Kweken, per geslacht › Drosera

Drosera

Zonnedauwfamilie · 215 in deze gids

Substraat

Voor de meeste soorten vier delen meststofvrij veen op één deel perliet — nooit gewone potgrond, de meststoffen daarin beschadigen de plant op termijn. Uitzonderingen: de Australische knol- en dwergsoorten willen een zanderiger mengsel, en *D. regia*, *D. adelae*, *D. schizandra* en *D. prolifera* groeien het best in puur langvezelig veenmos.

Pot

Plastic potten zijn de standaard. Voor de Australische knolsoorten een diepe pot (minstens 15-20 cm) vanwege de knol die diep de grond in trekt; voor dwergsoorten juist een brede, ondiepe pot of kweekschaal, omdat ze zich zijdelings uitzaaien.

Water

De meeste soorten doen het goed met de gietbakmethode, permanent nat. De winterbloeiende Australische en Zuid-Afrikaanse knol- en dwergsoorten hebben juist een zomerrust nodig: laat de grond in de loop van ongeveer een maand geleidelijk opdrogen als de zomer nadert, houd hem daarna grotendeels droog en besproei zo nu en dan (om de twee weken) licht.

Standplaats en licht

Volle tot gedeeltelijke zon. Warm-gematigde en subtropische soorten doen het goed op een vensterbank, in een koele kas of in een terrarium met koelere nachten; de winterbloeiende Australische en Zuid-Afrikaanse soorten passen beter bij een mediterraan klimaat of een koele kas buiten.

Temperatuur

Hangt sterk af van herkomst. Gematigde soorten hebben een echte koude winter nodig, met bladverlies en groeivertraging vanaf oktober tot februari door kortere dagen en lagere temperaturen. Subtropische soorten verdragen warmere omstandigheden op een vensterbank het hele jaar door. Er is dus geen geslachtsbrede regel — het gebied op de eigen soortpagina geeft de richting.

Bron: de standplaatsgegevens per soort elders in deze gids, samengevat per geslacht.