Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Dwergdikbekje
Dwergdikbekje | Sporophila minuta
Ruddy-breasted Seedeater | Semillero pechirrufo
Het dwergdikbekje is een van de kleinste dikbekjes en het enige in het gebied met roestrode onderdelen. Het leeft in graslanden en savannen van Mexico tot het noorden van Brazilië en is in het Caribisch gebied alleen op Trinidad standvogel.
Geluid
De zang is een vrij korte, welluidende reeks fluittonen, die vanaf een grashalm of lage struik wordt gebracht. De roep is een zacht tsjip.
Opname: Olivier SWIFT — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
9–10 cm, klein en gedrongen, met een korte, dikke, donkere snavel. Het mannetje heeft een grijze tot grijsbruine kruin, rug en vleugels, een kleine witte vleugelvlek en een roestbruine stuit. Keel, borst en buik zijn egaal roestrood tot kaneelkleurig. Het vrouwtje is bruin van boven en lichter geelbruin van onder, zonder strepen. Jonge mannetjes lijken op het vrouwtje, met wat roest op de onderdelen.
Verwarringssoorten
Geen ander dikbekje in het gebied heeft roestrode onderdelen. Vrouwtjes lijken sterk op die van verwante soorten: dat van het geelbuikdikbekje Sporophila nigricollis is olijfbruiner, dat van het blauwgrijs dikbekje Sporophila intermedia groter met een zwaardere snavel. Het vrouwtje van de jacarinagors Volatinia jacarina heeft een spitsere snavel en een gestreepte borst.
Leefgebied
Natte en droge savanne, vochtig grasland, rijstvelden, ruige weilanden en moerasranden in het laagland. Eet graszaden; buiten de broedtijd vaak in groepjes, soms samen met andere dikbekjes en de jacarinagors.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad een plaatselijke standvogel van open grasland en savanne in het laagland. Van Tobago en de andere eilanden niet bekend. Verder van het westen van Mexico door Midden-Amerika tot Colombia, Ecuador, Venezuela, de Guyana's en het noorden van Brazilië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In open grasland, savanne en bij rijstvelden op Trinidad, vooral in de regentijd, wanneer de mannetjes zingen. Bij groepjes dikbekjes letten op de roestrode onderdelen, die ook op afstand opvallen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen in een groot deel van het verspreidingsgebied en ook te vinden in door de mens gevormde graslanden en rijstvelden.
Wetenschappelijke naam
Sporophila minuta | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Loxia minuta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sporophila werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Sporophila is Grieks, van sporos 'zaad' en philos 'liefhebber': 'zaadliefhebber'. minuta is Latijn voor 'klein', naar het zeer kleine formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.




