Alle soorten › Uilen

Uilen | Strigiformes

Owls | Rapaces nocturnas

Jagers met een grote, brede kop waarin beide ogen naar voren staan, zodat de gezichtsvelden elkaar overlappen en de vogel diepte ziet; de buisvormige ogen zitten vast in hun kas, en daarom draait een uil de hele kop mee. Rond elk oog ligt een schijf van stugge veertjes die geluid naar de oorspleten leidt, zodat ook in het donker gejaagd kan worden. Het zachte verenkleed en de kamvormige voorrand van de buitenste handpen maken de vlucht vrijwel geruisloos. Onverteerbare resten van de prooi komen als braakbal weer naar buiten, en de witte eieren liggen zonder eigen nestbouw in een holte. In het gidsgebied staan twee families naast elkaar: de kerkuilen, met een hartvormige schijf, en de echte uilen, met een ronde schijf. Op de Grote Antillen leven endemische soorten als de Hispaniolakerkuil, de Cubaanse dwerguil, de naaktpootuil, de Jamaicaanse ransuil en de Puerto Ricaanse schreeuwuil, terwijl Trinidad uilen van het Zuid-Amerikaanse vasteland herbergt, zoals de briluil.

Families in deze orde

  • Kerkuilen | Tytonidae2 soortenDe gezichtsschijf is hartvormig en loopt onderaan in een smalle punt uit; de ogen zijn naar uilenmaat klein en donker, de kop is smal en de poten zijn lang en tot op de tenen bevederd. De binnenteen is even lang als de middenteen, en de nagel van die middenteen draagt een rij fijne tandjes waarmee de schijf wordt schoongekamd; het borstbeen is met de vorkvormige sleutelbeenderen vergroeid. Geroep in de vorm van holle tonen ontbreekt: deze vogels sissen, snorken en gillen. Ze jagen laag en zoekend boven open, ruig land, vrijwel uitsluitend op muizen en spitsmuizen, en broeden in een donkere holte in gebouw, rots of boom; de legselgrootte volgt de muizenstand, zodat een goed jaar twee broedsels kan opleveren en een slecht jaar geen enkel.
  • Echte uilen | Strigidae12 soortenDe gezichtsschijf is rond en de ogen zijn groot, met een iris die van geel tot vrijwel zwart loopt; verschillende soorten dragen op de kop twee oprichtbare veerpluimen. In het gidsgebied komen twaalf soorten voor. Endemisch zijn onder meer de Cubaanse dwerguil en de Cubaanse naaktpootuil, de Jamaicaanse ooruil en de Puerto Ricaanse schreeuwuil; op Cuba en Hispaniola leeft daarnaast de Stygische ooruil. De holenuil broedt in zelfgegraven of overgenomen holen in de grond en is ook overdag actief. Op Trinidad leven Zuid-Amerikaanse soorten, van de dwerguil tot de briluil. Op de meeste eilanden van de Kleine Antillen ontbreken echte uilen. De stem bestaat uit doffe tonen, ratels of fluitreeksen en is vaak het eerste waaraan de soort te herkennen valt. Er wordt gebroed in een boomholte, een rotsspleet of op de grond; het vrouwtje broedt, het mannetje voert het voedsel aan.