Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Witvleugeltreurduif

Witvleugeltreurduif | Zenaida asiatica

White-winged Dove | Paloma alas blancas

De witvleugeltreurduif is een stevige, grijsbruine duif met een witte vleugelrand, in de Grote Antillen en op de Bahama's van oudsher een gewone vogel. In de laatste decennia van de twintigste eeuw begon hij zich oostwaarts uit te breiden, en inmiddels is hij op een reeks eilanden in de noordelijke Kleine Antillen gevestigd. Op Cuba heet hij guanaro. Hij is een van de belangrijkste jachtduiven van het gebied.

Witvleugeltreurduif (Zenaida asiatica)
Foto: Ligocsicnarf89 — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een ritmisch, hees koeren in vier of vijf lettergrepen, in het Engels weergegeven als who cooks for you, vaak met nadruk op de tweede lettergreep. Daarnaast een langgerekt hoe-oe-oe-oe. Bij het opvliegen klappen de vleugels hoorbaar.

Luister: ZangXC1106379

Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

28–32 cm, een forse, vrij korte duif met een rechte, afgeronde staart. De bovendelen zijn grijsbruin, kop en borst lichter en bruingrijs met een zweem van wijnrood. Langs de gesloten vleugel loopt een smalle witte streep, die in de vlucht uitgroeit tot een brede witte band over de vleugel, scherp afgezet tegen de donkere slagpennen. Onder het oog een korte zwarte wangstreep. Het oog is oranjerood, omringd door een ring van blauwe naakte huid. De staart is grijs met een zwarte band en brede witte hoeken. De poten zijn rood. De seksen lijken op elkaar; jonge vogels zijn doffer, met een bruin oog.

Verwarrings­soorten

De witte vleugelband is in het gebied vrijwel uniek. De Antilliaanse treurduif Zenaida aurita heeft alleen een smalle witte achterrand aan de armpennen, een warmer bruin kleed en zwarte vlekjes op de vleugel. De treurduif Zenaida macroura is slanker, met een lange, spitse staart en zonder wit in de vleugel. De Turkse tortel Streptopelia decaocto en de izabeltortel S. roseogrisea zijn bleker, met een zwarte halsband. Op Sint Maarten en Saint-Martin leeft ook de naaktoogduif Patagioenas corensis, die een witte vleugelvlek heeft maar groter is, met een wijnrode kop en een geschubde hals.

Leefgebied

Droog bos en droog struweel, cactusscrub, mangrove en kustbos, en daarnaast open land met verspreide bomen, akkers, tuinen en dorpen; in steden geregeld bij voedertafels en op grasvelden. Eet zaden, vruchten en bessen, ook van cactussen, en zoekt zowel op de grond als in bomen. Het nest is een slordig takkenplatform in een boom of struik; buiten het broedseizoen vaak in groepen bij voedsel en water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Algemeen op de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) en Puerto Rico, en daarnaast op San Andrés. Sinds de late twintigste eeuw breidt de soort zich uit over de Maagdeneilanden en de noordelijke Kleine Antillen: Anguilla, Sint Maarten en Saint-Martin, Saint-Barthélemy, Saint Kitts en Nevis, Antigua, Montserrat en de omliggende eilanden. Eind 2008 werden de eerste vogels op Guadeloupe en Dominica gezien; verder zuidelijk is hij nog schaars of onregelmatig. Daarbuiten van het zuiden van de Verenigde Staten via Mexico tot in Midden-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de Grote Antillen en de Kaaimaneilanden algemeen in tuinen, parken en droog kustland, waar het koeren vooral 's ochtends vroeg te horen is. Op de noordelijke Kleine Antillen is de soort vaak te vinden rond bebouwing en bij voedertafels. In de vlucht is de witte vleugelband kenmerkend.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een groot en groeiend areaal. In het Caribisch gebied algemeen tot zeer algemeen, en in de noordelijke Kleine Antillen nog in opmars. De soort wordt op meerdere eilanden bejaagd. Op de Kaaimaneilanden lijkt de toename ten koste te gaan van de Antilliaanse treurduif, waarmee hij concurreert om voedsel en nestplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Zenaida asiatica | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba asiatica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Zenaida werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Zenaida eert Zénaïde Bonaparte (1801–1854), de vrouw van de Franse ornitholoog Charles Lucien Bonaparte, die het geslacht in 1838 benoemde. asiatica is Latijn voor 'Aziatisch': Linnaeus dacht ten onrechte dat de vogel uit Indië kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.