Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Blauwkopkolibrie

Blauwkopkolibrie | Riccordia bicolor

Blue-headed Hummingbird | Colibrí bicolor

De blauwkopkolibrie komt alleen voor in de bergbossen van Dominica en Martinique. Het mannetje is de enige kolibrie van de Kleine Antillen met een volledig blauwe kop.

Blauwkopkolibrie (Riccordia bicolor)
Foto: Paul Prior — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Metalige tonen die snel in toonhoogte dalen en een metalig klik-klik-klik.

Luister: RoepXC211594

Opname: Elias Aristides Elias — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–11 cm, met een licht gebogen zwarte snavel. Het mannetje is groen tot blauwgroen glanzend, met een helder violetblauwe kop en keel, witachtige dijen en een blauwzwarte, licht gevorkte staart. Het vrouwtje is van boven bronsgroen, van onder grijswit met een witachtige keel, en heeft een getrapte staart met witte of grijze punten aan de buitenste veren. Jonge vogels zijn doffer, met een kortere, rechte snavel; bij jonge mannetjes is de ondersnavel roze.

Verwarrings­soorten

De granaatkolibrie Eulampis jugularis en de groenkeelkolibrie Eulampis holosericeus zijn veel groter, met een langere, gebogen snavel, en missen de blauwe kop. De Antilliaanse kuifkolibrie Orthorhyncus cristatus is kleiner; het mannetje heeft een puntige groene kuif en het vrouwtje een kortere, rechte snavel. Het vrouwtje van de blauwkopkolibrie is van die soort te onderscheiden door de getrapte staart en de wat langere, gebogen snavel.

Leefgebied

Ongestoord bergregenwoud en nevelwoud en secundair bos langs rivieren en open plekken in het bos, vooral tussen 500 en 1200 m en het talrijkst tussen 800 en 1000 m; soms lager. Zuigt nectar aan bloemen van struiken en epifyten in de onderste laag van het bos. Broedt van februari tot mei; het nest zit vaak in een boomvaren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Dominica en Martinique. Op Dominica verspreid in de beboste bergen van het binnenland; op Martinique schaarser en grotendeels beperkt tot de beboste hellingen van de Montagne Pelée en de Pitons du Carbet in het noorden. Buiten deze twee eilanden komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Dominica langs bospaden in het binnenland, bijvoorbeeld de Syndicate Nature Trail in het Nationaal Park Morne Diablotin en de wegen naar Freshwater Lake en de Emerald Pool. Op Martinique in het bergbos langs de Route de la Trace. Het meest kansrijk bij bloeiende struiken aan bosranden en langs beken.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het verspreidingsgebied is klein en beperkt tot twee eilanden, en orkanen kunnen het bos in korte tijd zwaar beschadigen; na orkaan Maria in 2017 ging op Dominica een groot deel van de boombedekking verloren. Klimaatverandering vergroot dit risico.

Wetenschappelijke naam

Riccordia bicolor | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Trochilus bicolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Riccordia werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Riccordia eert de Franse chirurg en natuuronderzoeker Alexandre Ricord (geb. 1798), naar wie ook de typesoort ricordii heet. bicolor is Latijn voor 'tweekleurig', naar de blauwe kop en het groene lijf van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guadeloupe.