Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Merel
Merel
Turdus merula | Common Blackbird | Mirlo común
Een oorspronkelijke bosvogel die zich in twee eeuwen tot de meest vertrouwde tuinvogel van Europa ontwikkelde. Zijn fluitende avondzang vanaf een schoorsteen of tv-antenne geldt bij veel vogelaars als het mooiste geluid van het voorjaar.
Geluid
De zang is een reeks rustige, diepe en zeer melodieuze fluitstrofen, elk afgesloten met een haastig, knerpend of piepend slot; te horen van februari tot juli, het sterkst rond zonsopgang en in het laatste avondlicht. Alarmeert met een hysterisch, ratelend tsjink-tsjink-tsjink bij het invallen van de nacht en met een dun, hoog srie als er een sperwer overkomt.
Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Het mannetje is diepzwart met een oranjegele snavel en een gele oogring; eerstejaars mannetjes hebben nog een donkere snavel en bruinere vleugelpennen. Het vrouwtje is donkerbruin met een vaag gevlekte, lichtere keel en borst en een dofbruine snavel. Juvenielen zijn roodbruin en warm gevlekt. De lange staart wordt bij landen omhoog gewipt en dan langzaam neergelaten.
Verwarringssoorten
Beflijster lijkt op een merel met een witte halvemaan op de borst, schubbige onderdelen, lichte vleugelpanelen en een schrapend tak-tak-tak; hij trekt in maart–april en oktober door heidevelden en duinen. Spreeuw is korter van staart, loopt in plaats van te huppen, is glanzend gespikkeld en heeft driehoekige vleugels. Let daarnaast op leucistische merels met witte veren, die in steden veel voorkomen en al vaak voor beflijster zijn aangezien.
Leefgebied
Van oorsprong loof- en gemengd bos met open bodem en ondergroei, nu vooral tuinen, parken, kerkhoven, hagen, boomgaarden en dorpsranden. In Zuid-Europa ook in kurkeikenbos, rivierbossen en olijfgaarden; in de winter overal waar bessen en gevallen fruit liggen.
Verspreiding en trek
Heel Europa op IJsland na. In Nederland jaarrond zeer talrijk, met in oktober en november een sterke instroom uit Duitsland, Scandinavië en Polen. In Spanje broedt hij van zeeniveau tot in de bergbossen en overwintert hij in grote aantallen in olijfgaarden, wijngaarden en mediterraan struweel, waar hij zich met olijven en bessen volstopt.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek de zang op in maart en april, een half uur voor zonsondergang, en let op de vaste zangposten: één mannetje gebruikt avond na avond dezelfde nok of boomtop. Verken de wintermaanden in schemer struweel met hulst, klimop en meidoorn, waar merels en lijsters samen invallen.
Staat van instandhouding
Talrijk en over het geheel genomen stabiel, al is de soort in delen van Noordwest-Europa teruggevallen door het usutuvirus, dat vanaf de warme zomers sterfte veroorzaakt. Verder spelen predatie door katten, verkeer en het verdwijnen van vochtige, rijke bodems in strak onderhouden tuinen een rol.