Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Eulers tiran

Eulers tiran | Lathrotriccus euleri

Euler's Flycatcher | Mosquero de Euler

De Eulers tiran is een kleine, olijfbruine tiran van de onderste laag van vochtig bos in Zuid-Amerika, nauw verwant aan de Empidonax-soorten. In het gebied leeft hij op Trinidad. Op Grenada kwam een eigen ondersoort voor, flaviventris, die sinds 1950 niet meer is waargenomen en als uitgestorven geldt.

Eulers tiran (Lathrotriccus euleri)
Foto: Francisco V. Bezerra Neto — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In Venezuela een abrupt, bijna explosief fiéw, vanaf een verborgen zitplaats herhaald. Elders in het verspreidingsgebied klinken tweelettergrepige, dalende varianten.

Luister: ZangXC1184068

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12,5–13,5 cm, met een vrij grote kop en een korte staart. De bovensnavel is zwart, de ondersnavel dofroze. Kruin, nek, wangen en bovendelen zijn warm olijfbruin, de stuit bruiner. Er is een witachtige oogring en een lichte streep boven de teugel. De vleugels zijn donker met twee lichte, okerkleurige vleugelstrepen. De keel is grijswit, de borst bruinachtig olijf, de buik bleekgeel tot wit. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De vinktiran Cnemotriccus fuscatus is iets groter en langstaartiger, roestiger bruin en heeft een duidelijke witte wenkbrauwstreep in plaats van een oogring. De tropische piewie Contopus cinereus is grijzer, zonder oogring, met langere vleugels, en zit op hogere, open zitplaatsen. De wilgenfeetiran Empidonax traillii, een zeer zeldzame gast op Trinidad, is grijzer olijf met een wittere keel en een zwakke oogring.

Leefgebied

De onderste en middelste laag van vochtig primair en secundair bos en bosranden, op Trinidad vooral in de dalen en lagere hellingen van de Northern Range. Vangt insecten met korte vluchtjes vanaf een beschutte zitplaats in de schaduw. Het nest is een open kom in een spleet of holte van een boom of tussen epifyten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een schaarse standvogel op Trinidad, vooral in de Northern Range; niet op Tobago. Op Grenada uitgestorven; de laatste waarneming dateert van 1950. Buiten het gebied in een groot deel van Zuid-Amerika, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot Bolivia, Paraguay, het noorden van Argentinië, Uruguay en het zuidoosten van Brazilië; de zuidelijke populaties trekken in de zuidelijke winter naar het noorden.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad het best te zoeken in de lagere delen van de Arima-vallei en andere dalen van de Northern Range, laag in de schaduw langs bospaden. Aandachtig turen in het struikgewas is nodig; de roep verraadt vaak de plaats.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al gaat de totale populatie achteruit. De Grenadaanse ondersoort flaviventris is vermoedelijk verdwenen door ontbossing. Op Trinidad is de soort gebonden aan bos in de Northern Range.

Wetenschappelijke naam

Lathrotriccus euleri | (Cabanis, 1868)

Cabanis beschreef de soort in 1868 als Empidochanes Euleri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lathrotriccus werd in 1986 ingevoerd door Lanyon & Lanyon. Lathrotriccus is Grieks, van lathrios 'verborgen' en trikkos 'vogeltje': de soorten zaten lang 'verborgen' in het geslacht Empidonax. euleri eert Carl Hieronymus Euler (1834–1901), Zwitserse kolonist in Brazilië, vice-consul in Rio de Janeiro en amateur-ornitholoog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cantagalo, Rio de Janeiro, Brazilië.