Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Bootstaarttroepiaal

Bootstaarttroepiaal | Quiscalus major

Boat-tailed Grackle | Zanate marismeño

De bootstaarttroepiaal is een grote troepiaal van de kusten van het zuidoosten van de Verenigde Staten, waaronder heel Florida. In het Caribisch gebied ontbreekt hij in de klassieke literatuur, maar sinds het begin van deze eeuw wordt hij op New Providence in de Bahama's gezien, en na 2015 is het aantal meldingen daar sterk gestegen. Hoe de vogels er gekomen zijn, is niet vastgesteld.

Bootstaarttroepiaal (Quiscalus major)
Foto: Connie Denyes — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, raspend djiep en verschillende krassende, kwetterende en piepende geluiden; ratelende reeksen krrt-krrt-krrt tijdens de balts. In tegenstelling tot de langstaarttroepiaal zonder heldere fluittonen en klakkende geluiden.

Luister: ZangXC1037045

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

26–43 cm, met een groot verschil tussen de seksen: mannetjes 37–43 cm, vrouwtjes 26–33 cm. Lange, spitse snavel en een lange, kielvormige staart die het mannetje in een V houdt. Het mannetje is glanzend zwart met een blauwpaarse glans; het vrouwtje is warmbruin, met een lichtere, okerbruine keel en borst en donkerder vleugels en staart. De vogels uit Florida, waar de Bahamaanse vogels vermoedelijk vandaan komen, hebben een donkere iris; elders in het verspreidingsgebied is de iris geel. De kop is vrij rond.

Verwarrings­soorten

De langstaarttroepiaal Quiscalus mexicanus lijkt sterk, maar heeft een plattere kruin, een gele iris en een nog langere staart; vrouwtjes zijn grijzer bruin met een lichtere wenkbrauwstreep. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger komt op de Bahama's niet voor, is veel kleiner en heeft een gele iris. De bruinkopkoevogel Molothrus ater en de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn klein, met korte, kegelvormige snavels.

Leefgebied

In het oorspronkelijke verspreidingsgebied kwelders, kustmoerassen en de oevers van meren en kanalen, maar ook parkeerterreinen, parken en stadscentra. Op New Providence vooral in en rond Nassau: parken, waterkanten, havens en winkelcentra. Eet vrijwel alles: insecten, krabben, kleine vissen, zaden en afval. Broedt in kolonies in riet, struiken en bomen boven of bij water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op New Providence, waar de meeste meldingen sinds 2016 vallen en de vogels het hele jaar aanwezig zijn; losse meldingen op Grand Bahama en Eleuthera. Meldingen van Sint Eustatius betreffen vermoedelijk Caribische troepialen. Buiten het gebied langs de kusten van de Verenigde Staten van New York tot het oosten van Texas en in heel Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Nassau bij waterkanten, parken en grote parkeerterreinen. Een mannetje is aan de grootte en de V-vormige staart te herkennen. Een gevestigde bootstaarttroepiaal op de Bahama's is nieuw voor het gebied; waarnemingen met foto en geluid zijn daarom waardevol.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het oorspronkelijke verspreidingsgebied algemeen en in opmars langs de Atlantische kust. De status op New Providence verdient verder onderzoek.

Wetenschappelijke naam

Quiscalus major | Vieillot, 1819

Vieillot beschreef de soort in 1819 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Quiscalus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Quiscalus gaat terug op Linnaeus' soortnaam Gracula quiscula; waar hij het woord vandaan had is onzeker, mogelijk van het Taíno quisqueya, een naam voor Hispaniola. major is Latijn voor 'groter', naar het formaat ten opzichte van verwante troepialen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit New Orleans, Louisiana.