Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Grijsgestreepte buizerd

Grijsgestreepte buizerd | Buteo nitidus

Grey-lined Hawk | Aguililla gris

De grijsgestreepte buizerd is een middelgrote, compacte buizerd van bosranden en halfopen land in Midden- en Zuid-Amerika. Hij werd lange tijd samen met de noordelijke grijze buizerd Buteo plagiatus als één soort beschouwd; sinds de splitsing hoort de populatie van Trinidad bij de zuidelijke soort. Binnen het gebied komt hij alleen op Trinidad voor.

Grijsgestreepte buizerd (Buteo nitidus)
Foto: Feroze Omardeen — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een klagend, langgerekt fluitje dat in toonhoogte daalt, ongeveer hoo-rieeeuw, vaak vanuit de zweefvlucht of vanaf een uitkijkpost; daarnaast een reeks hoge, heldere kie-kie-kie-roepen rond het nest.

Luister: RoepXC1138926

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

38–43 cm, met vrij korte, brede vleugels en een middellange staart. Volwassen vogels zijn van boven lichtgrijs, fijn wit gebandeerd op mantel en schouders; de onderdelen zijn wit, dicht en fijn grijs gebandeerd. De staart is zwart met twee of drie witte banden, de poten en de wasachtige snavelhuid zijn oranjegeel. In vlucht zijn de ondervleugels licht met fijne bandering. De seksen zijn gelijk; vrouwtjes zijn groter. Jonge vogels zijn anders getekend: donkerbruin van boven, met een bruingestreepte lichte kop, een donkere wangstreep, witte onderdelen met grove bruine druppelvlekken en een bruine staart met veel smalle lichte banden.

Verwarrings­soorten

Geen andere roofvogel op Trinidad is zo egaal fijngebandeerd grijs. De kortstaartbuizerd Buteo brachyurus in lichte vorm heeft ongevlekte witte onderdelen en een donkere kop. Jonge vogels lijken op jonge breedvleugelbuizerds Buteo platypterus, die op Trinidad zeldzaam zijn; de grijsgestreepte buizerd heeft een contrastrijkere gezichtstekening en een duidelijker gebandeerde staart met een bredere eindband. De savannebuizerd Buteogallus meridionalis is roestbruin.

Leefgebied

Bosranden, open bos, rivierbegeleidend bos, cacao- en koffieaanplant met schaduwbomen, en halfopen landbouwland met verspreide hoge bomen, vooral in het laagland en de lagere hellingen van de bergen. Jaagt vanaf een zitplaats in de kroonlaag of aan een bosrand op hagedissen, slangen, kleine zoogdieren, vogels en grote insecten. Het nest ligt hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een vrij algemene standvogel, verspreid over het eiland, met de meeste waarnemingen in de Northern Range en de bosrijke delen van het centrum en zuiden. Op Tobago niet als standvogel bekend. Buiten het gebied van Costa Rica door het noorden van Zuid-Amerika tot in Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de ochtend langs bosranden en open plekken in de Arima-vallei en de Northern Range, waar de vogel op een kale tak in de kroon zit of laag boven de bomen zweeft. De klagende roep verraadt hem vaak eerder dan het zicht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en verdraagt aangetast en gedeeltelijk ontgonnen bos goed.

Wetenschappelijke naam

Buteo nitidus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Falco nitidus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. nitidus is Latijn voor 'glanzend, sierlijk', naar het fraaie grijze, fijn gestreepte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.