Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Kwartel

Kwartel | Coturnix coturnix

Common Quail | Codorniz común

Het enige echte trekhoen van het gebied, dat twee keer per jaar in grote aantallen over de Sahara en de Arabische woestijnen vliegt. Zelden gezien, vaak gehoord: het driedelige 'kwik-me-dit' van de haan uit een graanakker is in voorjaar en zomer een van de bekendste vogelgeluiden van het platteland van Marokko tot Irak.

Kwartel (Coturnix coturnix)
Foto: LuisNDamas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep van de haan is een helder, driedelig en ver dragend kwik-me-dit (in Engelstalige boeken 'wet-my-lips'), vaak voorafgegaan door een zacht, nasaal wau-wau dat je alleen dichtbij hoort. Roept dag en nacht, op trek ook 's nachts vanuit de lucht. De hen antwoordt met een zacht bru-bru.

Luister: ZangXC1183803

Opname: MarekJas — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 17 cm, het kleinste hoen van het gebied. Gedrongen, met een zeer korte staart en relatief lange, spitse vleugels. De bovendelen zijn bruin met zwarte vlekken en duidelijke roomwitte lengtestrepen; de kruin heeft een lichte middenstreep, de wenkbrauwstreep is roomkleurig. De haan heeft een variabele donkere keeltekening, van een zwart 'anker' tot een roestbruine keel, en roestbruine borst met lichte schachtstrepen op de flanken. De hen heeft een lichte keel zonder zwart en een gevlekte borst. In vlucht opvallend lange, puntige vleugels met snelle slagen; vliegt laag en ver weg voor hij weer invalt.

Verwarrings­soorten

De gestreepte vechtkwartel (Turnix sylvaticus), in het gebied hooguit nog op enkele plekken in Marokko en mogelijk verdwenen, is iets kleiner, heeft een geelbruine, met zwarte vlekken omzoomde borst, lichte ogen en een effener rug, en roept met een diep, zoemend hoegeluid. De harlekijnkwartel (Coturnix delegorguei), alleen in de Tihama van Zuidwest-Arabië, is iets kleiner; de haan heeft een zwart-wit gestreepte kop, een zwarte borst en kastanjebruine flanken. De kwartelkoning (Crex crex) is groter, heeft roestbruine vleugels die in vlucht opvallen en hangende poten. Jonge frankolijnen en woestijnpatrijzen lopen in groepjes met ouders.

Leefgebied

Open land met dekking van gras of gewas: graanakkers, luzerne, hooiland, braak en kruidenrijke steppe, in de Atlas tot op de hoogvlakten en bergweiden boven 2500 meter. Op trek overal waar wat groen staat, ook in oases, irrigatielandbouw, kustvlakten en tuinen; in de Nijldelta en langs de Middellandse Zeekust van Egypte en Libië komen trekkers na de oversteek uitgeput aan land.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt in Marokko, Noord-Algerije, Tunesië, Noordwest- en Noordoost-Libië, in de Nijldelta en -vallei in Egypte, en in de Levant, Syrië en Irak. In het hele gebied doortrekker, ook over de centrale Sahara en Arabië; overwintert in kleine aantallen in Noord-Afrika en Egypte en in Zuidwest-Arabië, de meeste trekkers gaan door naar de Sahel. In Jemen en Zuidwest-Saoedi-Arabië broedt plaatselijk ook in de hooglanden. Buiten het gebied in een groot deel van Europa en West- en Centraal-Azië, met in Afrika ten zuiden van de Sahara de standvogelondersoort C. c. africana.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister in april en mei bij een graanakker in de Marokkaanse Middenatlas, in Galilea of in de Bekaa-vallei, vooral bij zonsopgang en schemering. Zien is lastiger: hij laat zich vrijwel alleen opjagen. In april en september zijn trekkers op de kustvlakte van Noord-Sinaï of in de oases van de Westelijke Woestijn soms opvallend talrijk en dan uit de voeten in kale plekken te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de aantallen schommelen sterk van jaar tot jaar. Langs de Egyptische en Libische Middellandse Zeekust worden in de herfst met kilometers netten grote aantallen trekkers gevangen; elders in het gebied is de soort een geliefd jachtwild. Daarnaast lijdt hij onder intensivering van de landbouw en vroeg maaien. Uitzetting van gekweekte Japanse kwartels en hybriden bedreigt plaatselijk de genetische zuiverheid.

Wetenschappelijke naam

Coturnix coturnix | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tetrao Coturnix; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coturnix werd in 1764 ingevoerd door De Garsault. Coturnix is het Latijnse woord voor de kwartel. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.