Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Schildraaf

Schildraaf | Corvus albus

Pied Crow | Cuervo pío

De algemene kraai van Afrika ten zuiden van de Sahara, zwart met een helderwitte borst en nekband, en daardoor onmiskenbaar. In het gidsgebied is hij een dwaalgast: de laatste jaren duiken af en toe vogels op in Marokko en Algerije, mogelijk als voorbode van een uitbreiding vanuit de Sahel en Mauritanië, maar soms ook als meeliftende scheepsvogel.

Schildraaf (Corvus albus)
Foto: Frank Vassen from Brussels, Belgium — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, schor kraak of karr, vaak in series, rauwer en lager dan de roep van de huiskraai; daarnaast klokkende en knorrende geluiden bij het nest.

Luister: VluchtroepXC1177087

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een forse kraai met een zware, gebogen snavel. Glanzend zwart, met een breed wit borstschild dat via de flanken doorloopt in een witte band over de achterhals en bovenmantel; kop, keel en bovenborst zijn zwart, evenals vleugels, staart en buik. In de vlucht valt het witte borstschild tussen de zwarte kop en de zwarte onderbuik meteen op, net als de vrij lange, afgeronde staart. Jonge vogels zijn doffer, het wit is vuiler en bruiniger getint.

Verwarrings­soorten

In het gidsgebied is verwarring alleen mogelijk met een bastaard van schildraaf en bruinnekraaf (Corvus ruficollis), die minder en onregelmatiger wit heeft; zulke bastaarden zijn uit de Hoorn van Afrika bekend. De zwarte kraai (Corvus corone) in de bonte vorm heeft grijs in plaats van wit, en het grijs bedekt de hele rug en buik in plaats van een band over borst en nek. De huiskraai (Corvus splendens) is kleiner en slanker en heeft een grijze, niet witte, sjaal. De Somalische raaf (Corvus edithae), buiten het gebied, is geheel zwart.

Leefgebied

In Afrika vooral open land met bomen, dorpen, steden, wegen en vuilstorten; hij volgt de mens en profiteert van afval en hoogspanningsmasten als nestplaats. De dwaalgasten in Marokko werden op vuilstorten, in palmbosjes, langs de kust en bij dorpen gezien.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Binnen het gidsgebied alleen als dwaalgast. In Marokko enkele meldingen: bij Fnideq in het noorden (maart 2015), in een palmbos bij Mhamid aan de Saharakant (november 2015), bij Tarfaya en de Khnifiss-lagune in het zuiden (januari 2017, waarschijnlijk dezelfde vogel) en bij Oum Azza ten zuidoosten van Rabat (mei 2017); volgens Marokkaanse waarnemers bleven sommige vogels elders in het land lang op dezelfde plek. In Algerije één vogel bij Laghouat aan de noordrand van de Sahara (april 2023). Uit Arabië en Egypte zijn geen goed gedocumenteerde gevallen bekend. Daarbuiten algemeen in vrijwel heel Afrika ten zuiden van de Sahara, van Mauritanië en Senegal tot Soedan, Eritrea en Somalië en zuidwaarts tot de Kaap en Madagaskar; in Zuid-Afrika en de Sahel breidt hij zich langs wegen en masten uit.

Hoe en wanneer kijken

Een schildraaf in Noord-Afrika valt op tussen de raven en meeuwen op een vuilstort; fotografeer hem en meld de waarneming, want elke melding helpt om te bepalen of de soort zich vanuit het zuiden noordwaarts uitbreidt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in grote delen van Afrika toenemend. In het gidsgebied een dwaalgast zonder broedgevallen; de herkomst van de Noord-Afrikaanse vogels (eigen uitbreiding of met schepen meegevoerd) is onzeker.

Wetenschappelijke naam

Corvus albus | Müller, 1776

Müller beschreef de soort in 1776 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. albus is Latijn voor 'wit' — naar de witte borst en nekband van deze verder zwarte kraai. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.