Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Geelschoudertroepiaal
Geelschoudertroepiaal | Agelaius xanthomus
Yellow-shouldered Blackbird | Mariquita
De geelschoudertroepiaal is een endemische troepiaal van Puerto Rico en de eilanden Mona en Monito. Hij was vroeger over het laagland van Puerto Rico verbreid, maar nam in de twintigste eeuw sterk af door verlies van leefgebied en broedparasitisme door de glanskoevogel. In Puerto Rico heet hij mariquita of capitán.
Geluid
De zang is een kort, schor en zoemend lied, zonder de borrelende klank van de epauletspreeuw. De roep is een droog tsjuk; groepen laten ook een zacht gekwetter horen.
Opname: Rainforest Connection — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–23 cm; het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje. Beide seksen zijn glanzend zwart met een kleine gele schoudervlek die aan de onderzijde wit is omrand; zittend is soms alleen een smalle gele streep zichtbaar. Ogen donker, snavel spits en zwart. Jonge vogels zijn doffer zwart met een bruinige buik en een kleinere schoudervlek. De vogels van Mona (ondersoort monensis) hebben een kleinere gele vlek.
Verwarringssoorten
Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis heeft een purperen glans, een kortere, dikkere snavel en geen gele schouder; het vrouwtje is grijsbruin. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is groter en heeft een geel oog en een lange, kielvormige staart. De Puerto Ricaanse troepiaal Icterus portoricensis is zwart met gele schouders, stuit en onderstaartdekveren en heeft een langere staart en een gebogen snavel.
Leefgebied
Vooral het kustlaagland: mangrove, zoutpannen en slikken, droog kustbos, weilanden en kokosplantages, en plaatselijk ook bebouwd gebied. Foerageert in boomkruinen en op de grond op insecten, zaden en nectar. Broedt in verschillende omgevingen: in rode mangrove op eilandjes voor de kust, in zwarte mangrove, in palmen en bomen in weilanden en kokosplantages, en op Mona in kliffen en rotsspleten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen in Puerto Rico. Op het hoofdeiland nog in drie kerngebieden: het zuidwesten (rond Cabo Rojo, Boquerón en La Parguera), het zuiden en de omgeving van het voormalige marinestation Roosevelt Roads in het oosten; vroeger ook op Vieques. Daarnaast op Mona en Monito. Buiten Puerto Rico komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste plaatsen zijn de zoutpannen en mangroven bij Cabo Rojo en Boquerón in het zuidwesten, waar vogels vaak bij voederplaatsen en kokospalmen rond huizen te zien zijn. In de ochtend zijn groepjes het actiefst.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De populatie van het hoofdeiland liep terug van ongeveer 2000 vogels in 1976 tot 300 in 1982, en herstelde na beschermingsmaatregelen tot ongeveer 1250 paren; op Mona leven 220 tot 400 vogels. De grootste bedreigingen zijn broedparasitisme door de glanskoevogel, verlies van kustleefgebied en predatie door ratten. Bescherming omvat het wegvangen van koevogels en het plaatsen van nestkasten.
Wetenschappelijke naam
Agelaius xanthomus | (Sclater, 1862)
Sclater beschreef de soort in 1862 als Icterus xanthomus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Agelaius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Agelaius is Grieks, van agelaios 'in kudden levend, gezellig', naar de vogels die in grote groepen foerageren en slapen. xanthomus is Grieks, van xanthos 'geel' en ōmos 'schouder', naar de gele schoudervlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico (oorspronkelijk abusievelijk 'Mexico').






