Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula vallis-regiae

Pinguicula vallis-regiae

De Camosciara, diep in het nationale park van de Abruzzen, is een amfitheater van kalkwanden en watervallen waar beren en gemzen leven. Daar, op de natte rotsen, groeit Pinguicula vallis-regiae, een vetblad dat naar het dal is genoemd waarin het werd gevonden en dat buiten die omgeving nergens voorkomt.

Pinguicula vallis-regiae
Foto: Bouke ten Cate — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Pinguicula vallis-regiae — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Bouke ten Cate — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Pinguicula vallis-regiae — de bloem
De bloem · Foto: Bouke ten Cate — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Pinguicula vallis-regiae — de standplaats
De standplaats · Foto: Bouke ten Cate — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een vlakke rozet van gaafrandige, langwerpig eivormige bladeren die geelgroen zijn, vettig aanvoelen en aan de rand naar boven omkrullen; op een verticale wand hangen ze schuin. Uit het hart komen kale bloemstelen met elk één tweelippige bloem, met een tweelobbige bovenlip, een drielobbige onderlip met keeltekening en achteraan een spoor. Betrouwbare maten voor plant, kroon en spoor konden voor deze gids niet in een toetsbare bron worden gevonden en zijn daarom niet opgegeven. Na de bloei rijpen rechtopstaande doosvruchten; de plant overwintert als winterknop.

Gelijkende soorten

In Midden-Italië staan verschillende nauw verwante vetbladen door elkaar, en de determinatie berust op bloem- en zaadkenmerken, niet op de eerste indruk. In dezelfde Apennijnen komen onder meer Pinguicula fiorii uit het Majella-massief voor en enkele lokaal beschreven ondersoorten van P. vulgaris uit de bergen van Lazio en Abruzzo. Die staan op eigen kalkmassieven, gescheiden door brede, droge dalen. Voor de veldgidslezer is de bruikbaarste regel dus: noteer nauwkeurig in welk massief je staat en vergelijk daarna pas.

De val en hoe hij werkt

Een lijmval op doorweekt kalkgesteente. Op het blad staan gesteelde klieren met een kleverige, glinsterende druppel en daartussen zittende klieren die pas verteringsenzymen leveren als er prooi op ligt. De vangst bestaat uit muggen, dansmuggen, vliegjes en springstaarten die in de vochtige lucht langs de watervallen en natte wanden leven. Na een vangst rolt de bladrand zich langzaam over de prooi zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan. Op een steile wand die voortdurend wordt doorspoeld is dat noodzakelijk, want het gesteente levert geen enkele voedingsstof.

Standplaats en ecologie

Natte kalkrotsen in een bergamfitheater: druipende wanden, de spatzone van watervallen, sijpelplekken tussen rotsblokken en de natte randen van bronbeken. De plant wortelt in spleten en in mospolsters direct op het gesteente, meestal op noordgerichte, beschaduwde delen waar de zomerzon niet komt. De Apennijnen zijn sterk verkarst, waardoor neerslag ondergronds verdwijnt en alleen op de uittreepunten weer aan de oppervlakte komt; precies op die punten, en nergens anders, staat deze plant.

Verspreiding en hoogte

Het gebied van de Camosciara en omgeving in de Abruzzen, Midden-Italië, binnen het nationale park van Abruzzo, Lazio en Molise. Het areaal is klein en beperkt tot enkele natte wanden in dat bergmassief. Onze eigen soortenlijst geeft voor dit taxon alleen 'Italië'; dat is voor een plant met zo'n nauw begrensde verspreiding onbruikbaar grof. Dat vrijwel het hele areaal binnen een nationaal park valt, is voor de bescherming een aanzienlijk voordeel.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De variatie die in het veld opvalt, betreft plantgrootte en bloemrijkdom en volgt de natheid en beschutting van de standplaats. De taxonomie van de midden-Italiaanse vetbladen is de afgelopen jaren flink bewogen: moleculair onderzoek aan de Italiaanse soorten heeft de verwantschappen herschikt en laat zien dat de soorten van de Apennijnen niet allemaal elkaars naaste verwanten zijn, ook al lijken ze op elkaar en staan ze in hetzelfde gebergte.

Waar en wanneer te zien

Mei en juni, wanneer het water in de bergbeken hoog staat en de wanden nog overal druipen. Zoek de natte, donkere banen op het lichte kalkgesteente en de spatzone naast de watervallen; de rozetten zitten vaak boven ooghoogte in een spleet of op een mospolster. Blijf op de gemarkeerde routes — dit is kernzone van een nationaal park met beren en strikte toegangsregels — en gebruik een verrekijker. Fotografeer bloem, blad en vrucht en noteer de plek; voor deze recent beschreven Apennijnensoorten is dat de nuttigste bijdrage.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde Rode Lijst; er is geen internationale categorie en CITES is niet van toepassing. Wat bekend is: een endemeet van één bergmassief, met een klein aantal standplaatsen die allemaal aan een constante watertoevoer hangen. De ligging binnen een nationaal park is een groot voordeel, want bebouwing, ontginning en waterwinning zijn daar aan banden gelegd. De resterende risico's zijn klimatologisch — drogere zomers en kortere sneeuwseizoenen verminderen de bronafvoer — en menselijk, in de vorm van betreding en het wegnemen van planten door verzamelaars.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula vallis-regiae | Conti & Peruzzi, 2006

Beschreven door Fabio Conti en Lorenzo Peruzzi in 2006, in Annales Botanici Fennici 43(5): 329. De soort komt voor in de bovenloop van de Sangro-vallei, in de Abruzzen, Italië (onder meer bij Civitella Alfedena). De naam "vallis-regiae" betekent "van de koninklijke vallei" en verwijst naar "Vallis Regia", de middeleeuwse naam voor de bovenloop van de Sangro-vallei.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.