Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Waaierstaartraaf
Waaierstaartraaf | Corvus rhipidurus
Fan-Tailed Raven | Cuervo colicorto
Een gedrongen, kortstaartige raaf van de rotswanden langs de Riftvallei en de Rode Zee. Boven de kliffen van de Dode Zee, in Petra en in de bergen van de Hejaz en Jemen zeilt hij behendig op de thermiek en ziet hij er in de lucht uit als een grote zwarte vleermuis of een gier zonder staart.
Geluid
Een hoog, hees en nasaal kraah of aaark, korter afgebeten dan bij de bruinnekraaf, vaak in series vanaf een rotsrand of in de vlucht; daarnaast een droog geratel en zachte keelgeluiden bij het nest. Een groep boven een klif levert een aanhoudend hoog gekras op dat langs de wanden weerkaatst.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Zwaar gebouwd, met brede, aan de punt sterk gevingerde vleugels, een dikke kop en een zware, gebogen snavel, en een opvallend korte staart. Bij een zittende vogel reiken de vleugelpunten tot aan of voorbij het staarteinde. In de vlucht lijkt de vogel bijna staartloos: de korte staart wordt bij het zeilen als een halve waaier gespreid en de vleugels zijn even breed als de vogel lang is. Het kleed is glanzend zwart met paarse en bronzen glans; de keelveren zijn kort. Jonge vogels zijn doffer en bruiniger, met een kortere snavel.
Verwarringssoorten
De bruinnekraaf (Corvus ruficollis), vaak op dezelfde plekken, is slanker en smaller van vleugel en heeft een staart die duidelijk voorbij de vleugelpunten uitsteekt. De raaf (Corvus corax), in Israël en Jordanië in de noordelijke bergen, is groter en heeft een lange, spitse wigstaart. Tristrams spreeuw (Onychognathus tristramii) leeft in hetzelfde rotsland en lijkt op afstand ook zwart en breedgevleugeld, maar is veel kleiner, laat oranjerode vleugelvelden zien en fluit helder.
Leefgebied
Steile rotswanden, kloven, canyons en bergen in droog gebied, van zeeniveau aan de Dode Zee (ruim 400 m onder de zeespiegel) tot hoog in de Jemenitische bergen. Foerageert ook in wadi's, op akkers, bij dorpen, campings, uitkijkpunten en vuilstorten, en volgt kuddes en kamelen. Nestelt op een richel of in een spleet in de rotswand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Israël langs de Dode Zee, in de Judese woestijn en in de bergen rond Eilat, en in Samaria en Judea in de woestijnwadi's naar de Dode Zee; in Jordanië langs de Dode Zee, in Petra, Wadi Rum en rond Aqaba; in Egypte in de bergen van Zuid-Sinaï (Sint-Catharina) en in de Rode Zee-bergen tot de Gebel Elba. Op het Arabisch schiereiland langs de hele westrand: de Hejaz- en Asirbergen in Saoedi-Arabië en de hooglanden en het escarpement van Jemen, en in Oman vooral in Dhofar. Daarbuiten in Oost-Afrika (Soedan, Eritrea, Ethiopië, Somalië, Noord-Kenia) en geïsoleerd in de Sahelbergen van Tsjaad (Ennedi, Tibesti) en Niger (Aïr).
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Masada, Ein Gedi en de uitkijkpunten langs de Dode Zee zijn klassiek: de vogels komen hier vlak langs, vaak samen met Tristrams spreeuwen. In Petra en Wadi Rum zijn ze evenmin te missen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in het gidsgebied plaatselijk algemeen; profiteert van toerisme en afval rond uitkijkpunten en nederzettingen.
Wetenschappelijke naam
Corvus rhipidurus | Hartert, 1918
Hartert beschreef de soort in 1918 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. rhipidurus is Grieks, van rhipis 'waaier' en oura 'staart', naar de korte staart die in de vlucht breed wordt uitgespreid. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Massawa in Eritrea.


