Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Dwergpauraque
Dwergpauraque | Siphonorhis brewsteri
Least Poorwill | Torico
De dwergpauraque is een van de kleinste nachtzwaluwen ter wereld en komt alleen op Hispaniola voor, inclusief het eiland Gonâve. Het geslacht Siphonorhis telde nog een tweede soort, de Jamaicaanse pauraque Siphonorhis americana, die sinds het eind van de negentiende eeuw niet meer met zekerheid is waargenomen. In de Dominicaanse Republiek heet de vogel torico, naar zijn roep.
Geluid
Het mannetje laat een fluitend, in toonhoogte stijgend toerrrrie of gekweeld twoerrie horen, waaraan de naam torico ontleend is. Daarnaast korte, gefloten toerriek- of to-iek-roepen en zachte, schrapende geluiden die aan een duif doen denken.
Opname: Mitch Walters — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
17–21 cm, klein en compact, met korte, ronde vleugels en een vrij lange staart. De bovendelen zijn grijsbruin met zwartachtige strepen en witte vlekken op de vleugeldekveren. Een brede geelbruine band loopt over de achterhals. De keel draagt een witte band; de borst is donkerbruin met witte vlekjes. De staartpennen hebben smalle witte toppen. De ondersoort gonavensis van Gonâve is kleiner en bleker.
Verwarringssoorten
De Hispaniolanachtzwaluw Antrostomus ekmani is veel groter en donkerder, met een andere roep. De Antilliaanse nachtzwaluw Chordeiles gundlachii heeft lange, spitse vleugels met een witte band en jaagt in open vlucht, ook in de schemering boven open terrein. De carolinanachtzwaluw Antrostomus carolinensis, een wintergast, is bijna twee keer zo groot en roestbruin. De kleine maat, korte vleugels en de lichte nekband zijn kenmerkend.
Leefgebied
Droog bos en halfdroog bos op kalksteen, met cactussen en doornige struiken, van zeeniveau tot ongeveer 800 m; plaatselijk ook in vochtiger loofbos en de randen van pijnbos. Jaagt in de schemering en 's nachts op insecten, vaak in korte vluchten vanaf de grond of een lage tak. Broedt van april tot juni; de twee eieren liggen zonder nest op de kale grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Hispaniola. In de Dominicaanse Republiek in de droge laaglanden van het zuidwesten, het noordwesten en het centrale deel, met een uitloper naar aangrenzend Haïti; daarnaast op het Haïtiaanse eiland Gonâve. De verspreiding is versnipperd, afhankelijk van resterend droog bos. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste in de avondschemering in droog bos in het zuidwesten van de Dominicaanse Republiek, zoals rond Puerto Escondido en Rabo de Gato aan de noordrand van de Sierra de Bahoruco. De roep is het beste aanknopingspunt; vogels zitten vaak op lage takken of op paden en wegen.
Staat van instandhouding
Gevoelig (Near Threatened). De populatie wordt op minder dan 15.000 volwassen vogels geschat en neemt af door kap van droog bos, onder meer voor houtskool en landbouw, en door predatie door ingevoerde mangoesten en ratten op deze grondbroeder.
Wetenschappelijke naam
Siphonorhis brewsteri | (Chapman, 1917)
Chapman beschreef de soort in 1917 als Microsiphonorhis brewsteri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Siphonorhis werd in 1861 ingevoerd door Sclater. Siphonorhis is Grieks, van siphōn 'buis' en rhis, rhinos 'neus', naar de buisvormige neusgaten. brewsteri eert de Amerikaanse ornitholoog William Brewster (1851–1919). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Túbano, provincie Azua, Dominicaanse Republiek.



