Alle soorten › Zangvogels › Drongo's › Grijze drongo

Grijze drongo | Dicrurus leucophaeus

Ashy Drongo | Drongo cenizo

Een slanke, leigrijze drongo met een lange, diep gevorkte staart en een rood oog, broedvogel van de bossen van de Himalaya tot Zuidoost-Azië. In het gidsgebied is hij een zeldzame wintergast, sinds 2006 een handvol keren in de Emiraten en daarnaast een paar keer in Koeweit, Oman en Israël.

Grijze drongo (Dicrurus leucophaeus)
Foto: Tisha Mukherjee — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een gevarieerd repertoire van heldere fluittonen, schorre en nasale geluiden, bijvoorbeeld drangh-gah of tsjie-tsjiu, en veel imitaties. Wintergasten zijn meestal stil.

Luister: ZangXC1173340

Opname: Lars Lachmann — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–29 cm, waarvan ongeveer de helft staart. De vogels die het gebied bereiken, van de westelijke Himalaya (ondersoort longicaudatus), zijn vrij donker leigrijs met een zwakke glans op de bovendelen, iets lichter en doffer grijs aan de onderzijde en met bruinzwarte vleugels. De lange staart is diep gevorkt en vrij smal, met licht uitstaande punten. Het oog is opvallend rood bij volwassen vogels; er is geen wit vlekje bij de mondhoek. Eerstejaars vogels hebben lichte zomen op buik en onderstaartdekveren en een donkerder oog. Zit rechtop op een vrije tak in een boom en jaagt van daaruit op vliegende insecten.

Verwarrings­soorten

De koningsdrongo (Dicrurus macrocercus) is glanzend zwart, heeft meestal een wit vlekje bij de mondhoek en een bredere, minder lange staart; eerstejaars koningsdrongo's hebben een zwarte bovenborst die scherp afsteekt tegen een wit geschubde buik, terwijl een eerstejaars grijze drongo gelijkmatiger grijs is. Donkere vogels zijn lastig en vragen goede foto's; de staartvorm alleen is geen betrouwbaar kenmerk, omdat die door slijtage en rui verandert.

Leefgebied

In het broedgebied bos en bosranden in heuvels en bergen; in het overwinteringsgebied ook open bos, tuinen en plantages. In het gidsgebied werden de vogels vooral in parken, tuinen, boomgaarden en boomrijke boerderijen gezien, waar ze vanaf een uitkijkpost in een boom op insecten jagen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de Verenigde Arabische Emiraten is hij sinds de eerste waarneming in december 2006 bij Abu Dhabi bijna jaarlijks in kleine aantallen vastgesteld (negen waarnemingen tot 2015), vooral in de parken van Dubai en Al Ain, soms meerdere winters op dezelfde plek. In Koeweit drie waarnemingen tussen 2010 en 2013, waarvan de eerste in april 2010 op Jahra Farms. In Oman één waarneming, in november 2014 bij Qatbit in Dhofar. In Israël één, van 3 tot 14 december 2014 in kibboets Gan Shmuel in de noordelijke kustvlakte. Daarbuiten broedt de soort van Oost-Afghanistan en de Himalaya door Zuid-China tot Zuidoost-Azië en de Grote Soenda-eilanden; noordelijke vogels overwinteren in India en Zuidoost-Azië. Ook in Iran enkele dwaalgasten.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Er is geen vaste plek. De meeste waarnemingen vallen in de winter in de groene parken van Dubai en Abu Dhabi, waar vogelaars de oostelijke dwaalgasten het best kunnen zoeken; een vogel blijft vaak weken op dezelfde plek.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een zeldzame wintergast zonder vestiging; het aantal waarnemingen is sinds 2006 toegenomen, waarschijnlijk door meer vogelaars en de vele bevloeide parken in de Golfstaten.

Wetenschappelijke naam

Dicrurus leucophaeus | Vieillot, 1817

Vieillot beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dicrurus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Dicrurus komt van het Griekse dikros, 'gevorkt', en oura, 'staart' — naar de gevorkte staart van de meeste drongo's. leucophaeus is Grieks voor 'grijswit' of 'asgrauw', van leukos 'wit' en phaios 'grijs, donker'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Java in Indonesië.