Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Eekhoornkoekoek

Eekhoornkoekoek | Piaya cayana

Common Squirrel Cuckoo | Cuclillo canela

De eekhoornkoekoek is een grote, kastanjebruine koekoek met een zeer lange, getrapte staart, die als een eekhoorn door de takken klautert en springt. In het gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij in vrijwel elk bosgebied leeft, van het laagland tot in het Northern Range. Ondanks zijn formaat en kleur is hij in het loof vaak verborgen, maar zijn luide roepen en de lange staart verraden hem.

Eekhoornkoekoek (Piaya cayana)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, explosief kiep! en een tweeledig kiep wieoe, waarvan het tweede deel daalt; deze roepen worden vaak gegeven wanneer de vogel van tak naar tak gaat. De zang is een reeks luide, fluitende tonen, wiep wiep wiep wiep, die lang kan worden volgehouden en ver door het bos draagt.

Luister: ZangXC1183478

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–50 cm, waarvan meer dan de helft staart. Kop, hals en bovendelen zijn helder kastanjebruin, de keel lichter roodbruin; de onderborst is grijs, de buik donkergrijs tot zwartachtig. De lange staart is getrapt: de middelste pennen zijn roodbruin, de buitenste zwart met brede witte toppen, zodat de onderkant een ladderpatroon van zwarte en witte banden toont. De snavel is krachtig, licht gebogen en geel tot geelgroen; het oog is rood. De vleugels zijn kort en rond. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met minder contrast in de staart. Op Trinidad leeft de ondersoort Piaya cayana insulana.

Verwarrings­soorten

De kleine eekhoornkoekoek Coccycua minuta heeft dezelfde warme kleur, maar is veel kleiner, met een veel kortere staart, en leeft laag in de mangrove en het natte struikgewas. De gestreepte koekoek Tapera naevia is gestreept en heeft een kuif. Door de combinatie van kastanjebruine bovendelen, grijze en zwartachtige onderdelen en de zeer lange, zwart-wit gebandeerde staart is de eekhoornkoekoek op Trinidad van andere soorten te onderscheiden.

Leefgebied

Bos in al zijn vormen, primair en secundair: vochtig loofbos, regenwoud in het laagland en de bergen, galerijbos, bosranden, hagen, cacao- en koffieplantages met schaduwbomen en grote tuinen met bomen. Beweegt zich met sprongen en korte loopjes door de kroon en het middenstuk van het bos, langs takken en lianen, en vliegt slechts korte afstanden, vooral glijdend met af en toe een vleugelslag. Eet grote insecten, vooral rupsen, en verder spinnen en af en toe kleine hagedissen; de prooien worden met een snelle uitval van het blad gepikt. Sluit zich soms aan bij gemengde foerageergroepen. Het nest is een ondiep platform van takjes en bladeren, één tot twaalf meter hoog in een boom; beide ouders broeden de twee of drie witte eieren ongeveer achttien dagen uit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, in vrijwel alle bosgebieden van het eiland, van het laagland tot in het Northern Range; op Tobago ontbreekt hij. Buiten het gebied in beboste streken van het noordwesten van Mexico via Midden-Amerika tot in Zuid-Amerika, tot in het noorden van Argentinië en Uruguay; van zeeniveau tot ongeveer 2500 meter.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het bos van het Northern Range, bijvoorbeeld in de Arima-vallei, en in bosranden en cacaoplantages in het laagland. De vogel wordt vaak het eerst opgemerkt aan de lange staart die uit het loof steekt of aan het explosieve kiep!. Hij beweegt rustig en laat zich, eenmaal gevonden, vaak goed bekijken, vooral als hij op een open tak van boom naar boom glijdt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en komt ook in secundair bos en in cultuurland met bomen voor. Op Trinidad is ze in de bosgebieden een vertrouwde verschijning.

Wetenschappelijke naam

Piaya cayana | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Cuculus cayanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Piaya werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Piaya komt van Piaye, 'duivel(svogel)', de Creoolse naam in Cayenne voor de eekhoornkoekoek, die als onheilsvogel gold. cayana verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana, de herkomst van het typeexemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.