Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Blauwborst
Blauwborst
Luscinia svecica | Bluethroat | Pechiazul
De blauwborst is het pronkstuk van jonge, natte natuur: een kleine zanger met een spectaculair blauw keelschild en een even opvallende hang naar imitaties. In Nederland broedt de witgesterde ondersoort cyanecula.
Geluid
Zeer gevarieerde, hoge zang die vaak begint met een mechanisch, versnellend ting-ting-ting-ting en overgaat in ratels, belletjes en talrijke imitaties van andere soorten. Zingt vanaf een rietstengel of struiktop en in een korte, opvallende zangvlucht. Roep: hard tack en zacht hiet.
Opname: Justin Jansen — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Mannetje in broedkleed met helderblauwe keel, bij cyanecula met een witte ster in het midden, daaronder een zwarte en een roestrode band. Brede witte wenkbrauwstreep. Cruciaal en voor alle kleden bruikbaar: de roestrode staartbasis met donkere eindband, die bij wegduiken oplicht. Vrouwtjes hebben een donkere teugel en halsketting, vaak met een spoortje blauw.
Verwarringssoorten
De Scandinavische roodgesterde ondersoort svecica heeft een oranjerode ster en trekt in kleine aantallen door. Vrouwtjes en juvenielen kunnen aan nachtegaal of jonge roodborst doen denken, maar het staartpatroon met donkere eindband is diagnostisch.
Leefgebied
Rietruigte met wilgenopslag, moerasoevers, jonge kwelders en natte natuurontwikkeling; het gaat om een mozaïek van riet, struiken en open, drassige bodem. In Scandinavië bewoont de roodgesterde vorm de berkenzone en toendrastruweel.
Verspreiding en trek
Wijdverbreid van West-Europa tot Siberië. In Nederland vooral de Biesbosch, het IJsselmeergebied, Flevoland, Zeeland en Groningen; de soort is sinds de jaren tachtig sterk toegenomen dankzij nieuwe moerasnatuur.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Eind maart tot half mei, vroeg in de ochtend, langs rietkragen en jonge wilgenopslag. Let op de korte zangvlucht: het mannetje klimt schuin omhoog en laat zich met gespreide staart weer zakken — dat is vaak het moment waarop de roestrode staartbasis zichtbaar wordt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in Nederland een van de duidelijke winnaars van grootschalige natuurontwikkeling. Kwetsbaar blijft de soort voor verstarring van moerasbeheer: te oud riet zonder struiken en drassige plekken is ongeschikt.