Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Bruinvleugeltiran
Bruinvleugeltiran | Myiarchus oberi
Lesser Antillean Flycatcher | Copetón de Ober
De bruinvleugeltiran is de Myiarchus van de Kleine Antillen tussen Saint Kitts en Saint Lucia. Hij leeft vooral in de kroon en aan de randen van vochtig bos in de heuvels en is daar door zijn lange, klagende fluittonen vaker te horen dan te zien. Er worden vier ondersoorten onderscheiden, elk op één of enkele eilanden.
Geluid
Lange, klagende, aanhoudende fluittonen, zoals een gerekt pieeeuu. De ochtendzang bestaat uit een lange eerste toon, twee zeer korte tonen en een lagere, klagende slottoon.
Opname: Allen T. Chartier — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–22 cm, met een duidelijke kuif. Kruin en bovendelen zijn donker olijfgroen tot olijfbruin, het gezicht grijsolijf. De vleugels zijn bruin, met roestbruine randen aan de pennen; de bovenstaartdekveren en de staart tonen roestbruin. Keel en borst zijn grijs, de buik geel met groenig getinte flanken. Snavel, poten en iris zijn donker. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Op zijn eilanden geen andere Myiarchus; de Grenadatiran Myiarchus nugator leeft zuidelijker. De grijze koningstiran Tyrannus dominicensis is grijs en wit, zonder kuif, geel of roestbruin, en zit open. De witbuikelenia Elaenia martinica is kleiner, met witte vleugelstrepen. De roestbuikpiewie Contopus latirostris is veel kleiner en heeft een okerbruine onderzijde zonder geel.
Leefgebied
Kroon en randen van vochtig, groenblijvend bos, vooral tussen ongeveer 100 en 900 m, ook plantages met bomen en op sommige eilanden droger bos en doornstruweel. Jaagt vanaf een zitplaats in de kroon op insecten en eet ook vruchten. Nestelt in boomholten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Saint Kitts, Nevis en Barbuda (ondersoort berlepschii), Guadeloupe en Dominica (oberi), Martinique (sclateri) en Saint Lucia (sanctaeluciae). Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste in de vroege ochtend langs bospaden en wegen door vochtig bos in de heuvels, bijvoorbeeld op Dominica en Saint Lucia. De klagende fluittoon verraadt de vogel; daarna is hij vaak in de kroon op te sporen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar het verspreidingsgebied is klein en de aantallen lijken af te nemen. Bedreigingen zijn het kappen van bos en orkaanschade.
Wetenschappelijke naam
Myiarchus oberi | Lawrence, 1877
Lawrence beschreef de soort in 1877 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. oberi eert de Amerikaanse natuuronderzoeker en schrijver Frederick Albion Ober (1849–1913), die de Kleine Antillen verkende. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dominica.




