nagel en vangt vrijwel het hele gewicht op, de buitenste is klein en nagelloos. Hals en dijen zijn onbevederd, de ogen zijn de grootste van alle landdieren en staan op een kop die boven het gras uitsteekt; het volwassen mannetje is zwart met witte slagpennen en staartveren, het vrouwtje en de onvolwassen vogels zijn grijsbruin. Er wordt gemeenschappelijk gelegd: in een uitgeschraapte kuil houdt de hoofdhen haar eigen eieren in het midden en schuift die van bijleggende hennen naar de rand, waar ze zelden uitkomen; zij broedt overdag, het zwarte mannetje 's nachts. De roep van het mannetje is een diep, ver dragend boemen van drie lettergrepen, voortgebracht met opgezwollen hals en op afstand moeilijk van een leeuw te onderscheiden. Het voedsel bestaat uit gras, zaden, bladeren, bloemen en succulenten, met grote hoeveelheden grit; het vocht komt grotendeels uit het groen zelf, zodat de vogels ver van water kunnen leven.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Struthio 1 soort