Alle soorten › Steltloperachtigen › Grielen › Senegalese griel

Senegalese griel | Burhinus senegalensis

Senegal Thick-Knee | Alcaraván senegalés

De griel van de Nijl: een kleine, sterk aan water gebonden griel, die in Egypte langs de hele rivier leeft en zich daar opvallend goed aan de mens heeft aangepast. In Caïro broedt hij op platte daken, en zijn klagende roep klinkt na zonsondergang boven de stad.

Senegalese griel (Burhinus senegalensis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de schemering en 's nachts een reeks klagende, fluitende tonen, pi-pi-pi-pie-pie-pieuw, die eerst aanzwelt en dan wegsterft, hoger en dunner dan bij de griel. Vogels roepen vaak in koor langs de rivier, soms ook overdag.

Luister: ZangXC1073895

Opname: He Wenjin/文进 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Kleiner en slanker dan de griel, met een lange, overwegend zwarte snavel met alleen een kleine gele basis. De bovendelen zijn zandbruin met fijne donkere strepen, de borst licht gestreept, de buik wit. Het oog is groot en geel, de poten geelgroen. Het belangrijkste kenmerk zit op de gevouwen vleugel: boven een smalle zwarte streep ligt een breed, effen grijs vleugelpaneel, zonder de witte middenstreep van de griel. In vlucht één witte vlek op de handpennen in plaats van twee.

Verwarrings­soorten

De griel (Burhinus oedicnemus), die in Egypte vooral wintergast is, is groter en forser, met een korte snavel waarvan de basis voor een groot deel geel is, en een zwart-wit-zwarte streep op de gevouwen vleugel; in vlucht twee witte handpenvlekken. De Kaapse griel (Burhinus capensis) is gevlekt en heeft geen vleugelstreep, en komt alleen in Zuidwest-Arabië voor.

Leefgebied

Oevers en zandbanken langs de Nijl en grote kanalen, eilandjes in de rivier, de oevers van het Nassermeer, akkers en boomgaarden in de vallei, en in steden platte daken, braakliggende terreinen en parken. Wijkt zelden ver van water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied vrijwel beperkt tot Egypte, waar hij jaarrond langs de hele Nijlvallei voorkomt, van de delta en Caïro tot Luxor, Aswan en het Nassermeer; verder plaatselijk in de oases en aan de rand van de Faiyum. Elders in het gebied hooguit een dwaalgast. Buiten het gebied wijdverbreid in de Sahel en de savannezone, van Senegal en Gambia tot Soedan, Ethiopië en Kenia, langs grote rivieren en meren.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wie in Caïro, Luxor of Aswan overnacht, hoort hem bijna zeker na zonsondergang. Overdag zijn rustende vogels het makkelijkst te zien vanaf een boot op de Nijl, op zandbanken en eilandjes en langs de oevers. Kijk in Caïro ook naar platte daken en kale terreinen tussen de huizen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Egypte algemeen. Hij profiteert van de bewoonde Nijlvallei en broedt zelfs op daken, maar verliest elders oevers en zandbanken door bebouwing en de regulering van de rivier.

Wetenschappelijke naam

Burhinus senegalensis | (Swainson, 1837)

Swainson beschreef de soort in 1837 als OEdicnemus Senegalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Burhinus werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Burhinus is Grieks, van bous 'rund' en rhis 'neus', naar de zware, brede snavelbasis. senegalensis is neolatijn voor 'uit Senegal', waar het typemateriaal vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.