Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Grenadaduif

Grenadaduif | Leptotila wellsi

Grenada Dove | Paloma montaraz de Granada

De Grenadaduif is een van de zeldzaamste duiven ter wereld en de nationale vogel van Grenada, sinds 1991. Hij komt alleen voor in de droge bossen langs de zuidwest- en westkust van het eiland en telt naar schatting hooguit enkele honderden vogels. Het is een grondduif uit hetzelfde geslacht als Verreaux' duif, waarvan hij vroeger soms als ondersoort werd beschouwd; tegenwoordig geldt hij als aparte soort. Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien.

Grenadaduif (Leptotila wellsi)
Foto: Howard Nelson — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langgerekte, klagende toon, hoeoeoe, die direct op zijn luidst is en daarna wegsterft, met tussenpozen van enkele seconden herhaald. De roep klinkt vooral in de vroege ochtend en in het broedseizoen vanuit de dekking van het bos. Tellingen van de soort berusten grotendeels op roepende vogels.

Luister: ZangXC432169

Opname: Mark Hulme — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–31 cm, een vrij grote, gedrongen grondduif met weinig tekening. Het voorhoofd en het gezicht zijn bleekroze en gaan over in dof bruin op kruin en nek. De keel is wit. De bovendelen zijn effen olijfbruin, zonder vlekken of witte strepen op de vleugel. De borst is roze-beige en de buik witachtig. In de staart zit weinig wit, alleen smalle lichte toppen aan de buitenste pennen. De ondervleugel is roodbruin, wat bij het opvliegen te zien is. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Antilliaanse treurduif Zenaida aurita is kleiner en warmer bruin, met zwarte vlekken op de vleugel, een witte achterrand aan de armpennen en zwarte en witte toppen in de staart; hij zit vaker in het open. De geoorde treurduif Zenaida auriculata is slanker, met zwarte vlekken op vleugel en wang. De rosse kwartelduif Geotrygon montana is roestbruin met een lichte wangstreep en leeft vooral in vochtiger bos. De musduif Columbina passerina is veel kleiner en heeft rossige vleugelpennen.

Leefgebied

Droog bos langs de kust: droog loofbos, doornbos en een mozaïek van halfgroen en seizoensgebonden bos op heuvelhellingen, vaak in gedegradeerde vorm met struiken en open plekken. De vogel loopt over de bodem en zoekt zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden in het bladafval. Hij blijft dicht bij dekking en mijdt open terrein. Het nest is een los platform van takjes, laag in een struik of boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Grenada, in twee gescheiden deelgebieden: rond Mount Hartman aan de zuidwestkust, waar bijna de helft van de vogels leeft, en langs de westkust tussen Perseverance en Beauséjour en het dal van Grenville Vale. Uit andere bosgebieden van het eiland zijn geen vaste populaties bekend, en op Carriacou en de andere Grenadines komt de soort niet voor. Buiten Grenada leeft ze nergens.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Mount Hartman National Park in het zuidwesten van Grenada is de bekendste plek; vanaf de paden is de roep in de vroege ochtend te horen, maar de vogel zelf laat zich zelden zien. Stil wachten op een plek met zicht op de bosbodem geeft de beste kans. Het gebied is klein en de soort kwetsbaar: blijven op de paden en geen geluid afspelen beperkt de verstoring.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (Critically Endangered). In 1988 werden minder dan honderd vogels geteld; een schatting uit 2013 kwam uit op minder dan 250. De belangrijkste bedreigingen zijn het verlies van droog bos door bebouwing, landbouw en brand, ingevoerde roofdieren zoals de mangoeste, ratten, verwilderde katten en de opossum, en orkanen; na orkaan Ivan in 2004 werden bij Mount Hartman nog maar enkele vogels gehoord. De geringe genetische variatie belemmert het herstel bovendien.

Wetenschappelijke naam

Leptotila wellsi | (Lawrence, 1884)

Lawrence beschreef de soort in 1884 als Engyptila wellsi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leptotila werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Leptotila is Grieks, van leptos 'slank, smal' en ptilon 'veer', naar de plotseling versmalde buitenste handpen. wellsi eert John Grant Wells, verzamelaar en bewoner van Grenada, die de vogels van het eiland voor George N. Lawrence verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fontenoy, St. George's, Grenada.