Alle soorten › Steltloperachtigen › Grielen › Caribische griel

Caribische griel | Hesperoburhinus bistriatus

Double-striped Thick-knee | Alcaraván americano

De Caribische griel is een grote, schutkleurige griel met lange poten, een forse kop en grote gele ogen. Hij is vooral in de schemering en 's nachts actief en brengt de dag roerloos staand of gedrukt door in open, droog terrein. In het gebied leeft hij alleen op Hispaniola, waar een eigen ondersoort voorkomt, Hesperoburhinus bistriatus dominicensis. In de Dominicaanse Republiek heet hij búcaro.

Caribische griel (Hesperoburhinus bistriatus)
Foto: Hans Norelius from Älvsjö, Sweden — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vooral 's nachts en in de schemering te horen: een luide, snelle reeks schelle tonen, als kie-kie-kie-kie, die aanzwelt en weer wegzakt en vaak door meerdere vogels tegelijk wordt gegeven. Verstoorde vogels laten een kort, scherp kiek horen.

Luister: DuetXC295822

Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

43–48 cm, rechtop staand op lange, groengrijze poten. De bovendelen zijn grijsbruin met fijne donkere strepen, hals en borst lichtbruin en fijn gestreept, de buik wit. Boven het oog loopt een brede witte wenkbrauwstreep, aan de bovenkant afgezet met een zwarte streep; die dubbele streep geeft de soort haar Engelse naam. Het grote oog is geel, de korte, stevige snavel zwart met geel aan de basis. In de vlucht vallen de donkere vleugels op met een witte vlek op de handpennen. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn wat donkerder en minder strak getekend.

Verwarrings­soorten

Er is in het gebied geen andere griel. De killdeerplevier Charadrius vociferus is veel kleiner, met twee zwarte borstbanden en een oranje stuit. De Chileense kievit Vanellus chilensis, die zich in het zuiden van het gebied uitbreidt, heeft een zwarte borst, een dunne kuif en een roze snavelbasis, en is overdag actief.

Leefgebied

Droog, open terrein met lage begroeiing: doornstruweel, cactusscrub, savanne, kort begraasd weiland en akkerranden, ook nabij boerderijen. Rust overdag in de schaduw van struiken en vertrouwt eerder op zijn schutkleur dan op vluchten; loopt liever weg dan op te vliegen. Jaagt 's nachts op de grond op insecten, wormen en andere ongewervelden, en neemt soms ook hagedissen en kleine knaagdieren. Legt twee eieren in een kaal kuiltje op de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Hispaniola, in zowel de Dominicaanse Republiek als Haïti, vooral in de droge laaglanden; plaatselijk vrij algemeen, maar door de nachtelijke leefwijze vaak over het hoofd gezien. Van Barbados, Curaçao en Trinidad zijn losse meldingen van dwaalgasten bekend, vermoedelijk vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland; ook van de Bahama's bestaan enkele meldingen, waarvan de herkomst onduidelijk is. Buiten het gebied van Zuid-Mexico via Midden-Amerika tot Colombia, Venezuela, Guyana en Noord-Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden bij het vallen van de avond in droog, open land met verspreide struiken, wanneer de vogels gaan roepen en zich in de open ruimte laten zien. Overdag kan een rustende vogel vlak bij een pad of erf staan zonder zich te bewegen; de grote gele ogen verraden hem dan eerder dan de vorm. Op Hispaniola wordt de soort van oudsher ook als huisdier op erven gehouden; zulke vogels zeggen niets over het wilde voorkomen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Over de grootte en de trend van de populatie op Hispaniola is weinig vastgelegd. Het omzetten van droog struweel in landbouwgrond en bebouwing, het wegvangen van vogels als huisdier en predatie door ingevoerde zoogdieren zijn mogelijke bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Hesperoburhinus bistriatus | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Charadrius bistriatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hesperoburhinus werd in 2023 ingevoerd door Černý, van Els, Natale & Gregory. Hesperoburhinus combineert Grieks hesperos 'westelijk' met Burhinus: het enige griel-geslacht van het westelijk halfrond. bistriatus is Latijn, van bi- 'twee-' en striatus 'gestreept', naar de dubbele kopstreep (wit en zwart) boven het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.