Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Zwarte zee-eend
Zwarte zee-eend | Melanitta nigra
Common Scoter | Negrón común
De zwarte zee-eend is een donkere, gedrongen zee-eend die de winter in groepen op zee doorbrengt, net buiten de branding. In het gidsgebied is hij vrijwel beperkt tot de Atlantische kust van Marokko en de Westelijke Sahara, het zuidelijkste deel van zijn winterareaal langs Afrika.
Geluid
Het mannetje geeft in de balts een zacht, fluitend en klagend pjuu of tjuu, ook 's nachts in de trek; het vrouwtje een raspend krrr. In het gebied meestal stil.
Opname: Michael John O Mahony — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 49 cm, een gedrongen eend met een spitse staart die op het water vaak wordt opgestoken. Het mannetje is geheel glanzend zwart, met een zwarte knobbel aan de snavelbasis en een gele vlek boven op de snavel; dat is de enige kleur aan de vogel. Het vrouwtje is donkerbruin met een donkere kap en lichte, grijsbruine wangen en voorhals, en een donkere snavel. In vlucht donker met iets lichtere handpennen van onderen en zonder witte vleugelvelden.
Verwarringssoorten
De grote zee-eend (Melanitta fusca) is in het gebied een uiterste zeldzaamheid; hij is groter, met witte armpennen die in vlucht en vaak ook op het water te zien zijn, en het vrouwtje heeft twee lichte vlekken op de kop in plaats van een lichte wang. Een vrouwtje ijseend (Clangula hyemalis) is kleiner, met een witte buik en een witte kop met donkere vlekken. Op grote afstand kunnen groepen zee-eenden in een rij boven zee aan aalscholvers (Phalacrocorax carbo) doen denken, maar die zijn groter en vliegen met uitgestrekte hals.
Leefgebied
Overwintert op open zee boven ondiepe zandbodems, meestal binnen enkele kilometers van de kust, waar hij duikt naar schelpdieren, vooral kleine mossels en strandschelpen. Ook in grote baaien en lagunes met open verbinding naar zee.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Wintergast en doortrekker langs de hele Atlantische kust van Marokko, van Tanger tot in de Westelijke Sahara, het talrijkst in de baaien en voor de lagunes van de noordelijke en middelste kust. Langs de Middellandse Zeekust van Marokko, Algerije en Tunesië schaars; in Libië, Egypte, Israël en het Midden-Oosten een zeldzame dwaalgast. Daarbuiten broedvogel van de toendra en de taiga van IJsland en Schotland tot Siberië; overwintert langs de Atlantische kust van Noorwegen tot Mauritanië.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek vanaf een hoog punt aan de kust, bij rustig weer en tegenlicht van achteren, naar donkere groepen op zee. Ook trekkende rijen langs de kust in oktober–november en maart–april zijn met een telescoop goed te volgen, vooral vanaf kapen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar in delen van het areaal sterk achteruitgegaan. Gevoelig voor olievervuiling, bijvangst in staande netten, verstoring door scheepvaart en de bouw van windparken op zee, en voor afname van schelpdierbanken door visserij.
Wetenschappelijke naam
Melanitta nigra | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas nigra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanitta werd in 1822 ingevoerd door Boie. Melanitta is Grieks, van melas 'zwart' en netta 'eend'. nigra is Latijn voor 'zwart', naar het geheel zwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lapland.

