Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Blauwgrijs dikbekje

Blauwgrijs dikbekje | Sporophila intermedia

Grey Seedeater | Semillero gris

Het blauwgrijs dikbekje is een vrij groot, grijs dikbekje van open terrein in het noorden van Zuid-Amerika. Op Trinidad, waar het picoplat heet, is het om zijn zang een van de meest gehouden kooivogels. Door vangst en verlies van leefgebied is de wilde populatie daar zo sterk geslonken dat de soort in sommige overzichten als verdwenen geldt. De vogels van Trinidad werden als aparte ondersoort insularis beschreven.

Blauwgrijs dikbekje (Sporophila intermedia)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een levendige reeks muzikale kwetters, tjiptonen en trillers, vaak beginnend met tsjoe-tsjoe-tsjoe; sommige vogels imiteren andere soorten. De roep is een vragend tsiep.

Luister: ZangXC557237

Opname: Jerome Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een dikke, ronde snavel. Het mannetje is middengrijs met een blauwige zweem op kop, nek en bovendelen, heeft zwartachtige vleugels met grijze randen, een witte vlek op de gesloten vleugel en een zwartachtige staart. De keel is grijs, de borst iets donkerder grijs, de buik witachtig. De snavel is roze-oranje. Het vrouwtje is warm bruin van boven, met een lichte, kaneelkleurige keel, borst en flanken en een bleker geelbruine buik; haar snavel is zwartachtig. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van het geelbuikdikbekje Sporophila nigricollis kan een grijze rug hebben, maar heeft een zwarte kop en keel en een gele buik. Het mannetje van het dwergdikbekje Sporophila minuta is roestrood van onder. Vrouwtjes lijken sterk op die van andere dikbekjes; het blauwgrijs dikbekje is groter, met een zwaardere snavel.

Leefgebied

Open terrein: grasland, open plekken en randen van bos, braakliggende terreinen, parken en tuinen, op het vasteland tot ruim 1000 m. Mannetjes zingen vanaf een vrije zitplaats.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een schaarse tot zeldzame standvogel. AviList beschouwt de soort daar als verdwenen, maar in december 2023 werden twee vogels gefotografeerd, en Birds of the World noemt haar schaars tot vrij algemeen. Door de vele kooivogels is de herkomst van waarnemingen vaak onzeker. Van Tobago niet bekend. Verder in Colombia, Venezuela, Guyana en het noorden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kansrijk in ruig grasland en langs bosranden in het laagland van Trinidad. Elk grijs dikbekje met een roze-oranje snavel is het nagaan waard; foto's en geluidsopnamen helpen de herkomst te beoordelen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Op Trinidad sterk achteruitgegaan door vangst, ook buiten het toegestane seizoen, door smokkel en door verlies van leefgebied; in een ontwerp-wet voor natuurbescherming staat de soort er als ernstig bedreigd.

Wetenschappelijke naam

Sporophila intermedia | Cabanis, 1851

Cabanis beschreef de soort in 1851 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sporophila werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Sporophila is Grieks, van sporos 'zaad' en philos 'liefhebber': 'zaadliefhebber'. intermedia is Latijn voor 'tussenliggend', omdat de soort in kenmerken tussen verwante dikbekjes in staat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Cabello, Venezuela.