Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Cubaanse groene specht
Cubaanse groene specht | Xiphidiopicus percussus
Cuban Green Woodpecker | Carpintero verde
De Cubaanse groene specht is de enige soort in zijn geslacht Xiphidiopicus en komt alleen op Cuba voor. Het is de algemeenste specht van het eiland en wordt vrijwel overal aangetroffen waar bomen staan, van mangrove tot pijnbos. Op Cuba heet hij carpintero verde.
Geluid
Een kort, rauw jhorr, jhorr, jhorr en een hoger jeh-jeh-jeh. Roffelt ook op hout.
Opname: Nils Navarro — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
21–25 cm, middelgroot, met een vrij lange staart. De bovendelen zijn olijfgroen. Het gezicht is wit met een zwarte streep achter het oog; de kin is zwart. Midden op keel en bovenborst zit een rode vlek. De verdere onderdelen zijn geelachtig met donkere streepjes. Het mannetje heeft een rode kruin en nek; het vrouwtje heeft een zwarte kruin met witte streepjes en alleen een rode nek. Jonge vogels zijn doffer, met minder rood.
Verwarringssoorten
Geen andere specht op Cuba is groen. De West-Indische specht Melanerpes superciliaris is groter, met een zwart-wit gebandeerde rug en een lichtbruin gezicht. De Cubaanse grondspecht Colaptes fernandinae en de gouden grondspecht Colaptes auratus zijn groter, bruin en zwart gebandeerd en foerageren vaak op de grond. De geelbuiksapspecht Sphyrapicus varius, een wintergast, heeft een witte vleugelstreep.
Leefgebied
Vrijwel alle bostypen op Cuba: droog en vochtig loofbos, pijnbos, kalksteenbos, kustbos, mangrove, open landschap met palmen en sterk aangetast secundair bos, ook in bomenrijke tuinen. Hij zoekt op stammen en takken naar insecten en hun larven en eet ook vruchten. Het nest is een holte in een levende of dode boom, vaak op 4–5 m hoogte; de broedtijd loopt van februari tot augustus, met een piek in mei en juni. Het legsel telt meestal 3–4 eieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Cuba: de nominaatvorm op het hoofdeiland en de grotere cayos, de ondersoort Xiphidiopicus percussus insulaepinorum op het Isla de la Juventud. Buiten Cuba komt de soort niet voor; meldingen van de Bahama's betreffen fossiele resten.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elk bosgebied op Cuba, bijvoorbeeld op het schiereiland Zapata en in de Sierra del Rosario, vaak in paren. De rauwe roep en de rode vlek op de keel maken de soort snel herkenbaar.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is algemeen en de populatie is stabiel; ze komt ook in aangetast bos en cultuurland met bomen voor.
Wetenschappelijke naam
Xiphidiopicus percussus | (Temminck, 1826)
Temminck beschreef de soort in 1826 als Picus percussus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Xiphidiopicus werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Xiphidiopicus verbindt Grieks xiphidion 'zwaardje, dolk' met Picus 'specht', vermoedelijk naar de puntige snavel. percussus is Latijn voor 'geslagen, getroffen', van percutere, vermoedelijk naar het hameren in hout. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.






