Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Ekster

Ekster | Pica pica

Eurasian Magpie | Urraca común

De bekende zwart-witte ekster met de lange staart is in het gidsgebied alleen in het noordoosten thuis: in Irak en Syrië. In Noordwest-Afrika wordt hij vervangen door de maghrebekster en in het Asirgebergte door de asirekster; elders in Arabië en Noord-Afrika is hij een zeldzame dwaalgast.

Ekster (Pica pica)
Foto: Pierre-Selim — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, ratelend tsjak-tsjak-tsjak, vooral bij alarm, en allerlei zachtere kwetter- en keelgeluiden.

Luister: RoepXC1176245

Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

40–51 cm, waarvan 20–30 cm staart. Zwart met een groene en paarsblauwe glans op de lange, getrapte staart en de vleugels, een witte buik, grote witte schoudervlekken en een grijswitte band over de stuit. Het gezicht is volledig bevederd en zwart. In de vlucht vallen de grote witte vlakken op de handpennen op. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels hebben een korte staart en minder glans.

Verwarrings­soorten

De maghrebekster (Pica mauritanica) en de asirekster (Pica asirensis) leven ver buiten zijn gebied in het gidsgebied. De maghrebekster heeft een blauwe kale huidvlek achter het oog, minder wit en een zwarte stuit; de asirekster is donkerder, met beperkt wit op de schouders en een zwarte stuit.

Leefgebied

Open cultuurland met bomen, boomgaarden, rivierbos langs de Tigris en de Eufraat, dorpen, stadsparken en tuinen; in Koerdistan tot in de bergdalen. Nestelt in een overdekte takkenbol hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Irak algemeen in het noorden, in Koerdistan en rond Mosul, en langs de Tigris en de Eufraat zuidwaarts tot Bagdad; in strenge winters zwerven vogels verder naar het zuiden. In Syrië vooral in het noorden en noordoosten. Elders zeldzame dwaalgast: enkele meldingen uit Saoedi-Arabië, Oman, de Emiraten, Libanon en Israël, en in januari 2026 de eerste bevestigde waarneming voor Qatar (Al Thakhira). Uit Egypte zijn meldingen bij Port Said in 2023–2024, waarvan de herkomst onduidelijk is. Daarbuiten van Europa en Turkije via Iran en Centraal-Azië tot Oost-Siberië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de steden en dorpen van Iraaks Koerdistan, zoals Erbil en Sulaymaniyah, is hij een alledaagse vogel van parken en boomgaarden. In de Golfstaten verdient elke ekster een foto en een melding.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied zijn geen specifieke bedreigingen bekend; plaatselijk wordt hij als nestrover bejaagd.

Wetenschappelijke naam

Pica pica | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Corvus pica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pica werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pica is het Latijnse woord voor 'ekster'. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Uppsala in Zweden.