Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Cubaanse kwartelduif

Cubaanse kwartelduif | Geotrygon chrysia

Key West Quail-Dove | Paloma perdiz barbiqueja

De Cubaanse kwartelduif is de meest verspreide kwartelduif van het noordelijke Caribisch gebied, maar ook hier een schuwe vogel die het grootste deel van zijn tijd lopend op de bosbodem doorbrengt. Zijn Engelse naam, Key West Quail-Dove, herinnert eraan dat hij vroeger ook in de Florida Keys broedde; daar is hij nu alleen nog een zeldzame dwaalgast. In de gids is het een standvogel van de Bahama's, Cuba, Hispaniola en Puerto Rico.

Cubaanse kwartelduif (Geotrygon chrysia)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lage, kreunende toon op één hoogte, oeoeoe, die aanzwelt en wegsterft en met tussenpozen wordt herhaald. Het geluid lijkt op dat van Verreaux' duif en is buikspreekachtig. Hij roept vooral vroeg in de ochtend vanaf de grond of een lage tak.

Luister: ZangXC975345

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

27–31 cm, een middelgrote, gedrongen kwartelduif. De bovendelen zijn warm roodbruin, met een groene tot amethistkleurige glans op kruin, achterhoofd en achterhals en een paarsrode glans op mantel, rug en stuit. Een brede witte streep loopt van de snavelbasis onder het oog door naar achteren, met daaronder een roodbruine baardstreep. De keel is wit, de borst grijsachtig tot roze getint en de buik licht. Het vrouwtje is doffer en meer olijfbruin van boven, met minder glans.

Verwarrings­soorten

De rosse kwartelduif Geotrygon montana is eveneens roodbruin, maar heeft geen glans en een lichte, minder scherpe wangstreep; het vrouwtje daarvan is olijfbruin. De grote kwartelduif Geotrygon mystacea, die op Puerto Rico en de Maagdeneilanden voorkomt, is doffer bruin van boven, zonder rode tinten, en heeft een rossige buik. Op Cuba zijn de grijskopkwartelduif Geotrygon caniceps en de blauwkopkwartelduif Starnoenas cyanocephala te onderscheiden aan hun grijze of blauwe koptekening; op Hispaniola geldt dat voor de witvoorhoofdkwartelduif Geotrygon leucometopia.

Leefgebied

Droog en halfgroen loofbos, bos op kalksteen en kustbos met een dichte ondergroei en veel bladafval, en daarnaast dicht struweel in droge gebieden. Op Puerto Rico vooral in kustbos en in de karstheuvels. Hij loopt over de bosbodem en zoekt zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden; in bomen zit hij minder vaak dan op de grond. Het nest is een los platform van takjes, laag in struiken of klimplanten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op de Bahama's vooral op de noordelijke eilanden; daarnaast gemeld van de Turks- en Caicoseilanden. Op Cuba, inclusief Isla de la Juventud, verspreid in bosgebieden; op Hispaniola in zowel de Dominicaanse Republiek als Haïti. Op Puerto Rico schaars en plaatselijk, onder meer in het zuidwesten ten westen van Ponce, in de karstheuvels tussen Arecibo en Isabela, en op Mona en Vieques. Op Jamaica ontbreekt de soort. Op de Kaaimaneilanden kwam hij vroeger voor; in Florida en de Keys broedt hij niet meer.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba is het schiereiland Zapata een goede plek, waar de soort samen met andere kwartelduiven in de vroege ochtend over de bospaden loopt. Op Puerto Rico bieden de droge bossen in het zuidwesten en de karstbossen in het noorden de beste kansen. Een stille wachtpost op een pad bij het eerste licht levert meer op dan rondlopen; de vogel loopt meestal weg in plaats van op te vliegen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Over het hele areaal geldt de soort als niet bedreigd, maar plaatselijk is ze schaars door het verlies van bos, jacht en ingevoerde roofdieren zoals de mangoeste, katten en ratten. Uit de Florida Keys en van de Kaaimaneilanden is ze als broedvogel verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Geotrygon chrysia | Bonaparte, 1855

Bonaparte beschreef de soort in 1855 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Geotrygon werd in 1847 ingevoerd door Gosse. Geotrygon is Grieks, van gē 'aarde, grond' en trugōn 'tortelduif': 'gronduif'. chrysia komt van het Griekse khruseos 'gouden', naar de goudachtige glans op rug en nek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Florida.