Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Blauwkroonparkiet

Blauwkroonparkiet | Thectocercus acuticaudatus

Blue-crowned Parakeet | Aratinga cabeciazul

De blauwkroonparkiet is een grote, groene aratinga met een blauwe kop en een lange staart die van onder roodachtig is. Hij wordt veel als kooivogel gehouden. Op Curaçao leeft een vrijlevende populatie, vooral in het westen en midden van het eiland; elders in het gebied zijn alleen losse ontsnapte vogels gemeld.

Blauwkroonparkiet (Thectocercus acuticaudatus)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid en rauw: een herhaald, krassend kreek-kreek in de vlucht en een raspend gekwetter van groepen in bomen.

Luister: VluchtroepXC879279

Opname: Dante Buzzetti — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–38 cm, met een lange, spitse staart. Groen, met een dofblauw voorhoofd en kruin; bij sommige vormen loopt het blauw door over wangen en oorstreek. Rond het oog ligt een ring van kale witte huid. De onderkant van de staart is roodbruin aan de basis van de pennen, de ondervleugel geelachtig groen. De bovensnavel is licht hoornkleurig met een donkere punt, de ondersnavel donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben minder blauw op de kop.

Verwarrings­soorten

De maïsparkiet Eupsittula pertinax is veel kleiner, met een geelbruin gezicht en een olijfbruine borst, zonder blauw op de kop. De dwergara Ara severus heeft een kastanjebruin voorhoofd, een kaal wit gezicht en een zwarte snavel. Andere ontsnapte aratinga's hebben rood op de kop of in de vleugel, zoals de roodvoorhoofdparkiet Psittacara wagleri en de witoogparkiet P. leucophthalmus.

Leefgebied

Op Curaçao golfterreinen, woonwijken, hoven, dammen en de omgeving van de waterzuivering, en het struweel en de mangrove rond baaien en zoutpannen. Eet zaden, vruchten en bloemen. In het oorspronkelijke areaal droog bos, savanne, struweel en bosranden; mijdt dicht, vochtig bos. Broedt in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Curaçao: vrijlevende populatie, met waarnemingen onder meer bij Blue Bay, Piscaderabaai, Klein Hofje, Saliña Sint Michiel, Julianadorp en Malpais. Op Puerto Rico enkele waarnemingen van ontsnapte vogels; van andere eilanden geen populaties bekend. Van nature in twee gescheiden gebieden: Noordoost-Colombia, Noord-Venezuela en Isla Margarita, en van Oost-Bolivia en Paraguay tot Noord-Argentinië, Uruguay en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Curaçao rond Blue Bay en bij de dammen en zoutpannen in het westen van Willemstad, waar groepjes luidruchtig tussen de bomen vliegen. De blauwe kop is alleen bij goed licht te zien; de grootte en de lange staart onderscheiden hem al van de maïsparkiet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Op Curaçao een exoot; de omvang van de populatie en de invloed op de inheemse maïsparkiet zijn niet onderzocht.

Wetenschappelijke naam

Thectocercus acuticaudatus | (Vieillot, 1818) (GBIF: Aratinga acuticaudata)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Psittacus acuticaudatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thectocercus werd in 1912 ingevoerd door Ridgway. Thectocercus is Grieks, van thēktos 'gescherpt' en kerkos 'staart', naar de lange, spits toelopende staart. acuticaudatus is Latijn voor 'spitsstaartig', van acutus 'spits' en caudatus 'gestaart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay (rond 24° ZB).