Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Witvoorhoofdkwartelduif

Witvoorhoofdkwartelduif | Geotrygon leucometopia

White-fronted Quail-Dove | Paloma perdiz dominicana

De witvoorhoofdkwartelduif is een schuwe grondduif van de bergbossen van Hispaniola, die vrijwel alleen in de Dominicaanse Republiek nog wordt gezien. Hij loopt rustig over de bosbodem, keert bladeren om en verdwijnt bij de minste verstoring tussen de varens en struiken. Tot voor kort werd hij samen met de grijskopkwartelduif van Cuba als één soort beschouwd; beide gelden nu als afzonderlijke soorten. Door zijn kleine areaal en de jacht is hij bedreigd.

Witvoorhoofdkwartelduif (Geotrygon leucometopia)
Foto: ntitelbaum — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks korte, lage, holle tonen, hoe of koe, langzaam of snel achter elkaar, vaak uit dichte begroeiing. In stil bergbos draagt het geluid ver. Vaak is de roep het enige teken van de vogel, die zich verder schuilhoudt op de grond of op een lage tak.

Luister: RoepXC188168

Opname: Jesse Fagan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 28 cm, gedrongen en kortstaartig. Kenmerkend is het brede, helderwitte voorhoofd, dat scherp afsteekt tegen de leigrijze kruin en kop. De hals heeft een roodpaarse tot violette glans, de bovendelen zijn donkerder grijs met een metaalachtige paarsblauwe glans. De borst is grijs, de onderbuik roodbruin. Het oog is rood en de poten zijn roodachtig. De seksen lijken op elkaar. Jonge vogels zijn doffer en bruiner, met een minder scherp afgetekend voorhoofd.

Verwarrings­soorten

De Cubaanse kwartelduif Geotrygon chrysia, die ook op Hispaniola leeft, is roodbruin van boven, heeft een witte streep onder het oog en mist het witte voorhoofd en het grijs. De rosse kwartelduif Geotrygon montana is overwegend roestbruin en eveneens zonder grijs. De grijskopkwartelduif Geotrygon caniceps lijkt sterk, maar heeft een minder wit voorhoofd en leeft alleen op Cuba, zodat de twee in het veld niet naast elkaar voorkomen.

Leefgebied

Vochtig breedbladig bos met een dichte ondergroei en veel bladafval, vooral in de bergen tot ongeveer 1800 m, waaronder bergregenwoud en nevelwoud; daarnaast plaatselijk in lager gelegen halfgroen bos. Er zijn ook enkele waarnemingen uit drogere gebieden met cactussen en struweel. De vogel zoekt op de grond naar zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden. Het nest is een los platform van takjes laag in de begroeiing.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola. Vrijwel alle recente waarnemingen komen uit de Dominicaanse Republiek, waar de soort voorkomt in de bergbossen van onder meer de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central. In Haïti, waar ze vroeger in de bergen in het zuiden werd gemeld, is ze mogelijk verdwenen. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De Sierra de Bahoruco in het zuidwesten van de Dominicaanse Republiek is de plek waar de meeste vogelaars de soort zien, vaak met een plaatselijke gids die de stukken bos kent waar de duiven in de vroege ochtend op of langs de paden lopen. Een stille wachtpost bij het eerste licht werkt beter dan zoeken; de roep verraadt de aanwezigheid vaak al voordat de vogel zich laat zien.

Staat van instandhouding

Bedreigd (Endangered). De populatie wordt geschat op minder dan 1700 volwassen vogels en gaat achteruit door het verlies van bos, jacht en ingevoerde roofdieren. Het areaal is zeer klein en het bos in de bergen van Hispaniola staat onder druk van ontginning, houtkap en brand. Een deel van het leefgebied ligt in nationale parken.

Wetenschappelijke naam

Geotrygon leucometopia | (Chapman, 1917)

Chapman beschreef de soort in 1917 als Oreopeleia leucometopius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geotrygon werd in 1847 ingevoerd door Gosse. Geotrygon is Grieks, van gē 'aarde, grond' en trugōn 'tortelduif': 'gronduif'. leucometopia is Grieks, van leukos 'wit' en metōpon 'voorhoofd', naar het witte voorhoofd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mt. Tina, provincie Azua, Dominicaanse Republiek.