Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Koerlan
Koerlan | Aramidae
Limpkin | Carrao
De koerlan (Aramus guarauna) is de enige soort van deze familie, een vogel van moerassen, rivieroevers en ondergelopen bossen van het zuidoosten van de Verenigde Staten tot Argentinië. Binnen zijn orde is hij het naast verwant aan de kraanvogels, maar in bouw lijkt hij eerder op een grote ral of een ibis: lange poten, een lange hals en een lange, licht gebogen snavel, met een donkerbruin verenkleed dat op kop, hals en rug fijn wit gestreept en gevlekt is. De snavelhelften sluiten vlak voor de punt niet helemaal en de punt is vaak iets gedraaid, wat helpt om het weekdier uit het huisje van een appelslak te trekken zonder het te breken. Appelslakken vormen het hoofdvoedsel, aangevuld met mosselen, kreeftjes en andere kleine dieren. De roep is een luid, jammerend, herhaald 'krie-auw', vooral in de schemering en 's nachts. De vlucht is stijf, met een schokkerige opwaartse slag. In het gidsgebied broedt de koerlan op de Grote Antillen, vooral op Cuba, Jamaica en Hispaniola.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.





