Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula rzedowskiana
Pinguicula rzedowskiana
Genoemd naar Jerzy Rzedowski, de botanicus die met zijn Flora del Bajío en zijn werk aan de Mexicaanse flora de basis legde waarop veel van de soorten in deze gids beschreven konden worden. Pinguicula rzedowskiana zelf is een plant van druipende kalkwanden in de bergen van Querétaro, met hangende zomerbladeren die tot dertig centimeter lang worden en met een opvallende roodpurperen bloem.

Herkenning
De winterrozet ligt bovengronds en is los van bouw, met 10 tot 20(25) membraanachtige tot licht vlezige, spatelvormige blaadjes van 25 tot 60 mm lang en 3 tot 6 mm breed. In de zomer verschijnen 5 tot 15 dunne, hangende, lijnvormige bladeren van 50 tot 300 mm lang en 2 tot 8 mm breed, die als linten langs de rotswand naar beneden hangen. De bloemstelen worden 70 tot 140 mm hoog. De bloem is roodpurper en meet 20 tot 27 mm inclusief het spoor; de bovenlip draagt slippen van 4 tot 8 mm, de onderlip van 6 tot 10 mm, en het spoor is purper en 4 tot 8 mm lang. De bloei valt in twee korte perioden: oktober en april, aan het begin en het eind van het droge seizoen.
Gelijkende soorten
De beschrijving vergelijkt de soort met Pinguicula calderoniae. Het onderscheid ligt in de winterrozet: bij P. rzedowskiana is die bovengronds en los, opgebouwd uit membraanachtige tot licht vlezige, spatelvormige blaadjes, terwijl P. calderoniae een ondergrondse, compacte bolvorm heeft met dikke, omgekeerd trulvormige blaadjes. In dezelfde streek groeit ook Pinguicula robertiana, eveneens met lijnvormige zomerbladeren en eveneens een losse bovengrondse winterrozet; die heeft echter een witte bloem tegen de roodpurperen van onze soort, en staat in San Luis Potosí. Bloemkleur en staat samen beslissen het geval.
De val en hoe hij werkt
De hangende lintbladeren zijn de vangorganen. Ze dragen gesteelde klieren met een heldere kleefdruppel en daartussen zittende klieren die pas verteringsenzymen afgeven als een prooi op het blad ligt; daarna buigt de bladrand zich licht over de vangst. Dertig centimeter lang blad levert veel oppervlak op een plek waar horizontale ruimte ontbreekt — op een verticale kalkwand kun je niet breed uitgroeien, maar wel lang naar beneden. Bijkomend voordeel: het water dat over de wand sijpelt, loopt van hangende bladeren direct af en spoelt de vangst niet weg. De vangst bestaat uit dansmuggen en ander klein vliegend goed uit het bos.
Standplaats en ecologie
Kalkontsluitingen met sijpelend water, in dennenbos met elementen van bergnevelwoud, tussen 1950 en 2100 m hoogte. De planten zitten op de wand zelf, in spleten en op richels waar het water continu langs het kalksteen loopt (R1, R2), in de halfschaduw van het bos (B5). Het regime is tweeledig: een natte zomer waarin de lange vangbladen worden gevormd, en een droger winterhalfjaar waarin de plant terugvalt op de losse rozet van korte blaadjes. Dat de bloei juist in oktober en april valt, aan weerszijden van die droge periode, is typisch voor de kalkbewonende vetbladen van de Sierra Gorda.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Mexicaanse staat Querétaro, in de gemeente Jalpan in de Sierra Gorda — in overeenstemming met de opgave in onze soortenlijst. De Sierra Gorda is een van de rijkste vetbladgebieden van Mexico: het kalkgebergte zit vol wanden, canons en insnijdingen die elk hun eigen microklimaat hebben, en er zijn in de laatste decennia verscheidene soorten uit beschreven. Het bekende areaal van deze soort is klein, maar het grootste deel van de Sierra Gorda valt binnen een biosfeerreservaat, wat voor de kansen op behoud van betekenis is.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen wilde variëteiten beschreven. De variatie in bladlengte is groot — van vijf tot dertig centimeter — en dat is voor deze soort meer dan een detail: op een natte, beschaduwde wand met permanente watertoevoer groeien de bladeren tot hun volle lengte uit, terwijl planten op een geëxponeerde richel bij een fractie daarvan blijven. Wie twee zulke planten naast elkaar ziet, zou ze voor verschillende soorten kunnen houden. Dat is een goede herinnering dat bladlengte bij Mexicaanse vetbladen geen betrouwbaar determinatiekenmerk is. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Ga in oktober of april, want de bloei valt in twee korte vensters en daarbuiten is de plant veel lastiger te vinden. Zoek langs kalkwanden en insnijdingen in het dennenbos van de Sierra Gorda rond de tweeduizend meter, en let op natte strepen op het gesteente — juist waar het water continu langs loopt, hangen de lange lintbladeren. De roodpurperen bloemen op stelen van zeven tot veertien centimeter zijn van tien meter afstand te zien. Klim niet op de wanden en verzamel niets; in een reservaat is dat bovendien niet toegestaan.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is: een in 2018 beschreven soort met een klein areaal in de Sierra Gorda van Querétaro, gebonden aan kalkwanden met permanent sijpelend water. Gunstig is dat het gebied grotendeels binnen het biosfeerreservaat Sierra Gorda valt, waar actief natuurbeheer plaatsvindt. Minder gunstig zijn de aanleg en verbreding van bergwegen, die juist de natte kalkwanden raken, en het onttrekken van water aan bronnen. Ook geldt hier wat voor alle recent beschreven Mexicaanse vetbladen geldt: bekendheid in de plantenwereld trekt verzamelaars aan. Een categorie ontbreekt enkel omdat de beoordeling niet is uitgevoerd.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula rzedowskiana | Zamudio & Juarez, 2018
Beschreven door Sergio Zamudio en D. Juárez in 2018, in Phytoneuron 2018-14, op basis van materiaal dat op 13 oktober 2011 werd verzameld. De typelocatie ligt in de Mexicaanse staat Querétaro, gemeente Jalpan. De soortnaam eert de Pools-Mexicaanse botanicus Jerzy Rzedowski Rotter, "als erkenning voor de tijd en inspanning die hij heeft gewijd aan de studie van de Mexicaanse flora", aldus de oorspronkelijke beschrijving.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.